Kamperen in buitengewone Legersferen

Ontspannen en ook wat leren

Begin vorige eeuw zag het Leger des Heils in de padvinderij een goede mogelijkheid om jongeren actief bij het Legerwerk te betrekken. Hiermee was in Engeland in 1907 al een begin gemaakt door Baden Powell, oud bevelhebber uit het Britse militaire leger. Hij paste zijn verkenningswerk in spelvorm toe in jeugdgroepen. Zo gaf hij de jongeren een zinvolle vrijetijdsbesteding en bracht hij hen inzichten en vaardigheden bij voor hun toekomst.
image
Lunteren tijdens padvinderskamp 1932

Pionier met aandacht voor padvinderij

In navolging van Baden Powell introduceerde het Leger des Heils in Engeland de oprichting van scoutinggroepen. In 1913 werden ook in Nederland de eerste groepen geïnstalleerd. Om de groei van het jeugdwerk in ons land in goede banen te leiden, werd de energieke brigadier Jacq Bulterman aangesteld als landelijk jeugdsecretaris. Zijn speciale missie: de padvinderij die zich in Engeland zo succesvol ontwikkelde, in eigen land versterken en verder uitbouwen.

Hij ging zelf in Engeland op onderzoek uit, om ter plaatse te bekijken hoe de aanpak en werkwijze was opgezet. Zijn bevindingen zou hij mee terugnemen om ze toe te passen in de Nederlandse situatie. Men informeerde en inspireerde hem enthousiast over de kansen en mogelijkheden van de padvinderij voor de ontwikkeling en vorming van kansarme jeugd en hen daarmee voor te bereiden op een positieve toekomst.

Proeftuin voor padvinders-kampement

Bij wijze van proef richtte Bulterman van 18 juli tot 4 augustus 1921 een kampement in voor jongenspadvinders, waarvan hij ook de leiding op zich nam. Zomerkampen waren een uitstekende manier om met het verkennersspel te oefenen en daarna in praktijk te brengen.
Naar een geschikte plek hiervoor hoefde hij niet lang te zoeken. Een oom van zijn vrouw, Roel Zwerus, was namelijk landbouwer en Legerbroeder in Apeldoorn. En deze familie had hun boerenerf aan de Kampweg in de buurtschap Wiesel aan de noordkant van Apeldoorn. Daar was voldoende plaats en ruimte voor een dergelijk padvinderskampement.

Uitbreiding deelnemersgroepen

Aanvankelijk werd begonnen met zestien-persoons tenten. Later werden die vervangen door acht-persoons uitvoeringen. In totaal waren er twintig tenten, die plaats boden aan zo'n 160 personen. Met de mogelijkheid om per lokale padvindersgroep gezamenlijk een tent te gebruiken. Het kampement werd opgezet en ingericht tijdens een 'voorkamp' van een week, door padvinder- leiders en hun assistenten, die daarvoor wel ouder dan zestien jaar moesten zijn.
Het zomerkamp was aanvankelijk alleen bedoeld en toegankelijk voor jongens. Natuurlijk lag het voor de hand om het geheel uit te breiden met afzonderlijke meisjesgroepen en jongeren van andere jeugdafdelingen, zoals korpskadetten en jeugdmuzikanten. En kampen voor moeders en kinderen. Met in totaal vier kampweken in de maanden juli en augustus.

Een ware happening voor de jonge stedeling

De deelnemers kwamen hoofdzakelijk uit de Randstedelijke korpsen Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. De buurtschap bood hen een sfeervol schilderachtig landschap, te midden van een boerengemeenschap, omringd door heidevelden, bosschages, grasland en kabbelende waterlopen. Kortom een natuurlijke omgeving waar het buitenleven rustgevend was en pure ontspanning bood.
De dagelijkse activiteiten bestonden uit vlaghijsing, dagopening, corvee, instructies, sport en spel en een avondprogramma. Voor de padvindersgroepen waren er, behalve de gebruikelijke verkenners- activiteiten, ook muzikale oefeningen met hun trommels en signaalhoorns. Waarmee ze zich vervolgens lieten horen tijdens hun muzikale rondgangen door de buurtschap en daar buiten.

Van Kampweg naar Goorsteeg

In 1928 werden voor de achtste en laatste keer nog kampweken gehouden op het gastvrije adres aan de Kampweg in Wiesel. Twee jaren later, in 1930 werd het huidige kampeerterrein aan de Goorsteeg in Lunteren in gebruik genomen. Het werd aanvankelijk ingezet voor de padvinderij van het Leger. Dit terrein is in 1938 door het Leger aangekocht van Jonkheer Ocker Repelaer. Vanaf 1966 is het geheel bekend geworden onder de naam 'Jeugdbuitencentrum'. Tegenwoordig, na een grondige vernieuwing, het het 'Belmont'. Een verwijzing naar de melodie van een oud favoriet Leger des Heils Lied.

Geschiedenis bijna honderd jaar

Zeker niet oud of ouderwets zijn de hedendaagse kampeerweken zoals SPA, 'School of Performing Arts'. Daar krijgen dans-, zang- en muziekvormen op een eigentijdse, toekomstgerichte manier aandacht en ruimte. Al met al een fantastische traditie, die inmiddels al bijna honderd jaar voortdurend zijn meerwaarde heeft bewezen! Vanaf 1980 zijn het terrein en de multifunctionele groepsaccommodatie 'De Herberg' als 3-sterren Superior hotel en congrescentrum ook toegankelijk voor doelgroepen buiten het Leger des Heils werkveld.

Tekst: Henk Rensink

FOTO ONDER: PADVINDERSGROEP APELDOORN 1928

Apeldoorn-met-de-padvinderijgroep-anno-1928