Wie kinderen heeft die naar de basisschool gaan, kent dit fenomeen. Het jaarlijks terugkerende ritueel van het kinderfeestje. Voor de één een drama, voor de ander een droom. Ik behoor tot de laatste categorie. Ik genoot altijd met volle teugen van de voorpret én de uitvoering; samen nadenken over het thema (ja, ja, wij gaven heuse themafeestjes!), de taart, de maaltijd en de spelletjes. Uiteraard was de uitnodiging in stijl en de dresscode idem dito. We gingen helemaal los. 

Misschien had ik wel wedding planner moeten worden, gezien mijn passie voor taarten, maaltijden en feestjes. Toch voelde ik me bestemd voor iets anders en werd officier van het Leger des Heils. Nu denk je: ach, die arme Mariska. Die houdt van feestjes en belandt dan in een job met kerkdiensten en begrafenissen. Tja, dan moet ik je een beetje gelijk geven; gedeeltelijk klopt je beredenering. Daarom is het pure genade dat ik momenteel een job binnen het Leger des Heils heb waarbij ik legitiem kinderfeestjes mag organiseren.

Eind juni hadden we zo’n kinderfeestje: De Jongsoldaten Doedagen. Ik noem het een ontploft kinderfeestje, want het is een kinderfeestje met een boel bonussen: 2 nachtjes blijven slapen op een kampeerterrein, potjes levend stratego in het bos, zeskampen op een groot veld, hilarische sketches, verkleedpartijtjes, veel zingen, bidden en dansen, ijsjes, bergen patat, je eigen vlag maken en een talentenshow. Ik zie dat je daarvan onder de indruk bent! Dát zijn pas feestjes!! ‘Ontploft’ heeft ook te maken met het aantal: ruim 70 kids namen deel aan dit feestje!

Ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik dit het leukste weekend van het jaar vind. Het sprankelt en het bruist vanaf het allereerste begin tot aan het eind. Er borrelt een plezier in me op alsof een endorfinebommetje van binnen explodeert. Waarom? Ik denk dat het door de kinderen komt. De kleffe handjes, de lachende gezichtjes besmeurd met chocopasta of verf, de glinstering in hun ogen, de overgave waarmee ze zich storten in elke activiteit; ik geniet er stuk voor stuk van. Ook hun oprechte opmerkingen. “Hoe vond je dit weekend?” vroeg ik op zondagmiddag aan Dennis die er voor het eerst was. “Het was het beste weekend van mijn leven!” riep hij luidkeels terwijl hij een stukje van zijn stoel kwam. Mooi hè?

Maar het allermooiste moment was wel zaterdagavond. Een jongen met autisme, die er ook voor het eerst was en begeleid werd door zijn vader, stond links van mij. We raakten in gesprek. “Hoe vind je het hier?” vroeg ik hem. Hij staarde voor zich uit en zei: “Ik vind het leuk!” Het feit dat hij hier was, was al een enorme overwinning voor hem, wist ik. Hij was nog niet eerder op een kamp geweest. Het bleef even stil. En toen... hief hij zijn rechterarm omhoog en aaide mij drie keer heel zachtjes over mijn rug, terwijl hij recht vooruit bleef kijken. Ik merkte dat ik glimlachte. “Vind je me aardig?” vroeg ik, om te checken of ik de handeling juist had geïnterpreteerd. “Ja.”, zei hij, waarbij hij even knikte. “Ik vind jou ook aardig.” Ik bedacht dat ik hiermee de nieuwe vriendschap wel had bezegeld.

Hier zat iemand die zijn angst voor grote groepen had overwonnen. Iemand voor wie het niet vanzelfsprekend was om vriendschappen te sluiten, had een nieuwe vriend gemaakt dit weekend. Iemand die moeite had met sociale contacten toonde genegenheid. Snap je mijn endorfinebommetje? Dit is toch de beste job ever?