Majoren
Majoren

Zullen we een beetje meer 'majoren'?

Ma-jo-ren werkw. (majoort, heeft gemajoord)
1 belangeloos iets goeds doen voor een ander;
2 je met hart en ziel inzetten voor het goede.

Majoor Bosshardt kon het als geen ander. Ze kon hoop brengen, geloof uitstralen en liefde geven. Altijd zag ze de ander zoals die was en als iemand hulp nodig had, gaf ze die, zonder voorwaarden of verwijten. Dat is het erfgoed dat we kunnen doorgeven door samen te majoren.

Zo zijn er heel wat manieren te bedenken om te majoren. Majoor jij vandaag met ons mee?

Kijk naar elkaar om

Weet jij wie er bij jou in de straat woont? Zie jij hoe het met jouw buurt gaat?

Bezoek deze week eens een alleenstaande buurman of buurvrouw, of maak tijd voor een praatje op straat. Met een klein gebaar maak jij al een verschil in jouw eigen buurt. Want vaak zit het majoren juist in de kleine dingen.