Dat in Nederland ruim 1 miljoen mensen geen bestaanszekerheid hebben, is volgens de Arnhemse burgemeester Marcouch een rechtstreeks gevolg van decennialang slecht overheidsbeleid. Hij stelt dat de politiek dit sociaal onrecht dan ook zo snel mogelijk moet verhelpen.
Ahmed Marcouch probeerde eens een inwoner van zijn stad te helpen. De vrouw kampte met een chronische ziekte en leefde ondanks een uitkering in armoede. Marcouch wilde het voor haar fiksen, maar liep vast in het systeem. Een ambtenaar zei tegen hem: ‘Ja, maar wet- en regelgeving…’ De burgemeester: ‘Maar er moet toch ergens een mogelijkheid zijn om daarvan af te wijken? De wet is er toch voor bedoeld om mensen verder te helpen?’ De ambtenaar: ‘Precedentwerking, burgemeester.’
'Aan de ene kant heb je mensen die van verveling niet weten wat ze met hun geld moeten, en aan de andere kant mensen die elke maand tekortkomen'
Tegenslagen
Het voorbeeld illustreert voor de Arnhemse burgemeester een groter maatschappelijk probleem. Het Nederlandse solidariteitssysteem voldoet niet, zegt hij. Mensen die chronisch ziek worden, of andere tegenslagen voor de kiezen krijgen waardoor ze in armoede belanden, lopen het risico niet in hun eerste levensbehoeften te kunnen voorzien. “En dat”, zegt Marcouch, “in een van de rijkste landen ter wereld.” Sociaal onrecht, noemt hij het. “Aan de ene kant heb je mensen die van verveling niet weten wat ze met hun geld moeten, en aan de andere kant mensen die elke maand tekortkomen.”
Werkende armen
Recente cijfers laten zien dat het aantal mensen onder de armoedegrens in Nederland is gezakt tot zo’n 540.000. Toch blijkt dat méér dan één miljoen mensen zich nog altijd op of net boven die grens bevinden – en dus zeer kwetsbaar zijn voor schokken zoals inflatie of stijgende energieprijzen. Onder hen bevindt zich een forse groep werkende armen: ze hebben een voltijdbaan, maar staan aan het eind van de maand in het rood. Marcouch: “En dan gaat het niet over mensen die de laatste iPhone kopen hè, of een dure auto. Dit gaat over de basics: voeding, onderdak en je rekeningen kunnen betalen.”
Dat dit in ons land bestaat, vindt Marcouch onbegrijpelijk. Feitelijk, zegt hij, komt het erop neer dat onze overheid niet waarmaakt wat de Grondwet belooft, zoals het bevorderen van de volksgezondheid en dat iedereen een dak boven het hoofd heeft. “De tragiek is dat je dit niet kunt toeschrijven aan het een of andere kabinet. Dit is het gevolg van veertig jaar verkeerde politieke keuzes.”
Leer alles over bestaanszekerheid
Gat in de hand
Hoewel de praktijk van bestaansonzekerheid vaak is dat mensen ondanks keihard werken niet kunnen rondkomen, is de beeldvorming hardnekkig, merkt Marcouch. “Men denkt dat iemand in armoede een gat in de hand heeft. Hij geeft overmatig geld uit en belandt op die manier in de schulden. In sommige gevallen klopt het beeld, maar in de meeste dus niet. Ik spreek mensen, en dat zijn geen statistieken, die zeggen: ‘Ik werk 36 uur per week, ik heb drie kinderen, ik ga nooit uit eten en naar de film, ik drink en rook niet en koop geen dure spullen – en toch sta ik elke maand honderd euro in de min.’ Dat is onrecht. Het is onrechtvaardig als je in een van de rijkste landen niet kunt rondkomen van je werk.”
Er kan er maar een dit probleem oplossen, en dat is de overheid, zegt Marcouch. “Door de verkeerde politieke keuzes van de afgelopen decennia hebben we een structureel aalmoezenbeleid ontwikkeld. Eigenlijk komt het hierop neer: eerst doen we als overheid mensen tekort, vervolgens tuigen we een systeem op om die tekortkoming te repareren, en ten slotte noemen we dat een toeslag. Hoe venijnig is dat? Je wekt de suggestie dat je mensen een extraatje geeft. Terwijl ze aan de voorkant te weinig krijgen. Het is camouflage van beleidstechnisch onrecht.”
'De overheid heeft mensen van zich vervreemd'
Hakbijl aan de democratische rechtsorde
Dat armoede verstrekkende maatschappelijke gevolgen kan hebben, ondervond Marcouch toen hij voorzitter was van een landelijke adviescommissie rondom democratische betrokkenheid. “Veel mensen zijn niet zelf afgehaakt, maar door gemaakte beleidskeuzes actief weggeduwd van de overheid. Ze deden talloze pogingen in de hoop dat hun bestaan erop vooruitging, maar kregen uiteindelijk een aflaat toegeschoven in de vorm van een toeslag, waar ze trouwens een hoop voor moesten doen, en waar ze tragisch genoeg ook nog mee in de problemen konden komen. De overheid heeft deze mensen van zich vervreemd. Ze doen niet meer mee aan verkiezingen en hebben een diep wantrouwen tegenover onze instituties. Sociaal onrecht is de hakbijl aan de democratische rechtsorde.”
Het advies van de commissie was dan ook: breng die sociale grondrechten op orde en sleutel aan het beleid zodat er bestaanszekerheid ontstaat. “We moeten echt af van toeslagen en in plaats daarvan ervoor zorgen dat mensen voldoende inkomen hebben. In Nederland zou niemand wakker moeten liggen omdat hij de huur, de zorgpremie, de energienota of de schoolkosten van zijn kind niet kan betalen.” Dat is niet in een vingerknip geregeld. Er gaat, weet Marcouch, alleen al een heel bewustzijnsproces aan vooraf. Want mensen in de ene bubbel hebben geen idee van wat er in de andere bubbel gebeurt.
Vijf gulden
Marcouch heeft, bestuurlijk gezien, het geluk dat hij ze beide kent. Als tienjarige verhuisde hij van Marokko naar Nederland. Hij kon op dat moment niet lezen en schrijven. In Amsterdam woonde hij met zes gezinsleden in een ruimte van 45 vierkante meter, waar hij z’n huiswerk maakte op de deksel van een mailcontainer. Z’n vader werkte zes dagen per week, maar er was weinig te besteden. “Op een dag kreeg ik een briefje van school mee. Daar stond op dat m’n vader vijf gulden moest betalen voor het Sinterklaasfeest. Ten eerste had hij geen idee wat dat voor feest was en ten tweede was het geld er niet. De school had geen idee van de stress die zulke dingen kunnen veroorzaken. Dit soort onwetendheid in de omgeving is er nog steeds, en die moet doorbroken worden.”
'Het kan wat worden met mij'
Vanuit zijn enorme achterstand schopte Marcouch het, in een politiek bepaald niet stimulerend klimaat voor mensen in armoede, tot burgemeester. Het laat zien dat overheidsbeleid niet de enige sleutel is tot bestaanszekerheid. Veel gebeurt ook in de haarvaten van de samenleving, vertelt Marcouch aan de hand van een persoonlijk voorbeeld. “Na twee jaar basisschool in Nederland moest ik alweer een volgende stap kiezen. Ik wist niet waar te beginnen. Juf Herma nam me mee naar een open dag op LTS Patrimonium in Amsterdam. Ik keek bij autotechniek, metaalbewerking en toen houtbewerking. Bij die laatste dacht ik: dit voelt goed, ik word timmerman. Waar het me om gaat: deze juf zag mij, ze was liefdevol, betrokken, ruimhartig. Ze was wijs en had geduld met me. Door haar voelde ik: hé, het kan wat worden met mij. Zulke mensen maken echt een verschil: een docent die een complimentje geeft , een sociaal werker die je motiveert, een collega die je stimuleert.”
Ahmed Marcouch (1966) is sinds 2017 burgemeester van Arnhem. Hij werd geboren in Marokko en verhuisde als kind naar Nederland. Marcouch werkte als ziekenverzorger en later als politieagent in Amsterdam. In 2006 werd hij stadsdeelvoorzitter van Slotervaart en daarna was hij een korte periode gemeenteraadslid. Van 2010 tot 2017 zat hij voor de PvdA in de Tweede Kamer. Als burgemeester van Arnhem zet hij zich in voor leefbare wijken, veiligheid en gelijke kansen.