Voorwoord September

01-09-2020

Er is naar u gevraagd

In de roman ‘Job’ van Joseph Roth wordt verteld over een man, Mendel Singer. Hij was een onopvallende doodgewone alledaagse Jood, schrijft Roth. Hij gaf les in kennis van de Bijbel. Samen met zijn vrouw, drie zonen en een dochter woonde hij in Rusland.

Maar het verging hem als Job in het gelijknamige Bijbelboek. De oudste zoon ging in het leger van de tsaar, voor Joden een onreine omgeving. Zijndochter hield het met Russische soldaten en zijn jongste zoon was een ziekelijk kind dat niet kon praten. Zijn middelste zoon emigreerde naar Amerika.

Op een dag vertrok ook hijzelf met vrouw en dochter naar Amerika, waar het leven beter zou zijn. Hij liet de zieke jongste zoon en de zoon die in het leger zat achter in Rusland.

In Amerika wordt zijn leven echter niet beter. Zoon Sam sneuvelt tijdens de oorlog in Amerikaanse dienst, zijn vrouw sterft van verdriet, zijn dochter wordt geestesziek en zijn zoon in het Russische leger is onvindbaar. Met zijn jongste zieke zoon is geen contact. Als een soort klusjesman doet hij allerlei karweitjes.

Hij leeft in eenzaamheid en verwacht niets meer van het leven. Op een dag zegt iemand: ‘er wordt naar je gevraagd’. Dit dringt bijna niet tot Singer door, want wie zou er nog naar hem vragen? Al gauw wordt duidelijk wat het betekent. In de avond klopt een man bij hem aan. Het blijkt de jongste zoon tezijn. De jongen is genezen en heeft zich ontwikkeld tot een begaafd musicus. Nu zoekt hij zijn vader. Het leven van Mendel Singer krijgt een grote wending. Hij wordt weer mens met perspectief en waardigheid.

‘Er is naar u gevraagd’. is een verlossende vraag, die een mens weer grond onder de voeten geeft.

Bovenstaande verhaal doet ons hopelijk beseffenhoe belangrijk het is elkaar te zien. Elkaar als korpsgenoten, als leden van het Lichaam van Christus (korps Haaglanden) maar ook onze naaste buiten deze gemeenschap om. Wellicht dat de versobering van leven door de Corona maatregelen ons daar nog eens opnieuw bij bepaald hebben. Mij in ieder geval wel!

Wat ik mij ook gerealiseerd heb is wat ik nodig heb om die Bijbelse en Goddelijke opdracht vorm te (blijven) geven, namelijk een groep mede Christenen om mij scherp te houden. een gemeenschap die mij soms een spiegel voor houdt. Mensen waarmee ik kan oefenen om lief te hebben en tegen wie ik misschien van tijd tot tijd eens moet zeggen: ‘Er is naar u gevraagd’.

Langzaam starten er weer wat activiteiten vanuit ons korps op. We hopen u en jou daarbij ook weer te zien en ontmoeten. Voor anderen zal dat helaas (nog) niet mogelijk zijn.

Ontvang mijn hartelijke groeten en zegenwens,

mede namens Caroline,

Rens