Zullen we een beetje meer 'majoren'?
Ma-jo-ren werkw. (majoort, heeft gemajoord)
1 belangeloos iets goeds doen voor een ander;
2 je met hart en ziel inzetten voor het goede.
Majoor Bosshardt kon het als geen ander. Ze kon hoop brengen, geloof uitstralen en liefde geven. Altijd zag ze de ander zoals die was en als iemand hulp nodig had, gaf ze die, zonder voorwaarden of verwijten. Dat is het erfgoed dat we kunnen doorgeven door samen te majoren.
Zo zijn er heel wat manieren te bedenken om te majoren. Majoor jij vandaag met ons mee?