Het verhaal van Amresh

‘Het leven moet altijd vrolijk zijn, maar niet alles is leuk’

Leesduur: +/- 6 minuten

Zijn eerste nacht bracht hij door op een lek slaapmatje, op de vloer van zijn nog lege appartement. ‘Zo kon ik vast wennen aan mijn nieuwe leven hier.' Begin juni ontving Amresh, starter met de nodige levenservaring, de sleutel voor zijn studio in Place2BU. Dit is een woonproject waar jongeren, statushouders en mensen uit de maatschappelijke opvang samen wonen.

Sindsdien woont Amresh hier met veel plezier. Hij is blij met de korte lijntjes die er zijn, waardoor je makkelijk je ideeën kunt inbrengen. ‘Ik zei vanaf het begin al dat ik graag een moestuin wilde. Die gaat er nu ook komen!’ Amresh is uitgeroepen tot chef plant: naast de moestuin staat ook zijn kamer vol met groen gewas. ‘Als iemand een zieke plant heeft of er niet voor kan zorgen, dan halen ze mij erbij.’

Naast planten is hij ook gek op koken. ‘Ik ben mede-chef geworden van de (toekomstige) keuken in het buurtgebouw. Ook kook ik vaak voor de gang waar ik woon. Dit is goedkoper en natuurlijk veel gezelliger dan alleen eten. Vorige week was het Vegaweek en aten we met de gang een week lang vegetarisch. Hier hebben we maar gelijk een Vleesweek achteraan geplakt’, vertelt hij lachend.

Voorheen studeerde Amresh fotografie, een van zijn grote passies. ‘Ik was het eerste jaar best fanatiek maar ik kwam in de knel door steeds terugkerende depressies.’ Deze depressies zorgden ervoor dat hij moest stoppen met zijn opleiding. ‘Toen ben ik gaan werken, maar opnieuw raakte ik uit de running.’ Amresh wist dat, als hij zijn leven weer op wilde pakken, hij weg moest uit zijn kleine studentenkamertje in Utrecht Zuilen. ‘Ik had weinig privacy en kon niet goed tot mezelf komen.’ Via een advertentie op Facebook kwam hij terecht bij woonproject Place2BU. Na een bijeenkomst en intakegesprek kon hij hier zijn intrek nemen in een gloednieuw appartement.

’Mensen verwachten altijd dat je maar beschikbaar bent. Dan is het heel moeilijk om te zeggen: ik ben er nu even niet.’  

Maar ook op zijn nieuwe plekje ging het niet meteen over rozen. ‘Toen ik hier twee weken woonde werd ik opnieuw depressief. Om me heen waren veel nieuwe mensen die natuurlijk allemaal wat van me vonden. Die verwachtingen en die druk die ik toen voelde, daar bezweek ik onder.’ Mede om die reden heeft Amresh sinds februari geen smartphone meer. ’Mensen verwachten altijd dat je maar beschikbaar bent. Dan is het heel moeilijk om te zeggen: ik ben er nu even niet.’

Het kan even duren voordat Amresh uit een depressie komt. ‘Je kunt niet meer op jezelf vertrouwen want het beeld dat je hebt van je omgeving is zo negatief, vertroebeld en melancholisch. Mijn vrienden wisten niet meer hoe ze met me om moesten gaan en dat ging me tegenstaan. Dit is niet wie ik ben, ik ben eigenlijk een sociaal beest.’

Amresh vertelt dat zijn vrienden er in moeilijke tijden altijd voor hem waren. ‘Toen mijn psycholoog ooit zei dat ik niet alleen moest zijn die nacht, belde ik mijn vrienden. Ze kwamen helemaal vanuit Leeuwarden hierheen om bij me te zijn.’

Toen Amresh tijdens zijn laatste depressie zijn passie voor fotografie verloor, schrok hij. ‘Als zoiets zomaar weg kan vallen, wat kun je dan nog meer verliezen?’ Gelukkig kan Amresh moeilijke dingen goed van zich afschrijven. Dit doet hij in de vorm van gedichten en verhalen. ‘Ik zou nooit zo donker en kaal de waarheid kunnen beschrijven als tijdens een depressie. Dan kun je volledig omschrijven wat je echt denkt.’    

Ik voelde me niet gedwongen om gezellig te doen. Je mag hier zijn wie je bent, hoe je je ook voelt.  

Door middel van dagbesteding en -opvang leerde hij weer onder de mensen te zijn. Maar wat Amresh het meeste heeft geholpen, dat zijn de mensen die bij hem op de gang wonen. ‘Ze vonden het fijn om met mij samen te zijn, terwijl ik mijzelf geen leuk gezelschap vond in die tijd. Ik voelde me niet gedwongen om gezellig te doen. Je mag hier zijn wie je bent, hoe je je ook voelt. Een goede buur is beter dan een verre vriend, maar soms voelt het alsof al die goede vrienden naast mij zijn komen wonen.’