Zolang er nog een verslaafde is...

Afkicken bij De Wending

Afkicken van je verslaving en weer zin geven aan je leven. Leger des Heils-instelling De Wending helpt verslaafden met bijzondere voorzieningen en behandelmethodes weer op de rit.

Sjaak eet zijn boterhammen graag dik besmeerd, met chocopasta. Hij en zijn huisgenoten gebruiken de maaltijden samen, in groepshuiskamer 4 van Minnesota. "Gezellig met zijn zessen," zegt Sjaak, die het voor het eerst sinds jaren fijn vindt om in een groep te wonen. De 53-jarige Amsterdammer was de laatste jaren nogal op zichzelf en best eenzaam. Hij had een goede baan, werkte in de 'taxatiewereld' en op kunstveilingen. Rond zijn vijftigste ging het mis. "Ik dronk altijd al, maar wist het binnen de perken te houden. Totdat ik op het werk steeds meer verantwoordelijkheid kreeg. Ik ging maar door en door." Thuis kreeg Sjaak alleen met alcohol de boel weer een beetje op een rijtje. "Ik begon excessief te drinken en verloor m’n baan."

Na diverse opnames op de crisisafdeling van de Jellinek-kliniek, zocht op internet naar hulp. Sjaak twijfelde nog wel even, toen hij De Wending vond. "Het Leger des Heils, hoe zou dat zijn? Ik verwachtte een bouwkeet hier. Maar het is net Center Parcs, met al die huisjes!" Maar vergis je niet. Het ziet er gezellig uit, maar het programma is pittig, weet Sjaak. "Je bent de hele dag met je verslaving bezig. Ook omdat dat is wat we gemeenschappelijk hebben hier." Na vierenhalve maand Minnesota kwam hij thuis, maar na drie dagen ging het alweer mis. "De overgang van het leven in de groep naar de eenzaamheid thuis, trok ik niet." Na zijn terugval weet Sjaak nu dat hij iets om handen moet hebben, onder de mensen moet zijn. "Straks terug in Amsterdam ga ik me als vrijwilliger inzetten voor het Leger, koken voor daklozen."

Frank Janse, unitmanager van De Wending: "Het is niet ongewoon dat cliënten terugvallen in hun verslaving. Eenzaamheid is een belangrijke risicofactor. Daarom proberen we cliënten ook te helpen aan een zinvolle vrijetijdsbesteding en een groter netwerk. Een vol leven verkleint de kans op terugval."

Menselijke aanpak

Een bordje aan de muur. 'Zolang er nog één verslaafde is, zal ik strijden.' "Mijn motto," zegt Frank Janse, "en van onze oprichter William Booth. Een verslaving is een ziekte voor het leven, waar je nooit van geneest. Wij leren mensen ermee te leven." Frank stond aan de basis van de Nederlandse Leger des Heils-variant op Minnesota, een aanpak die een stuk menselijker is dan de Amerikaanse. "In Amerika krijg je geen medicatie of methadon, zoals bij ons."

Kiezen voor leven

Elize van Hoven (28), senior van de afdeling Minnesota, werkt nu ruim zes jaar voor De Wending."‘De verslaafden die hier komen, kiezen voor het leven. Of het ze lukt of niet, ze hebben wel de keus gemaakt om te veranderen. Daar heb ik veel respect voor." Eén van de bijzondere aspecten van Minnesota is de inzet van ervaringsdeskundigen. Zoals Danny Wattilete (53), die deelneemt aan de groepssessies en bewoners helpt inzicht te krijgen in hun verslaving. Van zijn veertiende tot zijn vierentwintigste was hij zelf verslaafd. Hij bezocht afkickklinieken, maar viel steeds weer terug. "Tot die dag, 1 november 1984. Ik liep doelloos rond in mijn woonplaats Ede, had geen zin in het leven. Tot ik die man zag, in een busje met opschrift: 'God zoekt u'. Ik ging met hem in gesprek. 'Zullen we samen bidden,' vroeg hij. Het was een keerpunt voor mij, een nieuw begin. Ik leerde God kennen en kwam van mijn verslaving af." Sinds de start van Minnesota in 2010 is Danny bij de afdeling betrokken. "Hier kan ik iets betekenen voor mensen zoals ikzelf was. Ik begrijp ze, snap waar ze doorheen gaan. Dat is de meerwaarde van de aanpak hier."

Soortgenoten

Van Minnesota is het eend klein stukje rijden door de bossen naar verpleeghuis Meerzorg aan de Hoenderloseweg. In het verpleeghuis vind je geen doorsnee patiënten, maar voornamelijk dak- en thuislozen met een verslaving en lichamelijke en vaak ook psychische problemen.

Jan Steenbeek (37) zit op zijn kamer, de laatste aan de gang, met uitzicht op het bos. Aan het voeteinde van zijn bed een breedbeeldtelevisie, op een tafeltje in de hoek foto’s van zijn familie. Jan woont sinds juli 2013 in Meerzorg om te revalideren. Zijn beide onderbenen zijn geamputeerd, het gevolg van sterk verwaarloosde diabetes. Jans vader komt vandaag langs, blij om zijn zoon zo te zien. Met een beetje kleur op zijn wangen en een heldere blik. "De zorg die hij hier krijgt, krijgt hij nergens." "Ik heb een verslavingsverleden, met heroïne en cocaïne," vertelt Jan. "Zie je mij in een gewoon ziekenhuis of revalidatiecentrum? Hier is het beter, hier zit je met soortgenoten waarmee je een probleem deelt. Wij begrijpen elkaar."

Levensverhalen

Hier wil ik werken, dit is mijn plaats, dacht verpleegkundige Judith Onstenk (24) tijdens haar stage bij Meerzorg. Inmiddels werkt ze ruim drie jaar in het verpleeghuis. Een grote uitdaging, vindt Judith, om te werken met mensen die zorg vrijwel altijd hebben gemeden. "Alles wat je met ze bereikt is winst!" In het begin was het wennen, vertelt ze. "Je werkt toch met verslaafden of ex-verslaafden. Ik ben wel eens met de dood bedreigd. Je moet iets snappen van verslaving om er mee om te kunnen gaan. Hoe meer je van hun levensverhalen hoort, hoe beter je begrijpt dat mensen zover kunnen gaan in hun verslaving."

Zingeving

De mensen die binnenkomen bij verpleeghuis Meerzorg komen vaak zo van de straat en hebben dringend verzorging nodig. Unitmanager Roland Olieman (32): "Ze zijn verwaarloosd of mishandeld, en we zien ook vaak mensen met Korsakov. Onze taak is hen eerst zo goed mogelijk te verzorgen. We willen een maatje voor ze zijn, er zijn voor de mens zonder helper. Lichamelijk, maar ook in zingeving. Veel van onze cliënten hebben hun leven gevuld met alcohol of drugs, dat was de 'zin' in hun leven. Eenmaal bij ons moeten ze op zoek naar nieuwe doelen. Wij helpen ze nadenken over hun nieuwe rol in een leven zonder alcohol en drugs en over herstel van relaties met familie en vrienden. Vanuit een heel diep punt weer iets opbouwen, zodat zij weer een toekomst zien."

Dit artikel verscheen in Kans magazine, nr.1 2014
Tekst: Caroline Togni