Even zitten

Column

Reclassering Tekst: Sofie Derks

“Hoppa, nog eentje!” Na een paar slechte jaren won het Nederlands elftal eindelijk een paar wedstrijden op rij tijdens de kwalificatierondes voor het EK. Oké, het was niet de moeilijkste poule, maar we wonnen gelukkig ook een keertje van Duitsland (inmiddels weten we dat we desondanks niet zo ver zijn gekomen). Ik sprong soms op, schreeuwde af en toe wat ongevraagd advies naar de tv, en juichte bij elke mooie acrobatische actie. Meneer bleef daarentegen bewegingsloos zitten in zijn stoel. Misschien werd zijn enthousiasme getemperd door zijn hoge leeftijd, flinke doofheid en versleten knieën. Maar waarschijnlijk kon het hem gewoon niet zo veel schelen. Los van elkaar hadden we waarschijnlijk een biertje gepakt voor bij de wedstrijd, maar samen was dat niet zo op z’n plaats. Op bezoek bij opa? Nee, bij een gepensioneerde man veroordeeld wegens een pedoseksueel zedendelict.

De man was eenzaam. Althans, volgens de gemiddelde beoordeling van buitenaf. Vlak vóór de veroordeling overleed zijn vrouw na veertig jaar huwelijk. Vlak ná de aanhouding verloor hij het contact met zijn dochters, schoonzonen en kleinkinderen. De slachtoffers waren bekenden van de familie. Hoe kun je in hemelsnaam weer tot elkaar komen na zoiets? Of is het overboord gooien van één bemanningslid nou eenmaal de noodzakelijke prijs die betaald moet worden om de rest –voor zover mogelijk- te kunnen redden? Hij bleef alleen achter in een cel en later in een ouderenappartement, met teveel kamers die leeg bleven staan en twee parkieten. Zelf zei hij overigens structureel en stellig zich helemaal niet eenzaam te voelen.

Toch zagen wij als reclassering het als onze missie om een sociaal isolement te voorkomen. Volgens ‘de theorie’ is dat namelijk één van de voornaamste risicofactoren voor zedendelinquenten om in herhaling te kunnen vallen. Probleem was alleen dat deze man helemaal niks of niemand wilde. En de straat niet op durfde uit angst herkend te worden en om dan –zoals al een keer eerder gebeurd was- in elkaar geslagen te worden. Op een gegeven moment kende ik zowat alle Google-uithoeken voor ouderen uit m’n hoofd maar hij was onder geen beding te bewegen tot welke kaart-, eet-, dart-, fiets- of reisclub dan ook. Als tegenreactie begon hij mij vervolgens ook flyers terug te geven over allerlei sport races met een verborgen ondertoon dat ik vooral lekker zelf maar wat moest gaan doen met mijn leven, haha. Zo vormden we uiteindelijk samen een niet zo succesvol evenementenbureau. 

Het hoogst haalbare bleek het halen van een visje op de markt en het bezoeken van een spelletjeswinkel, waarop hij besloot een modelbouw set te kopen om die vervolgens zelf –terug getrokken en alleen- in elkaar te zetten. Hij kon uitstekend ouwehoeren over niks en over van alles, maar interesses? “Nee, die heb ik niet”, was altijd het antwoord. Zelfs zijn behandelaar verontschuldigde zichzelf voor het niet kunnen vinden van een betere omschrijving over hem dan een ‘lege huls’. Waar ik een ieder ander ervan zou verdenken hele gesprekken te voeren met die parkieten in huis, durf ik die inschatting bij hem niet eens te maken. Want wat zou hij dan te zeggen hebben? De stilte werd meestal gevuld door de videoclips van MTV op de achtergrond.

En leuk die theorieën, en uiteraard erg handig als fundament voor ons werk en voor onze risico-inschattingen, maar een theorie is nooit 1-op-1 toepasbaar op een willekeurig individu. Trekken aan een dood paard lijkt in ieder geval niet zo zinvol, mocht daar ook ooit een theorie over opgemaakt zijn. In dit geval pleegde de man de delicten in een periode dat hij nog wél collega’s, familie en vrienden om hem heen had en bood dat netwerk júist toegang tot de slachtoffers, waarmee je je kunt afvragen in hoeverre zijn ‘eenzame  bestaan’ van nu een hoog risico vormt.   

Dus, onder het mom van wat ik denk dat mensen leren tijdens een cursus Mindfulness, en omdat ik er he-le-maal klaar mee was, ben ik maar…gewoon gaan zitten. Om een potje voetbal te kijken. Eigenlijk niet eens zo verkeerd midden op een werkdag. Hij had voor de gelegenheid taartjes van de bakker gehaald. Misschien de oudste truc in het boek van de kinderlokker met lange regenjas, maar binnen de context dat ik geen kind ben en hij mij verplicht als bezoek moet ontvangen, noem ik het toch maar gastvrijheid. Of zou hij dan toch stiekem wat gezelschap wel op prijs stellen? Ik krijg een sprankje hoop, maar ik heb werkelijk geen idee.  

Over Sofie
Soms omvat een werkdag zware stof om te verteren. Maar als ik met anderen praat over hun verkoop van ‘iets’ of het behalen van één of andere target, hoor ik dat mijn werkdagen vaak ook kunnen klinken als komische cartoons. En dan ben ik dankbaar om onderdeel te zijn van de chaos, de verdrietige werkelijkheden, de felle discussies die soms nodig zijn om muren af te breken, en het lachen met collega’s om wat we allemaal meemaken. Nu vier jaar werkzaam als reclasseringswerker bij het Leger des Heils neem ik, wie het lezen wilt, graag mee in deze bijzondere belevingswereld. Weer eens wat anders dan een formeel geanalyseerd advies aan een rechtbank, ook fijn!