Onze tradities

Mensen die bij het Leger des Heils horen, zijn vaak te herkennen aan hun specifieke kleding. Dat kan een polo zijn, een jas, een trui of een baseballpet. Maar sommige mensen dragen een echt uniform met sterren, letters of andere tekens op hun schouderepauletten. Dit zijn heilssoldaten.
image

Als je besluit om heilssoldaat (belijdend lid van het kerkgenootschap Leger des Heils) te worden, dan kun je ervoor kiezen om het uniform dat bij een heilssoldaat hoort te gaan dragen. Het is niet verplicht, maar de meerderheid van de heilssoldaten doet het om herkenbaar te zijn. De drempel om zo iemand aan te spreken blijkt dan lager te zijn. Onbekenden knopen gesprekken aan, stellen vragen of vertellen over hun leven. Bovendien is een heilssoldaat in uniform niet alleen herkenbaar als 'onderdeel van het Leger', maar ook als christen. Daar mag hij dus op aangesproken worden. 

Het Leger bestaat naast heilssoldaten ook uit heilsofficieren. Dit zijn mensen die zich geroepen voelen om hun leven fulltime in dienst te stellen van God, het Leger en hun naaste. Deze mensen dragen hun uniform dagelijks tijdens hun werkzaamheden. Heilssoldaten zijn mannen en vrouwen die op vrijwillige basis aangesloten zijn bij het Leger des Heils. Zij dragen het uniform op zondag, of bij gelegenheden waarbij ze herkenbaar moeten zijn als heilssoldaat.

Het uniform

Toen William Booth, de stichter van het Leger des Heils, in 1878 besloot dat zijn ‘vrijwilligersleger’ Leger des Heils moest heten, besloot hij ook dat daar de uiterlijke kenmerken van een leger bij moesten horen. Het uniform zelf bestaat voor mannen uit een donkerblauw jasje en een donkerblauwe broek. Vrouwen dragen een donkerblauw jasje en een donkerblauwe rok. Mannen en vrouwen dragen onder hun uniform zwarte schoenen, de vrouwen een donkere panty. Op de schouders dragen beiden epauletten en op de kraagspiegel aan beide kanten een S. Die S staat voor Salvation (redding). In de S staan de woorden ‘Bloed en Vuur’, die wijzen op het bloed dat Jezus Christus vergoot aan het kruis voor de redding van de mensheid en het vuur van de Heilige Geest. Mannen dragen bij officiële gelegenheden een pet met daarop de 'crest', het wapen van het Leger ,en een lint met daarop de woorden Leger des Heils. Vrouwen dragen een hoedje met daarop een schild en de woorden Leger des Heils.

Je herkent officieren aan de kleur van hun epauletten en de stoffen padjes waar een S op staat. Voor soldaten is die kleur blauw, voor officieren rood. Soms zie je ook mensen van het Leger des Heils met zwarte epauletten. Dit zijn officieren in opleiding (kadetten), of envoy’s (gezanten): mensen met een speciale opdracht of functie binnen het Leger. Dat kan die van gastspreker/voorganger zijn of die van directeur van een landelijke werkeenheid. De kadetten dragen rode strepen. Eén voor een eerstejaars kadet, en twee voor een tweedejaars (de opleiding tot heilsofficier duurt twee jaar).

Rangen

De heilsofficieren hebben rangen. Deze rangen lijken op die van de krijgsmacht. Zo kent het Leger des Heils de rangen van luitenant, kapitein, majoor, luitenant-kolonel, kolonel, commissioner en generaal. De rangen van luitenant tot en met majoor zijn gekoppeld aan de dienstjaren van een heilsofficier. Als een kadet zijn of haar opleiding heeft afgerond, wordt hij of zij bevorderd tot luitenant. Na vijf jaar wordt hij of zij kapitein en na vijftien jaar majoor. De rangen van luitenant-kolonel tot en met commissioner zijn gereserveerd voor functies op landelijk/territoriaal niveau, zoals hoofd van het kerkgenootschap of chef-secretaris (tweede in bevel). De rang van commissioner is bestemd voor heilsofficieren die commandant van een territorie zijn of presidente van het vrouwenwerk in een territorie. De rang van generaal is alleen voor de wereldleider van het Leger des Heils. Hij of zij wordt een keer in de vier jaar gekozen door een zogenoemde Hoge Raad die bestaat uit commandanten uit alle delen van de wereld. Voor heilssoldaten zijn er aanstellingen met namen als 'korps sergeant majoor' of 'sergeant'. Deze horen bij bepaalde functies binnen een 'korps'; een kerkelijke gemeente.