Henri Clausen is veteraan én vrijwilliger bij het Leger des Heils. Hij helpt als activiteitenbegeleider bij Sparrenheuvel, een herstelplek voor veteranen. Hij kijkt uit naar Veteranendag, op zaterdag 27 juni: “Ik kom ieder jaar, het is altijd zo gezellig.”
Wat is jouw ervaring als militair in Libanon?
“Op 10 maart 1979, midden in de Libanese burgeroorlog, vertrok ik met het 44ste bataljon naar Libanon. Ik was toen zesentwintig. We namen het over van Franse VN-soldaten, een indrukwekkend moment.
Je komt aan als VN-militair, als buitenstaander in een vreemd land, met het idee dat je er bent om mensen te helpen. Maar het was ingewikkelder dan dat. Wij gingen niet simpelweg naar een vaste post, zoals latere lichtingen dat deden. In plaats daarvan trokken we eropuit: we verkenden grenzen, gingen confrontaties aan, haalde het Libanese leger binnen en verleende steun in Naquora. Eigenlijk bevonden wij ons voortdurend in onzekere situaties.”
Waren er momenten dat het gevaarlijk werd?
“Ik leefde daar in een continue spanning, met af en toe piekmomenten. Er was eigenlijk altijd wel iets aan de hand. Op een gegeven moment kregen we de opdracht om het Libanese leger binnen te halen, omdat zij ons kwamen versterken. Wij zaten al een dag van tevoren, helemaal ingegraven, op ze te wachten. Toen ze arriveerden, kwamen ze feestend aanrijden in vrachtwagens, met geslachte geiten bij zich. Toen dacht ik echt: ‘Jeetje, wat moeten we hiermee?’
Daarnaast moesten we ook een contactpersoon begeleiden. We trokken steeds verder naar het zuiden, richting een gebied waar gewapende groepen zaten. Daar werd flink geschoten met artillerie, en dat ging in meerdere dorpen mis. Uiteindelijk liep de situatie zo uit de hand dat ik via de radio heb doorgegeven dat we met dit soort “idiotengedrag” de veiligheid niet langer konden garanderen. Toen zijn we teruggegaan naar de basis.”
Hoe was de terugkomst in Nederland?
“Je komt thuis, en in een half jaar heb je een heel leven achter de rug. Er was zoveel dat ik wilde vertellen, maar daar zat niemand op te wachten. Mensen willen alleen de stoere cowboyverhalen horen. Dan vroegen ze bijvoorbeeld: ‘Heb je ooit iemand doodgeschoten?’
In mijn tijd was het niet gebruikelijk om bij iemand aan te kloppen en te praten over wat je had meegemaakt. Ik heb nog het geluk gehad dat ik bij terugkomst in dienst bleef en collega’s had met wie ik mijn ervaringen kon delen. Maar dienstplichtigen keerden vaak terug naar huis, naar hun vader en moeder. Een man hoorde niet te klagen. Dat vreet aan je, zeker op latere leeftijd.”
“Je komt thuis, en in een half jaar heb je een heel leven achter de rug”
Hoe ben je bij het Leger des Heils terecht gekomen?
“Drie jaar geleden las ik in het blad Checkpoint een artikel over de plannen voor Sparrenheuvel. Meteen dacht ik: dit is iets voor mij, dit wil ik doen. Daarom schreef ik een brief naar het Leger des Heils. Ze wilden graag met mij in gesprek. Ik heb tijdens dat gesprek gezegd: “Jullie zoeken naar professionals, dat ben ik niet, maar ik bied me wel aan.”
Vanaf het moment dat ze de locatie gingen verbouwen, loop ik hier al rond. Elke woensdag ben ik hier als activiteitenbegeleider. Ik organiseer creatieve activiteiten met de mannen, zoals schilderen, beeldhouwen en timmeren. Daarnaast kook ik ook. Ik ben trots dat ik dit werk mag doen.”
Wat voor plek is de Sparrenheuvel?
“Hier verblijven veteranen die moeite hebben met het verwerken van hun ervaringen, en kampen met problematiek. Het is een unieke herstelplek waar rust en therapie samenkomen, met als doel dat mensen weer wat perspectief krijgen en een uitzicht hebben op verbetering.
Het is een beschermde woonplek zonder slot op de deur. Bewoners zijn binnen duidelijke grenzen vrij om hun dag in te delen. Sommigen zijn intensief met therapie bezig, anderen hebben vooral behoefte aan rust. Er is ruimte om te sporten, creatief bezig te zijn en om goed tot rust te komen.”
Wat vind je van Veteranendag?
“Het is een heel fijne dag. Ik heb er zelfs mijn vakantie voor uitgesteld. Je hoort er echt bij: je ziet je oude maten terug en het is altijd ontzettend gezellig. Vaak kom ik mensen na een jaar weer tegen, en dan voelt het alsof we elkaar gisteren nog hebben gezien. Iedereen heeft daar zijn eigen verhaal en beleeft dat op zijn eigen manier, maar toch is er een sterke saamhorigheid. Daarom kom ik elk jaar.