Kapiteins Fikse nemen na ruim 10 jaar afscheid van Kampen

06-06-2018

Op zondag 17 juni nemen de kapiteins Aalt en Tertia Fikse afscheid van Kampen. Na ruim 10 jaar verantwoordelijk te zijn geweest voor het Leger des Heils in Kampen en omgeving, krijgen zij een nieuwe aanstelling. De Fikses worden overgeplaatst naar Zuid-Limburg. Hun werk wordt overgenomen door luitenant Eric Kamperman uit Lelystad en envoy Ellen Steenbergen uit Zwolle. Kapiteins Aalt en Tertia Fikse gaan wonen in Heerlen en krijgen naast een kerkelijke gemeente, een regionale functie. Fikse: “Binnen het Leger des Heils krijgen officieren 'vaarwel'. Dat betekent dat je overgeplaatst wordt. We zien het als een nieuw avontuur, maar tegelijkertijd doet het pijn om korps Kampen en de bijbehorende buitenposten en projecten los te laten. In tien jaar hebben we geweldige mensen mogen ontmoeten. We zijn dankbare mensen omdat wij in de ruim 10 jaar in Kampen en omgeving veel zegeningen mochten meemaken en ook veel mochten leren. Dat laatste nemen we zeker mee naar onze nieuwe werkplek”. Vanuit Kampen hebben de Fikses aan de wieg gestaan van allerlei nieuwe initiatieven: op Urk en in Emmeloord een geloofsgemeenschap en inloophuis Bij Bosshardt, in IJsselmuiden het inloophuis Koffie Puur, in Genemuiden het inloophuis ’t Kruispunt en in Wezep ontmoetingscentrum ‘De Klinker’. Voordat zij in Kampen en omgeving gingen werken, verbleven de Fikses 15 jaar in Suriname. Daar werkten zijn ook al voor het Leger des Heils. De afscheidsdienst heeft plaats op zondag 17 juni in de aula van het Ichthus college, Jan Ligthartstraat 1 te Kampen. Aanvang is 10.00 uur.

Aalt en Tertia Fikse verhuizen daarna op 26 juni 2018 en worden samen verantwoordelijk voor korps Treekbeek (gemeente Brunssum). Daarnaast zal Aalt Fikse als Regio-officier proberen de verschillende afdelingen van het Leger des Heils, zoals het maatschappelijk- en kerkelijk werk in de provincies Limburg en Brabant nauwer met elkaar te laten samenwerken. Fikse; "Als Leger des Heils staan wij voor de heelheid van de mens. Wat heb je er aan als je iemand kleedt en voedt, maar geen rust voor zijn ziel aanbiedt? Geestelijk en maatschappelijk werk gaan hand in hand. Het is eigenlijk als twee benen waar een mens op loopt. Je zet de ene voor de andere en zo, om en om, komt iemand in beweging. Beide benen zijn van belang om een mens vooruit te helpen. Zo zien wij hulp aan mensen, maar ook het doorgeven van de liefde van God als twee noodzakelijke 'benen' om een mens vooruit te helpen." Aalt en Tertia Fikse willen naast hun taken ook heel graag gaan pionieren om zo in Limburg op nieuwe plekken de doelstelling van het Leger des Heils vorm te geven.

Achtergrond informatie: Aalt Fikse werd in 1969 geboren als zoon van een boerenechtpaar dat lid was van het korps van het Leger des Heils in Elburg. Toen Aalt 18 was koos hij voor een onderofficiersopleiding bij de Koninklijke Marechaussee. Op een bijzondere wijze bracht zijn vader zijn toekomstige bruid Tertia Vlaardingerbroek mee naar de boerderij. Pa Fikse was met trekker en wagen naar de rommelmarkt van het Leger in Elburg geweest en had daar Tertia en haar vriendin ontmoet. De twee meiden voelden wel voor een ritje op de kar en zo belandden ze uiteindelijk op de boerderij waar Aalt was. Van het één kwam het ander en een paar jaar later trouwde het stel. „We maken nog wel eens het grapje dat Tertia mij van de rommelmarkt heeft.”

Tertia Vlaardingerbroek is geboren in Emmeloord, maar verhuisde al snel met haar ouders naar ’t Harde. Ze volgde de kappersopleiding in Utrecht en werkte een aantal jaren als kapster in Ermelo. Tertia komt vanuit de Gereformeerde kerk, maar kwam als kind in aanraking met het jeugdwerk van het leger des Heils en zo ontstond haar interesse.

Vanwege zijn werk als militair gingen Aalt en Tertia in Harderwijk wonen. Beiden werden daar actief in het Leger des Heils dat daar in opbouw was. „Maar al gauw ervoeren we dat God méér van ons verlangde. We hadden al eens wat rondgekeken naar mogelijkheden om bijvoorbeeld in kindertehuizen te werken, toen we geconfronteerd werden met het werk van het leger in Suriname. Dat is het uiteindelijk geworden.”
Het echtpaar Fikse had geen opleiding tot officier bij het Leger des Heils genoten, maar overtuigde de leiding van dit vredesleger met een enorme gedrevenheid. Gevolg was dat Aalt en Tertia hun huis verkochten, baan opzegden en in januari 1993 als ‘leken’ naar Paramaribo vertrokken. Vanuit het korps in het centrum van de stad werden ze gedetacheerd naar een buitenwijk om daar in een kleine kerkelijke gemeenschap van zo’n tien tot vijftien mensen het werk van het Leger des Heils verder op te zetten. Het werd voor de komende veertien jaar hun standplaats.
Na een aantal jaren, waarin inmiddels hun eerste kind was geboren en een tweede op komt, besloot het echtpaar Fikse om zelf ook in de betreffende buitenwijk te gaan wonen, onder de mensen die ze wilden dienen. Een besluit dat ze in ieder geval ook wel eens betreurden, omdat ze tot twee keer toe binnen een half jaar te maken kregen met een gewapende overval.
„De eerste keer hoorde ik ‘s nachts gerommel. Met een stuk hout en veel lawaai ben ik naar beneden gegaan, in de hoop en verwachting dat de inbrekers op de vlucht zouden slaan. Maar die bleken niet erg onder de indruk. Ze schoten met een geweer met afgezaagde loop, zodat ik mij wel even stil ging houden. Mijn vrouw kwam ook op het rumoer af, waarna we beiden onder schot werden gehouden, terwijl een tweede man rustig doorging met het zoeken naar geld. Uiteindelijk gingen ze weg.”

De tweede overval was nog gewelddadiger. De Fikses waren enkele kilometers vanaf huis toen ze een melding kregen dat het alarm bij het centrum af ging. Na een korte autorit kwamen ze bij hun huis, waar ze drie jonge kerels over het hek zagen wegvluchten. Aalt Fikse: „Ik ging naar het gebouw toe, terwijl mijn vrouw en kind in de auto bleven. Plotseling kwamen de drie mannen echter terug en namen mijn vrouw en dochter in gijzeling. Eentje bleef bij hen, terwijl de andere twee mij het hele huis doorsleepten en wilden dat ik geld zou geven. Ze dreigden mijn dochter dood te schieten. Dat heeft ongeveer een half uur geduurd. Uiteindelijk wilde ik enerzijds wel toegeven, maar was ik ook bang dat ze dan boos zouden worden omdat het zo lang had geduurd. Net op het moment dat ik echt niet meer wist wat te doen klonk er vanuit het donker een schot. De drie mannen sloegen op de vlucht. Tot op de dag van vandaag weten we niet wie dat schot heeft gelost. De zes jaren daarna hebben we ook geen enkel probleem meer gekend in die wijk. We hebben het ook ervaren als een geestelijke aanval. Het was enorm bemoedigend dat ook vanuit andere kerken mensen ons kwamen steunen en met en voor ons kwamen bidden.”

Na de geboorte van hun tweede kind, een zoon, werd het echtpaar Fikse geconfronteerd met twee spontaan voortijdig afgebroken zwangerschappen. Het veranderde niet hun leven en passie. „We hebben God hiervoor nooit verantwoordelijk gesteld. Zodra wij als mens de ‘waarom-vraag’ gaan stellen, proberen we vaak een schuldige, een veroorzaker, aan te wijzen. Die is er niet en zeker God niet. Zijn schepping was perfect, maar werd verstoord. Het uurwerk loopt door een beschadiging niet meer zoals het door de maker is bedacht. Daar ben ik, zijn wij, onderdeel van.”
In 2007 was naar hun eigen idee het ‘geestelijk ondernemen’ in Suriname afgerond. Enkele jaren daarvoor mochten ze uit handen van de President van Suriname een ridderorde in ontvangst nemen. Het opbouwproject in de wijk waarin zij woonden en werken werd afgerond en kon door een ander worden overgenomen en het werk op die plek voortzetten. Na terugkeer in Nederland kreeg het echtpaar de luitenant-ster en werden Aalt en Tertia dus officieel officier van het Leger des Heils. „Beter dan bij de Marechaussee, waar ik wachtmeester was”, grapt Fikse. De rang zegt hem overigens niet zo veel. „In dit leger gaat het niet om carrière. De Generaal verdient bij wijze van spreken evenveel als ik.”
De nieuwe standplaats werd Kampen, waar ook hun derde en vierde kind, twee zonen, werden geboren. De Fikses troffen in de oude Hanzestad aan de IJssel een goed functionerende kerkelijke gemeenschap aan. „Samen met de korpsleden mochten we steeds meer naar buiten toe gericht zijn. Zo kan de warmte van een gemeenschap behouden worden en aan de andere kant openstaan voor nieuwe gezichten uit de samenleving. Dat is de missie van het Leger des Heils en daarvoor hebben we ons ook ingezet.”

Uitgaande van de gedachte dat ‘mensen zich de warmte van een groep gelovigen beter kunnen herinneren dan een preek’ richtten de  Fikses zich vooral op de samenleving van Kampen en dan met name op de mensen die buiten de boot dreigden te vallen. Aan de Boven Nieuwstraat worden mensen opgevangen. Fikse stond bij de brand die enkele jaren geleden het leven kostte aan vier kinderen van een groot gezin. Het gezin werd daarna voor een jaar opgenomen. In de winter worden bij extreme kou de laatste daklozen van de straat gehaald.
Afwijzing is een enorm probleem in kerk en samenleving. Massa’s mensen lopen beschadigingen op in relaties, ouderschap, werk en kerk. Ze voelen zich aan de kant gezet en lijden ook onder hun eigen oordeel gefaald te hebben. „Juist voor die mensen willen we er zijn”, aldus Aalt Fikse. Hij vertelt over de initiatieven om vanuit Kampen samenkomsten te houden in Emmeloord en op Urk. „We noemen het geen kerkdiensten, maar geloofsontmoetingen. Toen we op Urk wilden beginnen werden we door iedereen heel vreemd aangekeken. Urk had toch zeker al kerken genoeg? Klinkt logisch, totdat je beseft dat er ook op Urk heel wat mensen zijn die niet op een zoveelste kerk zitten te wachten, maar die een warme ontmoeting met anderen zoeken. Velen hebben de kerk verlaten, maar willen nog wel bezig zijn met het geloof. Ik zeg wel eens: Deze mensen hebben niet de kerk verlaten, maar de kerk heeft de samenleving verlaten. Momenteel bezoeken zo’n vijftig mensen de geloofsontmoetingen op Urk. Daar zijn ook mensen bij die leven in een enorme spagaat. Enerzijds staan ze in het leven van alledag, anderzijds in een strak kerkelijk keurslijf. Dat verscheurt. Bij ons is die scheiding er niet. In Emmeloord is er halverwege de ‘dienst’ is er een pauze met koffie en het onderlinge gesprek. Toen de geloofsontmoetingen op Urk nog in een sportkantine werden gehouden, gingen de kinderen na het Bijbelverhaal een potje voetballen in de gymzaal. We werden wel de voetbalkerk genoemd. Ik vond het prima.”

„Elk mens kan en mag actief zijn in het Koninkrijk van God”, meent Fikse. „Wij zijn een soort arbeidsbureau op dat gebied. Op Urk hoeven we niet direct aan te komen met Bijbelstudies. Dat weten ze allemaal wel. Ze willen daar gewoon aan het werk. Iets dóen. Dat geldt vooral ook voor mensen die zich door de maatschappij afgeschreven voelen. Zo kunnen ze getuigen van hun geloof.

Naast Emmeloord en Urk zijn er inmiddels ook initiatieven ontstaan in IJsselmuiden (inloophuis Koffie Puur), Genemuiden (inloophuis ’t Kruispunt met daarnaast wekelijkse geloofsontmoetingen) en Wezep.