Reclassering

Alles in zicht

Een column van Lucy. Lucy Schipstra is reclasseringswerker en gedragstrainer bij Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering in Arnhem.

Nieuws 08 september 2022 Tekst: Lucy Schipstra / Beeld: Jacqueline de Haas

De touwtjes van zijn capuchon zijn zo strak aangetrokken dat ik nog net zijnwenkbrauwen kan zien. Het liefst zou hij zijn mondkapje ook nog voorhouden. Alles aan hem straalt uit: ‘Jij komt niet binnen bij mij.’ Hij komt voor de tweede les van de training die door de rechter aan hem is opgelegd. Hij moet een training cognitieve vaardigheden volgen voor mensen met een licht verstandelijke beperking. De les gaat over ‘eerst denken, dan doen’. Of: Wat kun jíj doen in lastige situaties om te zorgen dat je niet in de problemen komt?

Alles aan hem straalt uit: ‘Jij komt niet binnen bij mij.’

Aan die ‘jij’ komen we nog niet echt toe vandaag. De start is stroef. Ik doe maar niet moeilijk over die capuchon en probeer vooral naar hem te luisteren. Dan komt er een stroom van onsamenhangende woorden over de rand van zijn mondkapje. Ik begrijp niet alles, maar krijg wel een beeld van hoe hetleven voor hem voelt: afwijzing, veroordeling, discriminatie, onrecht, eenzaamheid. ‘Het maakt niet uit wat ík doe, ze hebben toch al een beeld van me. Ze kijken in m’n dossier en dan blablabla bzzbzzbzz.’ Zijn handen maken bijpassende blaat-gebaren. Voor hem is de conclusie duidelijk: mensen zijn niet te vertrouwen. En die van politie en justitie al helemaal niet.

Terug op kantoor lees ik m’n mail: In verband met de privacywet (AVG) wordt bij een aanhouding door de politie niet meer standaard de informatie van de verdachte doorgegeven aan de reclassering. ‘Wat onhandig!’, is mijn eerste gedachte. ‘Hoe kunnen we als reclassering een goed advies aan het OM geven over een passende straf of juist nodige hulpverlening, als we maar beperkte informatie hebben? Moeten we dan alleen afgaan op het verhaal van de verdachte?’

Voor hem is de conclusie duidelijk: mensen zijn niet te vertrouwen.

Dan denk ik aan Justin, met z’n hoodie. En ik probeer te bedenken hoe het moet zijnals mensen je leven lang zomaar kunnen lezen over alle foute of onhandige keuzes die je hebt gemaakt, nog voor ze je hebben ontmoet. Bij het afscheid gaf hij me een onverwachte glimlach en zei: ‘Stuur je me een dag van tevoren weer een appje, dan denk ik eraan.’ Misschien laat hij de volgende keer een streepje meer van z’n gezicht zien.