Overdenking

In het plaatselijke kerkblad van korps Apeldoorn staat altijd een overdenking, geschreven door één van de leden. De boodschap van deze overdenking delen we graag met iedereen die onze website bezoekt.
image

Telt God (nog) mee?

De wereld is in een situatie terecht gekomen die we ons een jaar geleden nooit hadden kunnen voorstellen. Een pandemie met alle gevolgen van dien. Mensen die ziek worden; soms ernstig ziek. Mensen die aan deze ziekte overlijden. Gelukkig zijn er ook veel mensen die het Covid-19 virus weliswaar oplopen, maar er met lichte klachten ook weer 'goed' van af komen.

Ook hadden we ons niet kunnen voorstellen dat we geregeerd zouden worden door regels en maatregelen. Allemaal voor ons bestwil om zo snel en zo goed mogelijk van deze 'kwelgeest' af te komen.

Mij valt op dat getallen en aantallen heel belangrijk zijn geworden. We moeten tellen, tellen en blijven tellen. Niet meer dan drie personen per dag bij ons op visite. Nu zijn er eenzame mensen die het al heerlijk zouden vinden als er één persoon op een dag of om de dag zou langskomen. Maar goed… drie is de max. Buiten mogen we zelfs in groepjes van vier met elkaar optrekken en in de kerk met 30! Dat geldt ook voor onze samenkomsten.

In de Bijbel hebben getallen een diepere betekenis. Bij het getal 30 denk ik meteen aan de 30 zilverlingen die Judas neerlegde om Jezus aan te wijzen. Bij het horen van de onthoofding van de leraar in Parijs gingen mijn gedachten dan ook meteen naar Judas. Leerlingen die om geld de leraar aanwijzen. Het getal 30 in de Bijbel is geen getal dat een symbolische waarde heeft. Soms wordt het gezien als het bereiken van de volwassenheid. Afgeleid uit onderstaande teksten.

"Jozef was dertig jaar oud, toen hij voor Farao, de koning van Egypte stond" (Genesis 41:46). "Dertig jaar was David oud, toen hij koning werd" (2 Samuël 5:4). "En Hij, Jezus, was toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar" (Lucas 3:23).

Het is dan maar de vraag of Judas zich zo volwassen gedraagt in zijn ijver om Jezus aan te wijzen.

Het is te begrijpen dat wij als Leger des Heils ons moeten houden aan de regel van maximaal 30 bezoekers in de samenkomst. Het schrijnt als je mensen moet laten weten dat ze niet naar de dienst kunnen komen. Tegelijkertijd mogen we ons gezegend weten dat God, Jezus en Zijn Geest 'ongeteld' aanwezig zijn. Niet alleen in de samenkomst, maar bij iedere ontmoeting die we hebben. Het is aan ons om God mee te laten tellen. Niet in de aardse statistiek, wel in Hem erkennen, toelaten en ruimte geven om Zijn werk in ons leven en dat van anderen te doen.

"Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen." (Hebreeën 13:1-2)

Laten we gastvrij zijn naar God. Zodat wij gesterkt kunnen worden door Zijn nooit aflatende zorg voor ons.

En wat onze eigen gastvrijheid betreft: we geloven in betere tijden, we bidden erom. Zodat we straks met de woorden van een oud lied het weer kunnen laten zien en horen. Wie maar komen wil! Wie maar komen wil! Jezus schenkt verlossing, maakt de stormen stil; open staan de deuren van Gods heiligdom. Wie maar komen wil, o kom! (Lied 27 uit Liederen van het Leger des Heils 1985)