'Dit is geen werk dat je doet, het is een weg die je gaat.'
Met die woorden vat Henri Kloppenburg, officier bij het Leger des Heils binnen het kerkgenootschap, samen wat werken bij het Leger des Heils voor hem betekent. Het is geen baan die je aan het eind van de dag achter je laat, maar een manier van leven die diep verweven is met wie hij is. Gedreven door eigen ervaringen van gezien worden en genade ontvangen, zet hij zich elke dag opnieuw in om datzelfde door te geven aan anderen.
Zijn werk brengt hem dicht bij mensen – juist daar waar het schuurt. Op plekken waar pijn zit, waar eenzaamheid voelbaar is en waar mensen zich soms vergeten voelen. En precies daar, in die kwetsbaarheid, ontstaat ruimte voor iets anders: hoop. Soms klein en bijna onzichtbaar, maar altijd echt.
Samen met zijn vrouw Alita staat hij midden in de Arnhemse wijk, waar ze verantwoordelijkheid dragen voor het korps van Geloven in de Buurt in Arnhem. In de buurthuiskamer komen mensen binnen voor een kop koffie, een gesprek of simpelweg om even niet alleen te zijn. Het is een plek waar ontmoeting centraal staat – niet alleen op zondag, maar juist doordeweeks, in het gewone leven.
Met een koffiefiets de wijk in
Met een koffiefiets trekken ze de wijk in, op zoek naar verbinding. Aan tafels ontstaan gesprekken, met buurtbewoners, met jongeren, met mensen die anders misschien buiten beeld blijven. Maandelijks zijn er ontmoetingen met jongeren – momenten waarin relaties groeien en vertrouwen ontstaat.
Maar zijn werk reikt verder dan alleen de wijk. Binnen Welzijn en Gezondheidszorg (W&G) zoekt hij samen met collega’s naar plekken waar hoop zichtbaar wordt en kan groeien. Soms in bestaande initiatieven, soms in nieuwe projecten, zoals in Enschede of Doetinchem. Het is pionieren, zoeken en luisteren – vaak zonder vastomlijnd plan, maar altijd met een duidelijk verlangen: dat mensen zich gezien weten en opnieuw tot bloei komen.
Bruggen bouwen
In de regio Oost – van Apeldoorn tot de Ede/Valleistreek – bouwt hij aan verbindingen tussen mensen, kerken en initiatieven die al aanwezig zijn. Ook zoekt hij actief contact met het bedrijfsleven. Want juist daar ziet hij kansen: een groeiend verlangen om van betekenis te zijn. Door die werelden met elkaar te verbinden, ontstaat er iets krachtigs – een gezamenlijke beweging waarin verschil wordt gemaakt.
Wat hem daarin drijft, is helder: bruggen bouwen. Niet iets opleggen, maar aansluiten bij wat er al leeft. En van daaruit samen ontdekken hoe geloof wortel kan schieten en hoop en liefde zichtbaar worden.
Rauwe realiteit van het leven
Tegelijkertijd kent het werk ook een andere kant. Hij komt oog in oog te staan met de rauwe realiteit van het leven: eenzaamheid, armoede, gebrokenheid. Het zijn geen abstracte thema’s, maar mensen met verhalen die binnenkomen. Soms schuurt het, vooral wanneer de behoeften groter zijn dan wat je kunt bieden.
Toch ligt juist daar ook een belangrijke les: loslaten. Niet alles hoeven oplossen, maar aanwezig zijn. Trouw blijven in wat je wél kunt doen. En vertrouwen dat zelfs kleine daden van aandacht verschil maken.
De momenten die hem het meest bijblijven, zijn niet de grote gebeurtenissen, maar de stille keerpunten. Wanneer iemand na lange tijd weer licht ziet. Wanneer vertrouwen voorzichtig terugkeert. Wanneer een leven een nieuwe richting inslaat.
Momenten waarop je voelt: hier gebeurt iets dat groter is dan wijzelf.
'Dat zijn heilige momenten,'zegt hij. 'Momenten waarop je voelt: hier gebeurt iets dat groter is dan wijzelf.'
En precies daarin ligt de kracht van zijn werk. Niet in grote woorden, maar in echte ontmoetingen. Niet in snelle oplossingen, maar in het samen oplopen. Stap voor stap, mens tot mens – bruggen bouwend van hoop.