Mensen met onbegrepen gedrag hebben betere ondersteuning en meer hulp nodig. Dat was de oproep van het Leger des Heils tijdens het Barometer-evenement op de traditionele derde dinsdag van januari. In een tweegesprek met René Verhulst, burgemeester van Ede, en Tara Jane Thomas, adviseur ggz van het Leger des Heils, brengen we de problemen in kaart en zoeken we naar oplossingen.
“In één woord: onmacht”, schetst Verhulst de situatie waarmee hij en zijn medebestuurders zich vaak geconfronteerd zien als het gaat om de problematiek van mensen met onbegrepen gedrag. “In mijn 21 jaren als verantwoordelijk bestuurder is dit een van de meest intrigerende problemen, waarvoor we maar geen sluitende oplossingen kunnen vinden. Wat kunnen we doen om deze mensen echt te helpen? We leven in een samenleving waarin we inclusiviteit heel belangrijk vinden, maar ook vinden dat mensen vooral voor zichzelf moeten kunnen zorgen. In de praktijk zien we dat deze mensen er niet bij horen en absoluut zichzelf niet kunnen redden.”
Machteloos
“Wat moet je doen als iemand brand sticht in z’n kamer en met een mes staat te zwaaien als hulpverleners aan komen rennen? Er is sprake van een onveilige situatie en dus wordt de politie ingeschakeld”, beantwoordt Verhulst zijn eigen vraag. “Maar zodra de bedreigingen zijn weggenomen, komt de vraag: en nu? Als we het zo laten, kan het over drie weken weer gebeuren. Dat geeft zo’n machteloos gevoel.” Thomas herkent dit ook in de zorg: “Deze mensen begrijpen zichzelf vaak niet. Ze hebben meestal veel en complexe problemen. We kennen in ons land tal van zorgcategorieën en zij vallen binnen veel ervan. Dat maakt het meteen ingewikkeld; waar moeten zij naartoe en wie kan hen helpen? Zelfredzaamheid is ook niet altijd aan de orde – mensen met onbegrepen gedrag zijn niet in staat met eigen oplossingen te komen. En ook de wijk, waarvan we graag willen dat die een plek voor iedereen is, kijkt machteloos toe.”
'In de zorg voor mensen met onbegrepen gedrag is veel betere afstemming nodig' - Tara Jane Thomas
Middelengebruik
De burgemeester voegt nog toe: “Ik vind dat middelengebruik bij deze groep onacceptabel is. Voor mensen die al enorme problemen kennen, zorgt dat voor extra moeilijkheden. We zijn in onze samenleving veel te tolerant geworden ten aanzien van alcohol- en drugsgebruik. En als we er dan persoonlijk last van krijgen, moet er ineens van alles aan gedaan worden… We moeten veel strenger zijn op dit punt.” Thomas geeft aan: “Het is niet alleen middelengebruik dat leidt tot problemen voor deze doelgroep. Zij hebben ook te maken met forse psychiatrische problemen en soms een verstandelijke beperking. Alles bij elkaar leidt dat in de praktijk tot enorm complexe situaties en risico’s.”
Wegbezuinigd
Ze vervolgt: “We zien in Nederland, zowel in samenleving als bestuur, een cultuur die erg op individualisme is gebaseerd. Mensen moeten zichzelf kunnen redden; in de wijk of buurt is eventueel hulp beschikbaar. In die lijn is de klinische ggz afgebouwd tot een bedenkelijk kwetsbaar niveau. Dus als het mis dreigt te gaan, staan zowel mensen met onbegrepen gedrag als hun omgeving er eigenlijk alleen voor. Het naar elkaar omzien is niet meer vanzelfsprekend.” Verhulst beaamt: “Voorheen was er een plek voor deze mensen in de leef- en werkomgeving. Ze liepen mee met projecten, werkten op een plek waar hun inzet waardevol was en werden geaccepteerd door hun omgeving. Heel veel van dat soort sociale voorzieningen zijn wegbezuinigd en mensen zijn daardoor aan zichzelf overgeleverd. Voor een aantal van hen kan dat simpelweg niet, maar oplossingen zijn er ook niet één twee drie. Naar elkaar omzien is niet meer genoeg.”
René Verhulst (1960) is burgemeester van Ede. In de jaren negentig was hij eerst gemeenteraadslid, toen wethouder en later burgemeester. Vanuit die functie heeft hij onder andere de verantwoordelijkheid voor openbare orde en veiligheid. Tara Jane Thomas (1986) is landelijk adviseur ggz en coördinator van het sectornetwerk ggz bij het Leger des Heils
Zelfredzaamheid als illusie
Voor mensen met onbegrepen gedrag zijn ‘maakbaarheid’ en ‘zelfredzaamheid’ volgens Thomas een illusie: “Zij zijn niet in staat hun eigen problematiek goed te zien, laat staan dat ze zelfstandig aan oplossingen kunnen werken.” Verhulst vult aan: “In de politiek hoor je bijvoorbeeld: ‘Hoe kan het zijn dat zo iemand in onze samenleving buiten slaapt? Dat kán toch niet?’ Nou, dat klopt, maar dat betekent wel dat deze persoon geholpen moet worden. Hij of zij kan dat niet zelf organiseren. Ze weten veelal niet eens wat hun probleem precies is en kunnen dat ook niet uitleggen. Daarom is bemoeizorg wat mij betreft een belangrijk instrument om hulp toch mogelijk te maken.”
Oppakken - en dan?
Als burgemeester is Verhulst niet alleen verantwoordelijk voor goede zorg, maar ook voor veiligheid. Als het aan de zorgkant misgaat, volgt vaak de inzet van de politie. Een ongewenste maar soms onvermijdelijke situatie. Ineens staat de politie dan tegenover deze mensen. Mensen met onbegrepen gedrag zijn in de eerste plaats geen criminelen, maar patiënten met multicomplexe problematiek. Verhulst: “In de praktijk is het een kwestie van isoleren en oppakken. Maar dan dient zich meteen de vraag aan: hoe nu verder? Praten lukt veelal niet, afspraken maken ook niet. Het zijn mensen die op blote voeten op de snelweg lopen, op het dak van een hoog gebouw zijn geklommen of verhalen hebben als: ‘ik word door de KGB gevolgd’ of ‘iemand anders kijkt door mijn ogen – ik kan er niks aan doen’. De politie wordt daar enorm mee belast, kan daar niet veel mee en een paar dagen later zitten ze met hetzelfde probleem. Je probeert dat natuurlijk te voorkomen, maar soms is vastzetten de enige optie. Je hebt nu eenmaal te maken met de veiligheid van henzelf en anderen.”
'Laat geld voor de zorg ook bij de zorg’ - René Verhulst
Oplossingen
De grote vraag is dan: wat moet er gebeuren? Wat kunnen we doen om mensen met onbegrepen gedrag toch te helpen? Volgens Thomas moet er aan de zorgkant meer armslag komen: “Mensen hebben passende zorg nodig, maar die zorg is momenteel versnipperd. We zijn dan teveel bezig met het uitzoeken van onder welke regelgeving dit valt en wat een passend loket is. Soms is het ook genoeg dat iemand even een time-out krijgt, om erger te voorkomen. Maar dan moet je wel de middelen hebben om dat te doen.” Verhulst bevestigt: “Meer ggz-plekken en bemoeizorg mogelijk maken is het devies.” Thomas: “Maar dat moeten dan wel plekken zijn waar deze mensen echt geholpen kunnen worden. Skaeve Huse bijvoorbeeld. Kleine prikkelarme woonvormen, waar mensen op een veilige manier tot rust kunnen komen. En inderdaad bemoeizorg. Dat vraagt om investeringen en de bereidheid om over grenzen van wet- en regelgeving heen te kijken. In de zorg voor mensen met onbegrepen gedrag is een veel betere afstemming nodig.”
Oproep aan kabinet
Verhulst is het daar helemaal mee eens en voegt toe: “Het zou ook mooi zijn dat we rolmodellen zoeken. Mensen die als voorbeeld kunnen dienen van hoe het wel kan. Laten we hun verhalen vertellen. Een van mijn beste vrienden werkt in de ggz. Hij weet dat cliënten zullen blijven komen, maar heeft ook veel van hen kunnen helpen aan een nieuw perspectief. Dat moeten we doorgeven, zodat deze mensen gezien blijven.” Op de slotvraag ‘Welke taak ligt er voor het kabinet?’ antwoordt René Verhulst direct met een opsomming: “Meer ggz-plekken, meer bemoeizorg, aanpakken als het toch misgaat, middelengebruik stoppen, gericht investeren (laat geld voor de zorg ook bij de zorg) en de succesverhalen vertellen.” Thomas besluit: “We weten wat er nodig is. Laten we daar dan ook echt mee beginnen. Maak het mogelijk! Natuurlijk kost dat geld, maar het levert ook iets op. Ook al begrijpen we deze mensen niet altijd, we mogen ze nooit afschrijven.”