Het is een woensdagmorgen bij de 50|50 store aan de Tiberdreef in Overvecht. De grote tafel achterin de winkel wordt in beslag genomen door een naaimachine, een stapel spijkerbroeken en een verzameling mondkapjes-in-wording. Eromheen zitten Christa, Jet en Lisanne klaar voor de instructies van vrijwilliger Tini. Kassemedewerker Hennie sleept bedrijvig koffie en een stoel aan en vraagt hoe laat hij geïnterviewd gaat worden. ‘Nu ga je wel over grenzen heen Hennie’, knipoogt begeleidster Mariëlle. Hennie houdt zich namelijk niet aan de anderhalve meter afstand. ‘We doen hier aan tough love’, lacht Mariëlle terwijl Hennie opgewekt zijn werkplek achter de kassa inneemt. ‘We zeggen de dingen gewoon zoals ze zijn.’ 

Zit ‘ie zo goed?
Ondertussen speldt Jet (37) de onderdelen van een mondkapje op elkaar. Vier jaar geleden kwam ze in de 50|50 store als gevolg van een taakstraf. ‘Ik vond het zo leuk dat ik ben gebleven. Zit ‘ie zo goed?’ vraagt ze aan Tini die de dames vandaag begeleidt in hun creatieve bezigheden. ‘Nee schat, hij moet net andersom’, zegt die terwijl ze naast Jet gaat staan. ‘Ja zo lieverd, helemaal perfect.’ Na het spelden bevestigt Jet de elastiekjes op de juiste plek en kan Tini het kapje later thuis in elkaar naaien.
De eerste keer dat Jet naar de Store kwam vond ze het heel spannend. ‘Dat heb ik altijd als ik op nieuwe plekken kom met nieuwe mensen. Maar ik kan hier gewoon mezelf zijn en zeggen hoe ik me voel, ook dat ik me rot voel.’ Jet woont samen met haar vriend in een beschermde woonvorm. Ze heeft een dochter van acht jaar, die als baby al in een pleeggezin is geplaatst. Jet raakte na een moeilijke jeugd verslaafd aan alcohol en drugs. Het is moeilijk te praten over wat ze heeft meegemaakt. Mariëlle: ‘Maar ik vind het heel mooi te zien dat je nu op een andere weg bent. En dat je dochter daarin je drijfveer is. Jet: ‘Ja, daar ben ik ook wel trots op. Sinds vier jaar gebruik ik niet meer en nu probeer ik ook te minderen met blowen. Helemaal stoppen zal niet gaan, hoe gek het ook klinkt. Dan krijg ik stress en ga ik andere dingen zoeken. Maar ik doe het voor mijn dochter. Ik durf wel te zeggen dat zij me heeft gered.’ Eens per maand zien moeder en dochter elkaar en dat is mooi maar soms ook hartverscheurend, want altijd is daar weer het afscheid. ‘Ze is mijn ‘allesie’, er gaat echt niets boven haar.’ 

Wij zijn maatjes
Terwijl Jet vertelt laat Christa (54) de naaimachine ratelen. Ze is moeder van een volwassen tweeling. Zelf woont ze in een domus-locatie van het Leger des Heils, waar mensen met psychiatrische problemen, gecombineerd met een verslaving wonen. Ze trok zich steeds meer terug tot haar jobcoach haar motiveerde tot dagbesteding en ze bij 50|50 terecht kwam. ‘Als ik geen zin heb, gooit hij me gewoon in de auto’, lacht ze. Nu Tini haar schortenimperium in de 50|50 Store heeft opgezet, komt ze er zelfs vier dagen per week. Het is mooi te zien hoe ze opbloeit, vindt Mariëlle. Christa heeft vroeger naailes gehad, het is haar taak de spijkerlapjes te knippen en aan elkaar te naaien. ‘Wij zijn echt maatjes’, lacht Tini. ‘Voorzichtig lieverd, kijk uit voor je vingers. Het is met geen pen te beschrijven hoe geweldig dit is. Gewoon de machine op tafel en gaan. De een haalt de rits uit een broek, de ander knipt vierkantjes, weer een ander verzamelt de labeltjes. Soms laat ik thuis de film van de dag aan me voorbijgaan en dan denk ik: wat hebben we het goed.’   

‘Ik zeg gewoon dat het vlot staat’ 

Kakmadam
Via Facebook kwam de Store deze creatieve vrijwilliger op het spoor. Ze kwam sneaky eens rondneuzen en dacht: wil ik dit wel? Toen sprak ze zichzelf streng toe: ‘Ben je helemaal gek! Aanpakken en we zien wel hoe het gaat.’ Ze begon haar vrijwilligerswerk met een ochtendje rondkijken. ‘Ze moesten aan me wennen. In de ogen van sommigen ben ik natuurlijk een kakmadam.’ De gepensioneerd verpleegkundige komt uit een groot gezin en is het type dat van twee zakdoeken een jurk kan maken. Al gauw ontstond het idee om schorten te maken van oude spijkerbroeken. Iedereen was enthousiast. Ze geniet ervan: We hebben een heel leuke band met elkaar en dan durf je ook steeds meer van jezelf te laten zien. Ik weet lang niet van iedereen de achtergrond, en dat is prima. We zijn hier gewoon mensen onder elkaar.’ 

Ik ben goed met klanten
In de winkel zit Hennie achter de kassa te wachten op zijn interview. Hij brandt meteen los. ‘Ik ben 61 jaar, mijn naam schrijf je met ie en ik ben een man. Ik doe hier de kassa. Ik woonde zeven jaar bij Lister en door verkeerde dingen kwam ik op de locatie Overvecht. Ik heb vijf jaar op bed gelegen met een depressie en een angststoornis. Tweeënhalf jaar geleden stimuleerde mijn persoonlijk begeleider me om iets te gaan doen. Toen werd ik van een robot weer mens. Ik ben getrouwd maar lig nu in scheiding. Ik heb namelijk ook autisme en mijn vrouw kan het niet goed meer aan. Ik weet dat het moeilijk is om met een autist te leven, hoewel ik zelf niet weet wat ze dan bedoelt. Ik kan goed met klanten, maar ik heb geen verstand van kleding. Ze zijn tóch blij met mij want ik zeg dat het vlot staat en dat het een goede stijl heeft. Ik wil ook graag werken bij Loods 13, maar die scheiding is niet gemakkelijk. Dus ik moet het nu even rustig aan doen. Ik ben weleens rechtlijnig tegen Mariëlle, maar ik heb toch een goede band met haar. Soms ben ik in paniek. Ik kan je nog veel meer vertellen. Of heb je zo genoeg?’