‘Gaat niet bestaat niet’

50|50 Green

Een groep bewoners van Leidsche Maan zet zich in voor het net houden van de buurt. Twee keer per week nemen ze met hun prikstokken het Máximapark onder handen.

Het is maandagmorgen, halftien. Een groepje mensen verzamelt zich voor de ingang van Leidsche Maan. Berry met de bakfiets en Angela op de scootmobiel. In de door het Rabobank Dichtbijfonds gesponsorde bakfiets liggen de gele hesjes, de prikstokken en een grote thermoskan met koffie. Die heeft bewoner Abdel eerder die ochtend klaargemaakt, het is zijn vaste taak. Abdel loopt binnen al met een prikstok rond. ‘Ik ben een prikker’, gnuift hij, om er meteen achteraan te zeggen: ‘maar dat mag ik alleen zeggen!’

Diep gat
Na een rumoerig kwartiertje is iedereen present en vertrekt de groep richting het park. Het is nu al bloedheet, maar ‘gaat niet, bestaat niet’, zegt Frits wijzend op het 50|50 T-shirt dat hij draagt. ‘We hebben een naam hoog te houden.’ Angela zet haar scootmobiel op standje turbo en speert naar JWP, die vooroploopt. Ze komt op een centimeter van zijn enkel slippend tot stilstand en prikt daar een chipszakje op. ‘Ze is mijn ex’, lacht JWP, terwijl Angela weer wegscheurt naar een nieuwe target. ‘We hebben elkaar ooit ontmoet in de laagdrempelige opvang aan de Nieuwegracht.’ JWP gaat vandaag voor het eerst mee, vertelt hij even later. Je ziet het niet aan deze goedgemutste veertiger, maar de week ervoor zat hij nog met serieuze zelfmoordgedachten in zijn flat. Het is te danken aan zijn ambulant begeleider dat hij nu weer onder de mensen is. Het leven van JWP liep fout nadat zijn zwangere vriendin verongelukte. Bij het Leger des Heils kickte hij af en schopte het zelfs tot gecertificeerd ervaringsdeskundige. Maar door een nieuwe tegenvaller op liefdesgebied viel hij recent weer terug. Vrienden heeft hij niet – ‘alleen gebruikers, maar dat zijn geen vrienden’ – en dan val je zomaar weer in een diep gat.

Temperament
In de achterhoede breekt tumult uit. Een bewoner probeert een sigaretje te bietsen van een stel hoveniers. Dat is echter not done, horen we uit diverse monden in niet mis te verstane bewoordingen. ‘Ja, met het temperament zit het wel goed’, grijnst begeleider Koen als hij de rust weer heeft hersteld. Een vader met drie jonge kinderen fietst vriendelijk groetend voorbij. ‘Hallo meneer koekepeer’, roept Abdel tegen een jongetje. Aangekomen in het park is het tijd voor de eerste stop. Eens per maand mogen ze gratis koffiedrinken in het restaurant, maar vandaag pauzeert de groep in de schaduw onder de bomen. Angela parkeert haar scootmobiel midden op het pad. Ze heeft weinig energie omdat haar longen naar de knoppen zijn. Het sigaretje dat JWP haar aanbiedt, weigert ze maar vijf minuten later wordt de verleiding toch te groot. Abdel vertelt dat hij de komende maand na vier jaar uit Leidsche Maan vertrekt omdat hij een woning toegewezen heeft gekregen. De ex-vrachtwagenchauffeur heeft zijn schulden afbetaald en diverse examens gehaald, waaronder z’n inburgeringsexamen. Hij is nu officieel Nederlander. ‘Toen je nog Marokkaan was, vergat je de koffiemelk nooit’, roept Frits door zijn verhaal heen. Abdel wil z’n oude beroep weer oppakken. ‘Gewoon een rondje om de kerk hoor, niet meer internationaal’, zegt hij. Want dan wordt de verleiding cocaïne te gebruiken weer veel te groot.

Komt goed meisje
Frits neemt de bakfiets van Berry over en de groep gaat weer verder, richting het trekpontje. Angela vindt het spannend om er met scootmobiel op en af te rijden, maar Abdel en JWP stellen haar goedmoedig gerust. ‘Dat komt best goed meisje’. Met vereende krachten trekken ze even later de bonte verzameling mensen naar de overkant. Daar is de fotograaf inmiddels gearriveerd. Het loopt tegen halfeen, het is bloedheet en de dame van het gezelschap wordt belaagd door wespen. Niettemin zetten ze voor de foto hun beste beentje voor. Maar dan is de koek ook op. Bovendien heeft Frits haast om thuis te komen. De vijftiger gaat boodschappen doen met zijn ambulant begeleidster. Hij legt nog even uit waarom. ‘Ik weet niet of je het kent, maar ik heb een gat in mijn hand. In de supermarkt kies ik altijd de dure dingen. En dan zegt zij: “Je kunt ook dit nemen, is net zo lekker, maar de helft goedkoper”. Dat heb ik wel nodig, snap je.’