De heilsstrijd in bezettingstijd

Door Henk Rensink

Aan het begin van elk jaar wensen mensen elkaar gewoonlijk het beste toe. Ook het Leger des Heils in Apeldoorn doet dat op woensdag 3 januari 1940 per advertentie in de plaatselijke krant. Adjudant Deurloo, de korpsofficier, bedankt de bevolking voor het vertrouwen in het Leger en wenst iedereen een rijk gezegend Nieuwjaar. Hij besluit met het profetische Motto voor 1940 ‘De heerlijkheid des Heeren zal geopenbaard worden’. Uiteraard niet wetende wat het komende jaar allen zal brengen.

Korpsofficier adjudant Pieter Deurloo

Het is vrijdagmorgen 10 mei 1940. Korpsofficier adjudant Pieter Deurloo meldt zich om 9.45 uur op het politiebureau om aangifte te doen. De distributie- en stamkaarten van zijn vrouw en twee jonge kinderen, Febe en Pieter blijken uit het woonhuis Beekstraat 14 te zijn ontvreemd. Ze zijn nodig voor het verkrijgen van levensmiddelen. Op weg van de Beekstraat naar de Deventerstraat komt hij allerlei mensen tegen in verwarde toestand met grote onzekerheid over wat iedereen te wachten staat nu de Duitsers Nederland zijn binnengevallen en zich ook in Apeldoorn vertonen. Doffe knallen weerklinken, vlakbij aan het kanaal. Militaire vliegtuigen komen onheilspellend overvliegen. Geruchten over landing van Duitse parachutisten doen de ronde. Op de radio volgt het ene onheilsbericht na het andere. Het Pinksterweekend nadert, maar bijna niemand die er nu nog het hoofd naar heeft staan.

De bezetting

 Niet veel later zal pas blijken dat de bezetting ook verstrekkende gevolgen gaat krijgen voor heel Apeldoorn en het daar gevestigde Leger des Heils. Omdat het Leger internationaal banden heeft met Engeland, wordt het op 29 maart 1941 door de bezetters botweg verboden en geliquideerd. Het Legergebouw moet op last van de Duitse autoriteiten worden ontruimd en afgesloten. Het korpswerk beëindigt. Alle bijeenkomsten en (openlucht) samenkomsten zijn verboden. De volledige eigendommen moeten worden overgedragen. Legerfondsen worden in beslag genomen. Het gebruik van uniformen, kaphoeden, petten, uitmonsteringen, vlaggen en de verspreiding van de Strijdkreet wordt verboden, evenals inzamelingen, openbare collectes en de bekende Kerstpotten. En ook de Legerpadvinderij met de naam ‘Ferdinand- Schoch-Groep’ moet stoppen. Alles met het doel: een volledige uitschakeling van de als Engels beschouwde Legerorganisatie. Maar het Leger zou het Leger niet zijn als er geen voortvarende oplossingen zouden worden bedacht en toegepast.   Liquidatiebericht

Liquidatiebericht

 Op de morgen dat het liquidatiebericht adjudant Deurloo bereikt, besluit hij samen met de officieren en heilssoldaten van het kinderhuis aan de Badhuisweg 129 allereerst daar een bidstond te houden. Omdat bijeenkomsten vanaf twintig personen verboden zijn, verdeelt hij op aanraden van de Legerleiding de korpsbevolking vervolgens in groepen van negentien mensen en belegt op verschillende huisadressen wekelijks bidstonden en huissamenkomsten. Hiervoor stelt hij per locatie leiding aan. Als leidraad voor de leiders van deze bijeenkomsten stelt hij gebedsbrieven samen. Ook verspreidt hij bemoedigende geschriften met als titel ‘Lichtboei-Flitsen’ voorzien van een lichtgevende vuurtoren en als afzender de ‘Heilspastorie’. De officiersrang ‘adjudant’ wordt veranderd in ‘evangelist’. Korps Zuid onder leiding van kapiteine C. M. Spierlings verhuist jarenlang naar de Christiaan Geurtsweg 170.

Samenkomsten

 Nadat het Leger zich statutair als aparte nationale stichting kan bewijzen, mag het in april 1941 als ‘Nederlandse geloofsgemeenschap’ toch weer volledige samenkomsten gaan houden en wordt de verzegelde korpszaal aan de Beekstraat ook weer vrijgegeven. Maar de viering van het volledig voorbereide 50-jarige korpsjubileum van woensdag 2 april, waarvoor de programmaboekjes al zijn gedrukt, is dan al in mineurstemming afgelast. Om de officieren en heilssoldaten toch een hart onder de riem te steken, schenkt een anonieme Legervriend (waarschijnlijk br. van Brero) op 10 juni het huis Boschlust, Sprengenweg 102 op de hoek van de Schuttersweg als ruimere gezinswoning voor de korpsofficieren.

Activiteiten

 Onder de gegeven omstandigheden organiseert het Legerkorps zoveel als kan allerlei activiteiten ook buiten het korpsgebouw. Op 1e kerstdag van 1941 speelt het muziekkorps onder grote belangstelling ontroerende kerstmuziek op het bordes van het Gemeentehuis aan het Raadhuisplein. Wellicht uit sympathie, of om sympathie te verwerven, geeft NSB-burgemeester Mr. den Besten hiervoor toestemming. Het motto waarmee het Leger de kerstgedachte aankondigt en uitdraagt in de krant luidt: ‘Vrede is niet afwezigheid van oorlog’, maar Vrede is: ‘aanwezigheid van God’. Zoals gebruikelijk speelt en zingt het muziekkorps als vanouds weer in het Julianaziekenhuis en levert ook een bijdrage aan de kerstsamenkomsten in het korpsgebouw.  

Openluchtsamenkomst

Tijdens Pasen 1940 opperde adjudant Deurloo voor het eerst om op eerste paasdag om 6.00 uur een openluchtsamenkomst te houden. Hij had Ds. Hardenberg van de Baptistengemeente bereid gevonden hieraan medewerking te verlenen. Om bijzondere redenen moest hiervan echter worden afgezien, zoals de krant vermeldde. Maar op 2 april 1942 kopt de krant met: ‘Heel Apeldoorn trekke op’. Liturgische dienst op Paasmorgen. Uitgaande van het Leger des Heils Beekstraat 16 zal op de eerste Paasdag om 8 uur een grote Liturgische Dienst worden gehouden op het Marktterrein. Medewerking hebben toegezegd: Ds. P. Visser, Herv. predikant, Ds. L. Schutte, Evang. Luthers, Ds. F. Nawijn, Geref. predikant, Ds. P.J. Mietes, Vrij Evang. predikant,  Ds. A.A. Hardenberg, Baptisten predikant, en Evangelist Deurloo. Naast het Legermuziekkorps zal ook Soli Deo Gloria de samenzang begeleiden. Een nogal gewaagde actie, want mannen tussen de twintig en veertig jaar moeten zich - volgens eerdere aankondigingen- melden voor dwangarbeid in Duitsland.

Het wordt echter een grote manifestatie waaraan ondanks de regen door duizenden mensen wordt deelgenomen. Met deze geuzendaad halen de organisatoren de woede van de Nationaal Socialistische Beweging op hun hals door demonstratief haar plannen te ‘saboteren’’. De NSB probeerde kort daarvoor namelijk via de Winterhulp sympathie te kweken door het uitdelen van een eenpansmaaltijd op het Marktplein. Ondanks de distributie en voedselschaarste komen er slechts enkele tientallen mensen op af. Dat de strekking van dit tegeninitiatief kennelijk niet door iedereen begrepen is, blijkt uit de gecombineerde gift in dezelfde maand van een Apeldoornse ingezetene van ƒ5.000, - voor zowel het Leger als de verfoeide Winterhulp. Burgemeester den Besten maakt ook een ‘gebaar’ en stelt vanuit het door de bezetters ingestelde ‘Maatschappelijk Hulpbetoon’ aan Kinderhuis de Enkstichting inbeslaggenomen gehamsterd bouillon beschikbaar.

Nieuwe veranderingen

 Zowel op gemeentelijk niveau als op korps- een aanverwant gebied worden veranderingen ingevoerd. Het aan de Badhuisweg gevestigde Kinderhuis van het Leger krijgt op 6 augustus 1942 een aanvulling met de komst van Kinderhuis Noordhorn vanuit Groningen met als directrice majoor van Echte. En neemt haar intrek in de grote villa, aan het Wilhelminapark nummer 7. Door de Duitse verordeningen wordt het Leger inmiddels gedwongen om de maatschappelijke instellingen juridisch los te koppelen van de kerkelijke (korpsactiviteiten) en deze onder te brengen bij de Utrechtse Stichting ‘De Opbouw’. Voor de dagelijkse praktijk krijgt deze ingreep gelukkig geen directe gevolgen.  

Korpsleiding

In de korpsleiding komt verandering door het vertrek van de adjudants Deurloo-Joosse en de komst van de majoors Nieuwenhuijse-Mudde, per 28 mei 1942. Nadat burgemeester Quarles van Ufford al eerder vervangen werd door den Besten, komt na ingrijpen van hogerhand NSB-collega Pont in het najaar aan het hoofd van de Gemeente te staan, die de ‘touwtjes’ van de bezetter kennelijk meer moet aanhalen, waar zijn voorganger dit onvoldoende deed.

Arbeidsvoorziening

Door tekorten in de Duitse arbeidsvoorziening worden mannen uit bezette gebieden gedwongen tewerkgesteld in fabrieken en werkplaatsen in Duitsland. Ook Apeldoornse mannen, waaronder heilssoldaten als Bakker, Garretsen, Geyteman, van Laar en Leemkuil worden opgepakt en onder dwang afgevoerd, o.a. naar kamp Rees. De impact hiervan op gezinnen en het functioneren van de korpsafdelingen is groot. Broeder Rensink wordt gearresteerd en belandt in gevangenkampen als Ommen en Amersfoort. Ook majoor Nieuwenhuijse wordt tijdens een huisbezoek op het Loo opgepakt en weggevoerd om aan de IJssellinie graafwerkzaamheden te verrichten. De onverschrokken zuster Co Dubbeling weet hem na een indringend verzoek aan de Ortskommandantur en de gevreesde Sicherheitsdienst echter weer vrij te krijgen.

Mannen in de ‘gangbare’ leeftijd durven zich daardoor niet meer op straat te vertonen, beducht als ze zijn om te worden opgepakt. Niet alleen het dagelijks leven wordt daardoor ernstig ontwricht, ook het Legermuziekkorps en de zangbrigade missen gaandeweg zoveel leden, dat verder functioneren praktisch onmogelijk is. Zangbrigadeleider broeder Ruth van Zeijst doet op 26 juni 1944 nog verwoede pogingen om via een rondschrijven de zangbrigadeleden op te roepen om  bij de repetities en samenkomsten aanwezig te zijn. Zo goed en zo kwaad als het gaat wordt in kleine bezettingen uit eigen geledingen of van andere korpsen, met dameskoren, kinderzang, mandoline invulling gegeven aan allerlei activiteiten. En dat terwijl tijdens twee grote razzia’s op 2 oktober en 2 december 1944 in totaal zo’n 10.000 duizend jongens en mannen in Apeldoorn worden opgepakt en weggevoerd naar de grensstreek en Duitsland.  

Onderdak

Directrice van het kindertehuis adjudante van Amerongen houdt bij voorbeeld een vertelavond getiteld ‘Tussen een lach en een traan’. En de oude Legerpionier Govaerts geeft leiding aan een bijzondere samenkomst. Ondertussen wordt bekendgemaakt dat NSB burgemeester Pont per 1 juli 1944 het Leger des Heils schrapt van de lijst van weldadigheidsinstellingen. Opnieuw wordt de Legerzaal in september gevorderd omdat verdreven evacués uit Arnhem er maandenlang in opgevangen moeten worden; waaronder ook gevluchte heilssoldaten. Voor het houden van de samenkomsten krijgt het Leger gastvrij onderdak aangeboden door kerken als Pniël aan de Tromstraat en de Doopsgezinde gemeente aan de Paslaan. Ook wordt er vanaf 19 januari uitgeweken naar de zaal van Kunst en Genot aan de Kanaalstraat. Deze situatie duurt voort tot en met 13 april 1945. De bevrijding van Apeldoorn door Canadese militairen laat niet lang meer op zich wachten. Op 17 april gaan de vlaggen uit en dansen mensen dol enthousiast op de straten.

Korpsgebouw

Het eigen korpsgebouw komt gelukkig weer beschikbaar na een grote opruiming en schoonmaakbeurt. Want het plakkaat aan de gevel met het opschrift ‘Besmet gebouw’ is illustratief voor de vervuilde staat waarin alles in het gebouw verkeert. Door beschietingen en ontploffingen bij Kanaal Zuid, zijn gelukkig alleen de zijramen ontzet. De mannelijke heilssoldaten die in Duitsland te werk zijn gesteld, komen één voor één terug en nemen gaandeweg hun plaats in het korps weer in. Zodat de draad van het korpswerk snel weer opgepakt kan worden. Op tweede pinksterdag, zondag 20 mei 1945 verzorgt het muziekkorps als eerste Apeldoornse muziekensemble al weer een openbaar optreden in het Oranjepark. Kort daarna, op zaterdag 30 juni treedt ook de zangbrigade op in het park. Want al wat gedaan wordt voor Jezus, blijft bestaan, zoals Célestine Oliphant-Schoch –waarvan het ouderlijk huis aan het Wilhelminapark stond- dat in een van haar liederen verwoordt.

Bron:

 Voor dit historisch verhaal is gebruik gemaakt van de Apeldoornse Courant, 1939 -1945, de Kroniek Apeldoorn in de Tweede Wereldoorlog, Gemeentearchief Apeldoorn, Met de Vlag in top, J. Ringelberg, Bevolkingsregister-stamboomkaarten CODA archief Apeldoorn, 100-jaar heilshistorie in het geheugen geGrift, met bijdragen van Henk Rensink, alsmede diverse artikelen van Henk Rensink.