Nieuws

Koningin Máxima bezoekt Leger des Heils-jongerencafé op Urk

Koningin Máxima bracht woensdagmiddag 30 september een bezoek aan Kuppien, het jongerencafé van het Leger des Heils op Urk. Ze sprak er met jongeren over hun dagelijks leven en hoorde waarom ze graag bij Kuppien komen. Ook ontmoette ze de mensen die deze plek draaiende houden.

Het bezoek aan Kuppien was onderdeel van een breder werkbezoek van de koningin aan Urk. Centraal stond de vraag hoe inwoners naar elkaar omkijken en welke rol lokale initiatieven daarin spelen.

Een plek waar je gewoon binnenloopt

Bij Kuppien ging Máxima in gesprek met verschillende jongeren, waaronder Jurie, Rianne, Lukas, Aline, Jakke, Joanne, Albert-Jacob en Amber. Ze hoorde wat zij bij Kuppien vinden en waarom een eigen plek op Urk belangrijk voor hen is.

Kuppien is bewust laagdrempelig. Er zit geen hulpverleningsprogramma achter en jongeren hoeven er geen hulpvraag te hebben. Ze kunnen binnenlopen en anderen ontmoeten. Jongeren organiseren er activiteiten en maken nieuwe vrienden. En er is ruimte voor geloof en zingeving.

Dat is belangrijk voor jongeren die steeds vaker mentaal onder druk staan, vertelt kaptein Anita Kamperman, programmadirecteur Geloven in de Buurt bij het Leger des Heils. Sommige jongeren zoeken hun toevlucht tot verdovende middelen of belanden op plekken waar destructief gedrag normaal wordt gevonden. “Kuppien biedt een alternatief. Je mag gewoon binnenkomen en meedoen. Zo ontstaat ruimte”, zegt ze.

Volgens Kamperman zit de kracht ook in het lokale karakter. “We komen als Leger des Heils niet binnen met een vast programma dat op elke plek precies hetzelfde is. We kijken wat er al gebeurt en wat op deze plek nodig is. Daar sluiten we bij aan.”

'Het is een plek van iedereen en zoveel mensen zetten zich vrijwillig in'

Jongeren bouwen zelf mee

Bij Kuppien zijn jongeren bezoeker, maar net zo goed ook vrijwilliger. Daarmee geven ze zelf vorm aan de plek waar ze graag komen. Tijdens haar bezoek sprak Máxima met jongeren- en locatiecoördinator Breggien Baarssen over die aanpak. Breggien vertelt: “Op deze plek zien we Urk echt op haar best. Het is een plek van iedereen en zoveel mensen zetten zich vrijwillig in, doneren spullen, geven hun tijd, maken schoon; ik heb me daar zo over verwonderd en ben daar echt dankbaar voor.”

Volgens Kamperman is die hulp kenmerkend voor de manier waarop Kuppien en andere buurtlocaties zijn ontstaan. Niet beginnen met een kant-en-klaar concept, maar aansluiten bij wat lokaal al aanwezig is. “Dat is de kracht. Je kijkt eerst wat een buurt nodig heeft en welke inzet er beschikbaar en te mobiliseren is.”

Koningin Máxima sprak haar waardering uit voor Kuppien en de jongeren die zich ervoor inzetten. Op haar vraag hoe er meer veilige plekken als deze ontwikkeld kunnen worden, kwam naar voren dat het de jongeren zelf zijn die initiatief moeten nemen. Wachten op een burgemeester of gemeente gaat niet leiden tot zulke initiatieven. De boodschap van de koningin: veilige plekken als deze kunnen alleen maar ontstaan als jeugd samenkomt en dingen met elkaar onderneemt.

DURF: omkijken naar elkaar

Kuppien past binnen een bredere ontwikkeling op Urk. Sinds 2018 werkt de gemeente met het programma DURF aan een veilige omgeving voor jongeren. Lokale partijen zoals sportverenigingen, kerken en bedrijven werken binnen deze aanpak samen aan een omgeving waarin kinderen en jongeren gezond en veilig kunnen opgroeien. Kuppien laat zien hoe zo'n samenwerking er in de praktijk uit kan zien.

Die plekken zien er niet overal hetzelfde uit. En dat is juist de bedoeling. In Wageningen is bijvoorbeeld een gemeenschap in opbouw rond internationale studenten. In Amsterdam-Zuidoost biedt een buurthuiskamer ruimte aan buurtbewoners met diverse culturele achtergronden. De vorm en invulling verschilt per plaats. Het uitgangspunt blijft hetzelfde: mensen een plek bieden waar ze welkom zijn en ruimte ervaren om zichzelf te zijn. In totaal zijn er 140 locaties zoals deze in Nederland.

Even geen cliënt of patiënt zijn

De locaties zijn er voor en door de buurt. De ene buurtbewoner heeft een hulpvraag, de andere niet. Een community heeft de eigenschap dat je voor elkaar zorgt en er voor elkaar wilt zijn. Op sommige plekken zijn er connecties tussen de informele buurtlocatie en zorgorganisaties, maar soms ook niet.  Kamperman: “Soms heeft iemand tijd nodig voordat duidelijk wordt wat er speelt. Dat kan een praktische hulpvraag zijn. Het kan ook gaan over zingeving. Het helpt als je eerst ergens gewoon mag zijn.”

De locaties worden niet volledig door gemeenten betaald. Giften en nalatenschappen aan het Leger des Heils maken een belangrijk deel van het werk mogelijk. Daarnaast helpen, zoals ook bij Kuppien op Urk, lokale bedrijven met geld of praktische ondersteuning.

Meer behoefte aan plekken zoals Kuppien

Het Leger des Heils wil de komende jaren meehelpen bij het ontwikkelen van deze plekken. Volgens Kamperman groeit de behoefte daaraan nu de overheid wil dat een groter deel van zorg en ondersteuning in het zogenaamde ‘voorliggende veld’ moet plaatsvinden. Oftewel: voordat zorg nodig is door professionele zorgverleners. Niet iedere vraag hoeft meteen een zorgvraag te worden. “Een deel van de zorgvragen kun je verminderen of soms voorkomen. Maar soms is het belangrijkste dat er een plek geboden wordt waar iemand even geen cliënt of patiënt is. Waar je gezien wordt en ruimte ervaart.”

Gerelateerde artikelen: Buurtwerk