Zo kwetsbaar is de positie van een dakloze EU-migrante

De Letlandse Adriana vertelt haar verhaal

Maatschappelijke opvang

Terwijl de coronamaatregelen voortduren, bouwen veel steden de noodopvang voor dak- en thuisloze EU-migranten en ongedocumenteerden al af. De Letlandse Adriana (47 jaar) is één van hen, haar verhaal laat zien hoe kwetsbaar de positie van deze groep is.

Adriana komt in 2016 naar Nederland om geld voor de opleiding van haar kinderen te verdienen. In eerste instantie gaat het goed. Adriana heeft diverse banen, zoals het inpakken van fruit en vlees, ook maakt ze hotels schoon. Werkgevers zijn tevreden over haar, ze werkt hard en is slim. Tijdens werkzaamheden in Apeldoorn, gaat het helaas mis doordat ze het zware werk niet vol houdt. “Ik moest 8 uur per dag dozen met kippen optillen, mijn rug deed zo’n pijn, het ging gewoon niet meer,” legt ze uit. 

Adriana vraagt het uitzendbureau om een andere baan waarna een paar mannen haar ’s avonds met een auto ophalen. “Dat leek normaal want een andere baan betekent voor ons ook een andere slaapplaats,” legt ze uit. De mannen hebben echter weinig goeds in zin en laten haar in een donker bos langs de kant van de weg achter. “Het was koud en ik had geen idee waar ik was, gelukkig kon ik met mijn mobieltje de weg naar de bewoonde wereld terugvinden. Ik heb vijf kilometer gelopen.” Adriana komt bij een restaurant terecht en vraagt de politie om hulp, die helpen haar naar haar spullen zoeken, maar alles is weg. “Ik moest op zoek naar een nieuwe baan.”      

Jaloezie

Het lukt haar ander werk te vinden dat bestaat uit paprika’s inpakken. Haar Engels bezorgt haar veel voordelen en al snel gaat het werken met de machines van de kwekerij haar goed af. “Helaas sloten een paar jaloerse collega’s mij op in mijn slaapkamer terwijl mijn telefoon in de keuken aan het opladen was. De kamer had maar een klein raam dat niet open kon, dus de bus vertrok zonder mij en zo verloor ik mijn baan en mijn slaapplaats.” Het leven op straat is hard, als haar tas met haar telefoon en legitimatie ook nog eens gestolen wordt, is er geen uitweg meer.

“Het was zo koud, ik ging onder een kartonnen doos liggen. Af en toe deed ik bij een hotel net alsof ik een gast was die haar sleutel verloren had. Alles om 10 minuutjes binnen te kunnen opwarmen. Je hebt op straat geen toilet, geen douche, helemaal niets en corona maakte het nog moeilijker.” Adriana

Overleven

“Ik moest iedere dag zien te overleven en had zo veel stress dat mijn haar ervan uit ging vallen.” Adriana probeert, voor zover het lukt in het park achter het station en in parkeergarages te slapen. “Het was zo koud, ik ging onder een kartonnen doos liggen. Af en toe deed ik bij een hotel net alsof ik een gast was die haar sleutel verloren had. Alles om 10 minuutjes binnen te kunnen opwarmen. Je hebt op straat geen toilet, geen douche, helemaal niets en corona maakte het nog moeilijker.” Soms geven mensen haar wat geld of eten, maar vaak heeft ze zo’n honger dat ze weggegooide etensresten eet.

Uiteindelijk wordt Adriana zo ziek dat de politie haar naar het ziekenhuis brengt. “Mijn bloeddruk was veel te hoog en ik had geen medicijnen.” Ze mag een dag blijven en komt weer tot rust, ’s avonds krijgt ze echter te horen dat ze naar huis moet. “Maar er was geen huis, terwijl ik zo ziek was! De dokter was gelukkig behulpzaam en zo kwam ik bij het Leger des Heils terecht.”

Elk mens doet er toe

Het Leger des Heils heeft de afgelopen maanden gezien wat de extra noodopvang heeft betekend voor de EU-migranten en ongedocumenteerden. Marc Verberg, Regiodirecteur Leger des Heils: “Ze herstelden, maakten weer sociale contacten en durfden voorzichtig aan een toekomst te denken. Het Leger des Heils vindt ook dat er niemand op straat hoeft te leven. Elk mens doet ertoe. Niemand uitgezonderd. Met deze opvang richten wij ons op de kwetsbaarste EU-migranten en ongedocumenteerden". Beide hulporganisaties blijven aandacht vragen voor passende zorg voor elke dak- en thuisloze ongeacht afkomst.