Zout & Licht

01-12-2020

Gaven van de Geest

De komende maanden zal ik in dit voorwoord stilstaan bij onze opdracht om zout & licht te zijn (Matteus 5:13-16). Deze maand kijken we daarbij naar de gaven van de Geest.

De bijbel leert ons dat iedere christen één of meerdere geestelijke gaven heeft. Wellicht dat de verzen vier en vijf van hoofdstuk 12 van Paulus brief aan de Romeinen ons helpen te begrijpen waar het om gaat: ‘Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen.’

Ik heb begrepen dat een aantal jaren geleden in het korps al eens een zogenaamde gaventest is aangeboden. Daarnaast en aanvullend is het altijd goed om in de praktijk te ontdekken welke gaven God je heeft toebedeeld. Je merkt het vaak doordat dingen je gemakkelijk afgaan, doordat je inzet voor een bepaald facet echt vruchten afwerpt en vaak ook doordat anderen bevestigen dat je ergens (waarschijnlijk) een gaven voor hebt.    Het is heel belangrijk en effectief voor ons christenen om onze gaven (1) te ontdekken, (2) ze te ontwikkelen en (3) er mee te woekeren. Als je weet waarvoor je geschapen bent (welke gaven je hebt), kun je je tijd en energie inzetten voor die gebieden waarvoor we door God geschapen zijn en kun je andere dingen aan anderen over laten.

Een bepaald percentage christenen heeft de gave om te evangeliseren. De meeste onderzoeken op dit gebied komen uit op ongeveer tien procent. Dat betekent dus dat negentig procent van de christenen de gave van evangelisatie niet heeft! De vraag is dan: Hoe kunnen zij, die de evangelisatiegave niet hebben, tóch een goede getuige van Christus zijn? Want die opdracht geldt voor iedere christen. Zowel voor die 10% die hiervoor een speciale gave heeft, alsook voor anderen die ergens anders gaven voor hebben.

Mede door de coronamaatregelen voelen velen christenen zich om het hand wat betreft ons christen-zijn. Zo veel van de gebruikelijke dingen zijn er niet of anders en/of in aangepaste vorm. De volgende maand hoop ik in dit voorwoord praktische handvatten aan te kunnen reiken om zout & licht te zijn, juist in de gegeven omstandigheden. Handvatten waar we allemaal iets mee kunnen.

Gave van evangelisatie

Wie de gave van evangelisatie hebben ontvangen, evangeliseren graag. Ze doen niets liever dan met mensen praten over Jezus, over de Bijbel, over het geloof. Als ze een hele dag met niemand over het evangelie hebben kunnen praten, hebben ze – voor hun gevoel – een slechte dag. Ze voelen ook goed aan welk aspect van het evangelie voor de ander van belang is. Ze onderkennen of vergeving van zonden, vertroosting in verdriet of heling van verwondingen nodig is, dan wel kracht om een bepaalde zonde te overwinnen of hoop op de toekomst of zingeving aan het leven of gemeenschap in een wereld van eenzaamheid, enzovoort.    

Ze voelen haarfijn aan wanneer iemand ‘eraan toe’ is om een beslissing voor Christus te nemen. Met andere woorden: Ze proberen niet een onrijpe vrucht te plukken. Ze voeren ook een echt tweegesprek met de ander. Dat wil zeggen dat ze de ander niet vermoeien met een monoloog, maar voortdurend aftasten of de ander vragen heeft, opmerkingen of tegenwerpingen, waarop ingegaan moet worden. De ander haakt dan ook niet af, maar blijft bij het gesprek betrokken. Blijft geïnteresseerd in het gesprek. En wie de gave van evangelisatie heeft, leidt regelmatig mensen tot het geloof in Jezus Christus.

De Geest gebruikt deze gave om mensen tot bekering te brengen. Kortom: wie de gave van evangelisatie heeft, evangeliseert graag en doet dat goed! Maar… niet iedere christen heeft die gave ontvangen. Ikzelf heb deze gave bijvoorbeeld niet. Kennen wij de mensen met deze gaven uit ons korps? Ik zei het al eerder: diverse onderzoeken wijzen uit dat zo’n 10% van de christenen deze gave heeft.

Volgende keer zal ik iets schrijven over de opdracht en kansen voor die andere 90% van de christenen die – net als ik - niet de gave van evangelisatie hebben. Zij hebben andere gaven. Ik verklap nu maar vast dat het ons niet ontslaat van de opdracht om zout en licht te zijn. Met het kerstfeest in het vooruitzicht hebben we kansen te over om op onze eigen manier iets van Gods liefde en nabijheid te laten zien in de (kleine) wereld om ons heen.

Gods zegen en moed daarbij gewenst: ‘Jij in jouw klein hoekje, en ik in ’t mijn…’.

Hartelijke groeten van Caroline en mij en hopelijk tot gauw ziens!

Rens