Farrah Mousha dakloos

Farrah Mousha moest acht jaar vechten voor een woonplek

Maatschappelijke opvang Beeld: Iris Dorine Verwijs

Het voelt nog steeds gek om het hardop te zeggen: ik was dakloos vanaf mijn achttiende. Ik vertelde het destijds ook bijna nooit aan anderen. Als ik het wel deed, reageerden de meeste mensen verbaasd: ‘Dat gebeurt toch niet in Nederland?’.

Ze vallen misschien niet op, maar ze zijn er zeker wel. Ik heb veel andere dakloze jongeren ontmoet. Mensen met wie ik op een crisisopvang sliep, die ondertussen een goede baan hadden of zelfs een eigen bedrijf, maar geen eigen woonplek. Als je eenmaal dakloos bent, duurt het superlang voor je daar vanaf komt. Ik heb nu een jaar een eigen woonplek, maar ik heb daar acht jaar voor moeten vechten. Als je geen eigen huis hebt, kom je in een soort overlevingsstand. Zelfs nu ik eindelijk een eigen huis heb, sta ik nog in die stand. Ik ben nog steeds niet gewend aan het feit dat ik elke nacht een slaapplek heb, en soms raak ik opeens in paniek: wat als ik mijn huis kwijtraak en weer op straat sta?

Huiselijk geweld

Vanwege huiselijk geweld woonde ik vanaf mijn vierde met het gezin waarin ik opgroeide af en aan in blijf-van-mijn-lijfhuizen. Op mijn vijftiende ben ik permanent uit het gezin geplaatst, omdat het daar niet veilig was voor mij. Ik heb hier nog steeds last van, want ik voel me nooit helemaal thuis. Ik heb altijd het gevoel dat ik zo mijn spullen weer zal moeten pakken om weg te gaan, doordat dit vroeger de realiteit was. De jaren van mijn jeugd tot mijn dertigste zijn verspild aan overleven in plaats van leven. Hoe kan het dat er kinderen, zelfs baby’s, in een daklozenopvang wonen? Hoe kan het dat je in ons land niet aan een huis kunt komen als je geen baan of inkomen hebt, en niet aan een baan of inkomen als je geen huis hebt? Hoog tijd dat hier iets aan gedaan wordt.

Iedereen kan iets doen

Er zijn genoeg manieren om dit probleem beter aan te pakken. Bijvoorbeeld als het gaat om de hulpverlening: maatschappelijk werkers zijn vaak uitsluitend bereikbaar tijdens hun werktijden, terwijl mensen 24/7 dakloos zijn en met hun problemen te dealen hebben. En wat betreft de overheid: Waarom wordt er geen onderzoek gedaan naar hoeveel Nederlanders in hun eentje in een groot huis wonen? Hoeveel gebouwen staan er leeg, waar niks mee wordt gedaan? Buiten de overheid en de hulpverlening: iederéén kan iets doen tegen dakloosheid. Het begint met het doorbreken van het taboe. We moeten met z’n allen beseffen dat diteen serieuze zaak is, waar echt iets aan moet worden gedaan.”