Gestuntel in de gevangenis

Column uit de Reclassering

label.probation Tekst: Pia Hoff

Gestuntel in de gevangenis

Peter belooft me te waarschuwen als hij een interessante zaak heeft. Omdat ik de training nieuwe RISC (risico-inventarisatie) aan toezichthouders ga geven, wil ik een keer meelopen met een ervaren adviseur om te weten hoe zij met de nieuwe RISC werken. Die donderdagochtend komt hij vragen of ik over een uurtje mee kan naar het PPC Scheveningen (Penitentiair Psychiatrisch Centrum). Lijkt een interessante zaak.

“Ik ben er nu niet op gekleed eigenlijk,” zeg ik “dus misschien hebben we gedoe bij het binnenkomen.”
“Geeft niks,” zegt Peter “we gaan ruim op tijd.”

Na de ID-check bij het loket gaat de eerste deur open, naar de ruimte met de kluisjes. We proppen onze jassen en tassen in een kluisje. Peter doet zijn riem af, legt die samen met zijn papieren in een bak op de lopende band en loopt pieploos door het poortje. Intussen heb ik al mijn kracht nodig om mijn laarzen uit te krijgen. Uitgerekend mijn enige laarzen zonder rits. Maar zeker dat die gaan piepen, dus moeten ze uit. Dan riem af. Vest uit, want daar zitten metalen knoopjes aan. Even proberen. Nee, alle rode lichten en piepers schreeuwen dat ik nog te veel metaal aan me heb. Horloge af, armband af, ring af. Opnieuw proberen. Blijft piepen. Tja, er zit ook een metalen rits en knoop aan mijn jeans. Misschien kan ik mijn bril nog afzetten? Nee, nog niet genoeg. De mannen achter het loket kijken geamuseerd toe.

Ik loop naar hen toe. “Wat nu? Ik ga echt niet méér uittrekken.” 

“Beugel-BH zeker?” zeggen de mannen.

“Kan kloppen, maar die ga ik niet uittrekken.”

“Dan roepen we iemand om je te fouilleren.”

Peter blijft de rust zelve. “Geen probleem,” zegt hij “tijd genoeg. Ze moeten een vrouw laten komen om je te fouilleren.” Na een kwartier komt er inderdaad een vrouw die mij meeneemt in een apart kamertje. De deur blijft open en haar mannelijke collega gaat in de deuropening staan. Wel met zijn rug naar ons toe. De vrouw vraagt of ze me overal mag aanraken. “Wat moet dat moet,” zeg ik.

Eindelijk klikt dan de zware ijzeren deur voor ons open. We lopen door een lege ruimte naar de volgende deur, waarachter weer een lege ruimte is en weer een deur. Daardoor komen we buiten, op een smalle strook tussen het gebouw en het volgende hek. Na even wachten klikt ook dat open. We volgen de groene streep over een luchtplaats naar een volgend hek met een deur die ook openklikt. Een plein oversteken en dan gaat de deur open naar het gebouw waar we moeten zijn. Maar daar is weer een loket, met een poortje een lopende band.

“ID of paspoort,” zegt de vrouw achter het loket. Peter legt zijn ID in het schuifbakje. Hij kijkt mij aan. Ik kijk hem aan. En dan de vrouw achter het loket.

“Beetje stom,” zeg ik voorzichtig. “Ik heb mijn ID in die kluis aan het begin gedaan. Even niet aan gedacht dat ik hem nog nodig zou hebben…” Ik zie mijn eigen schaapachtige blik in het glas van het loket.

“Dan moet je die gaan halen,” zegt de vrouw. “Ik bel wel even, dat ze je niet opnieuw hoeven te fouilleren.”

“Weet je wat,” zegt Peter, “ik loop vast door, dan kunnen ze onze gedetineerde vast oproepen.”

Over Pia
Ruim 13 jaar werk ik nu bij de reclassering. Daarvoor heb ik 17 jaar met oorlogsgetroffenen gewerkt. Je zou denken een omslag van slachtoffers naar daders. Dat is ook zo, maar ik heb in die 17 jaar ook heel wat daders ontmoet en de afgelopen 13 jaar vele slachtoffers. Er is altijd een verhaal met meerdere (onvermoede) kanten dat je moet kennen om de beweegredenen en de keuzes van iemand te begrijpen.

Dit jaar ben ik zestig geworden en ik had nooit gedacht dat dit zo’n mooie leeftijd is. In de kracht van mijn leven, vol energie en mèt die wijsheid die met de jaren komt, voelt de tijd die ik voor de boeg heb als een grote rijkdom. De interesse voor mijn werk, zowel met slachtoffers als met daders, komt voort uit dezelfde passie als mijn liefde voor literatuur. Vanuit mijn zoektocht naar wat mensen beweegt: wat maakt hen tot wie ze zijn, wat brengt hen ertoe te doen wat ze doen? Ten kwade of ten goede? En daar dan woorden voor vinden die inzicht geven, verhelderen en prikkelen tot nadenken.