Henk over zijn werkstraf bij het Leger des Heils

'IK MOET VOOR STRAF AAN DE BAK'

label.probation Tekst: Ellen Weber

Beugels in elkaar schroeven en potpourri in zakjes doen. Drie dagen per week komt Henk* een paar uur werken op de inpakafdeling. Henk heeft een werkstraf van 240 uur. Toen de zitting plaatsvond, lag hij aan de beademing op de intensive care. (Hoe dat zo gekomen is? Dat vertelt hij liever niet.) Zijn neef had nog aan het Juridisch Loket doorgegeven dat hij er niet bij kon zijn, maar het vonnis was onverbiddelijk. Henk kreeg het maximumaantal uren taakstraf.

Zittend werk

Na een week detentie legde Henk zich bij de situatie neer. Tijdens de eerste afspraak met werkstrafbegeleider Charles vertelde hij over zijn gezondheidssituatie. Charles gaf hem zittend werk op de inpakafdeling. Henk hoeft niet te tillen. Als Henk te veel loopt te hijgen, dan zegt Charles: “Rustig aan, hè.” En als Henk zich ‘s ochtends echt beroerd voelt, dan belt hij Charles. “Dan mag ik de uren een dag later komen inhalen.” Henk werkt tussen de drugsverslaafden, terwijl hij zelf nog nooit heeft geblowd. Maar dat is geen probleem. De sfeer is goed, tijdens de inpakwerkzaamheden maakt hij een praatje met collega’s. “En mijn werkbegeleider is vriendelijk. Eigenlijk is het geen straf om hier te werken.”

"..ik leer ervan."

Dit is mijn straf

Henk woont op een kamerflat in Utrecht Overvecht, zit in de schuldsanering en heeft door corona even wat minder contact met familie. “Natuurlijk is dit geen hobby, maar ik ben er zo wel even uit. En ik leer ervan. Ik heb iets gedaan wat niet mag en ik besef dat ik het nooit meer moet doen. Dit is mijn straf. Na vandaag moet ik nog 168 uur.”

*Henk is een gefingeerde naam