Rinus Otte Openbaar Ministerie Reclassering
Reclassering

Hoogste baas Openbaar Ministerie Rinus Otte: 'Ik ben fan van de reclassering'

De voorzitter van het College van procureurs-generaal, Rinus Otte (62), staat bekend als een strenge hardliner die zegt waar het op staat. Als we op zijn kantoor in Den Haag een gesprek hebben over de reclassering in Nederland, toont hij zich van een andere, meelevende en meevoelende kant. “Ik ben een fan van de reclassering”, lacht hij.

Het Openbaar Ministerie (OM) is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen. Als je wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit, krijg je met het OM te maken. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. “Het strafrecht is al zo oud als Methusalem”, zegt Otte. “Al sinds mensenheugenis hebben we als mensheid de behoefte om te straffen waar mensen zich niet aan de regels houden. Er moet ‘recht worden gedaan’. En dat loopt van eeuwenoude regelgeving met als basis ‘oog om oog, tand om tand’ tot de huidige wetgeving waarin vergelding – recht doen, preventie – het voorkomen van een ongewenste of onveilige situatie, en re-integratie een plek hebben.”

‘In imperfectie schuilt ook troost’

Hij voegt toe: “Als we het hebben over vergelding als strafdoel, moet je overigens niet denken aan wraak, maar aan rechtmatigheid en proportionaliteit. Natuurlijk moet er bij het slachtoffer het gevoel zijn dat er recht is gedaan, maar dat kan niet buitenproportioneel zijn. Als een potloodventer zijn praktijken blijft herhalen, dan kun je denken aan het medicinaal stilleggen van zijn libido. Maar de fysieke bijwerkingen zijn zo ingrijpend dat dit disproportioneel zou zijn. Straffen is niet zo gemakkelijk. Het gaat om corrigeren, het realiseren van een veilige situatie. Maar je wilt ook dat herhaling wordt voorkomen. Daarin speelt de reclassering natuurlijk een belangrijke rol. De taak van de reclassering moet worden uitgevoerd op last van de rechter, maar daarin moet naar mijn mening ook ruimte zijn om – los van de justitiële taakstelling – te werken aan begeleiding en waar mogelijk herstel.”

Fan van de reclassering

Otte is een fan van de reclassering, zegt hij, “omdat juist daar de gestrafte veelal start met het bewandelen van nieuwe wegen. En natuurlijk is dat niet altijd zo eenvoudig. We horen vaak dat gevangenisstraf niet helpt bij verandering. Maar is er zoveel verschil tussen een softdrugsgebruiker die wegen vindt om daar in de gevangenis mee door te gaan en een gebruiker die na een straf weer in het oude milieu terugkeert en blijft gebruiken. Het bieden van steun en mogelijk pastorale zorg, het terugleiden naar de samenleving en het investeren in mensen zou wellicht bij het reclasseringspakket moeten horen. Hoe laten we mensen na een straf weer veilig landen in de samenleving? Daarin moet het mogelijk zijn om – waar nodig langdurig – toezicht te houden en perspectief te blijven bieden.”

Tijdens straf al werken aan nieuwe wegen

Otte ziet een belangrijke rol weggelegd voor het Leger des Heils als het gaat om reclassering. “Mensen zien in hun sociale context. Niet strafgericht, maar mensgericht kijken. Ook al is het soms een enorme opgave om maar door te blijven gaan. Ik vind het geweldig dat het Leger vanuit zijn missie altijd weer kijkt naar een tweede kans, en een derde, en een vierde... Daar heb ik enorme bewondering voor.”

Otte constateert ook dat er weleens kansen gemist worden: “Er wordt veel geïnvesteerd in preventie en vooraf beïnvloeden. Prima natuurlijk, maar als mensen een straf uitzitten, hebben we al de mogelijkheid om te starten met nieuwe wegen. Al tijdens de detentie, waarin de vrijheidsstraf natuurlijk maatgevend is, kan gestart worden met programma’s die voorbereiden op een terugkeer in de samenleving. De gevangenis hoeft niet alleen de plek te zijn waar een straf wordt uitgezeten. Tijdens die straf kan al gewerkt worden aan hoe je exclusie kunt laten overgaan in inclusie.”

‘Het straffen van mensen die iets verkeerds hebben gedaan, is niet het einde van het verhaal’

Niet strenger, maar gerichter straffen

Otte geeft toe dat herstel en werken aan nieuwe kansen niet altijd werkt. “Natuurlijk is het soms ‘aanmodderen’,” geeft hij toe. “Mensen veranderen niet zomaar. Maar in imperfectie schuilt ook troost. Mensen zijn zwak, ze vallen, maar mogen ook weer opstaan. En precies daar zit de kans, taak en kracht van de reclassering. Vaak horen we: we moeten strenger straffen, maar ik zeg: we moeten gerichter straffen. En ook al kunnen we mensen niet compleet veranderen, we mogen natuurlijk wel een appel doen op de gestrafte persoon. Deze moet begrijpen dat er sprake is van verantwoordelijkheid voor de omgeving. Mensen moeten ruimte krijgen, maar dat mag nooit ten koste gaan van anderen. Ik hoorde laatst iemand zeggen: ruimte zonder kaders is leegte. Vrijheid is niet ‘doe maar wat je wilt’. Je staat ook in relatie tot anderen om je heen.”

Meer investeren in reclassering

We kunnen in het strafrecht niet alleen ‘afrekenen’, maar moeten ook proberen om herhaling te voorkomen. Wat Otte betreft betekent dat ook: meer investeren in de reclassering. “Ik heb als rechter eens zes rechtszittingen gehouden met een jonge vrouw omdat ik bleef geloven in een oplossing. Het is lastig om een strafmaat te bepalen wanneer re-integreren niet meer mogelijk is. Ik vind dat we moeten blijven investeren in mensen, ook als ze veroordeeld zijn. De reclassering is daarin een uitstekend instrument. En: alles wat je aandacht geeft, groeit. Het straffen van mensen die iets verkeerds hebben gedaan, is niet het einde van het verhaal.”

Gerelateerde artikelen: Reclassering