“Niet alleen de boodschap, maar ook brood” - Uit de Regiokrant Oost Groningen van 26 oktober 2016

26-10-2016

“Niet alleen de boodschap, maar ook brood”

“U komt binnen als een koffiepot en verlaat de zaal als een theepot”,
zegt majoor Freek van der Werf terwijl hij breed lachend zijn armen sierlijk spreidt. De samenkomst op deze zondagochtend staat in het teken van de ziekenzorg, maar de gastprediker belooft dat het toch een vrolijk bijeenzijn wordt. Met  verve en met humor leidt hij de dienst. Een brassband begeleidt de zang. Aan de muur een foto van de bebaarde William Booth, oprichter van de Salvation Army. In ons land het Leger des Heils.

Na het gezamenlijk koffie drinken, vertrekken verscheidene mensen met een bos paarse hortensia’s voor een bezoek aan hun zieke geloofsgenoten. Voor mensen van het Leger is omzien naar elkaar van groot belang. Op allerlei gebied verlenen ze hulp en bijstand aan de meest kwetsbaren  in de samenleving, waaronder maatschappelijke opvang, reclassering, jeugdhulpverlening, jeugdbescherming, gezondheidszorg en verslavingszorg.

Liedjes uit de kroeg

“Toch zijn wij geen liefdadigheidsorganisatie”, zegt korpsofficier luitenant Reinier van Dijk. “Onze drijfveer is het geloof in Jezus Christus.” Van Dijk is de vaste voorganger van het Groninger korps. Een korps is te vergelijken met een lokale gemeente. De praktijkgerichte instelling van het   Leger is historisch terug te voeren op zijn ontstaan in de tweede helft van de 19de eeuw. William Booth trok zich het lot aan van de arme bevolking in oost Londen na de Industriële Revolutie. “Hij predikte voor mensen die net uit de kroeg kwamen waar ze in twee dagen hun loon  verdronken om hun ellende te kunnen vergeten. Hongerige magen hebben geen oren, zei Booth. Hij bracht daarom niet alleen de boodschap maar ook brood”, legt van Dijk uit. “De liederen die ze tijdens die bijeenkomsten zongen waren op de wijs van liedjes uit de kroeg omdat ze daar de  melodie al van kenden.” “Kerkelijk kun je ons het beste plaatsen tussen protestants en evangelisch”, zegt de officier. Met evangelisch bedoelt hij dat ook andere gemeenteleden tijdens de dienst een bijdrage kunnen leveren, bijvoorbeeld in de vorm van een getuigenis of het begeleiden  van een lied of gebed. “Wij streven naar interactie met de leden, geen one man show.” Van Dijk legt uit dat er drie groepen mensen naar de samenkomsten komen. Ten eerste zijn dat de heilsoldaten. “Zij onderschrijven de leerstellingen van het Leger, doen belijdenis en leggen een gelofte af. Ze beloven onder andere niet te roken en te drinken. Als wij mensen met verslavingsproblemen helpen, moeten wijzelf het goede voorbeeld geven.” Heilsoldaten dragen vanwege de herkenbaarheid meestal een uniform. Adherenten (aanhangers, volgelingen) dragen  daarentegen geen uniform. Zij doen wel belijdenis, maar leggen de belofte niet af. De derde groep zijn de zaalbezoekers. Zij zijn geen lid van het Leger en hebben noch de geloofsbelijdenis, noch de belofte afgelegd. “Iedereen kan zo zelf kiezen wat bij hem past”, aldus Van Dijk.

De generaal

Het Leger kent geen gewijde handelingen zoals de doop of het Heilig Avondmaal. Het was van oorsprong een laagdrempelige evangelisatiepost. Uiterlijke vormen of symbolen werden daarom niet nodig geacht. Wel staat het de leden vrij om zich in een andere kerk te laten dopen of het avondmaal bij te wonen. Een ander verschil met de gewone kerk is dat een brassband tijdens de dienst de liederen begeleid. Een kerkorgel hebben ze niet. Dit is historisch zo ontstaan, de eerste muzikanten tijdens de diensten van William Booth bespeelden een blaasinstrument. Op de   vraag waarom het kerkgenootschap zich een leger noemt met bijbehorende rangen antwoordt de voorganger: “Booth was een man die precies wist wat hij wilde. Iemand noemde hem daarom een keer de generaal.Dat bracht hem op dit idee. Wij strijden tegen het onrecht in de wereld en  voeren een geestelijke strijd tegen de duivel als veroorzaker van het kwaad.”

Eerst docent, later voorganger

Bij het Leger werken naast mensen in vaste dienst ook veel vrijwilligers. Veel korpsen hebben een tweedehands kledingwinkel, ook Groningen. Mensen die in de schulden dreigen te raken, kunnen er terecht voor schuldhulppreventie. Op maandagmiddag is er in het pand een seniorenclub  met activiteiten voor ouderen en op dinsdagavond een schilderclub. Eens in de twee weken op woensdagmiddag kunnen mensen er voor een klein bedrag een driegangenmaaltijd krijgen. Ook zijn er avonden voor de jeugd. “Ontmoeting is belangrijk. Iedereen is welkom, wij zijn heel open. We willen in contact komen met alle mensen in de samenleving”, zegt Van Dijk. Van Dijk studeerde Chemische Technologie en gaf jaren les in wis-, natuur- en scheikunde. “Ik vond het werk heel leuk, maar wilde graag iets met mensen aan de rand van de samenleving”, zegt hij. Naast zijn werk als docent volgde hij een studie theologie. “Een paginagrote advertentie in de krant van het Leger des Heils liet me niet los. Ik belde en voor ik het wist, liep ik stage bij het straatpastoraat in Hoog Catherijne in Utrecht. Later volgde ik bij het Leger de opleiding tot officier in Elburg.  “Bij alles wat ik meemaak, betrek ik Jezus. Ik laat me door hem leiden. Het gaat niet om wat ik wil, maar wat Hij wil.”

Tekst en foto’s Willy Koolstra

Regiokrant Groningen 26-10-2016