Eten met een dakloze
Max vertelt dat hij vorig jaar een gesprek had met een dakloze. ‘Ik vroeg hem of hij bij mij kwam eten. Hij bedankte me voor het aanbod, maar sloeg wel af. Eigenlijk maakte me dat niet uit. Mijn verlangen om mensen te helpen die het minder hebben dan ik, was gewekt. Toen ik zocht naar vrijwilligerswerk met daklozen, kwam ik al snel bij het Leger des Heils terecht. Ik vind mensen en hun verhalen mooi. Na dat gesprek besefte ik mij dat ik een verschil kan maken in hun levens. Het was geen ver-van-mijn-bed-show meer.’

Mo in de moestuin
Koken doet Max graag samen met Mohammed die door iedereen liefkozend ‘Mo’ wordt genoemd. Mo woont sinds 2015 op de Hoek, nadat hij van instelling naar instelling zwierf. ‘Ik begin mezelf hier te vinden’, vertelt Mo. Vijf dagen per week is hij in de moestuin te vinden. Stil zitten vindt Mo niets. ‘Lichamelijk heb ik geen problemen, in mijn hoofd gaat het soms mis’, vertelt Mo terwijl hij met zijn wijsvinger tegen zijn voorhoofd tikt.

‘Dit is veel leerzamer dan de meeste bijbaantjes’

Tuintje in m'n hart
Mo staat graag met vrijwilliger Max in de keuken. ‘Ik kan niet alles gelijk vertellen, maar beetje bij beetje leert Max mij beter kennen. Soms ben ik wat onzeker. Ik ben dan bang dat mensen mijn gerechten niet lekker vinden. Als er iemand naast me staat, dan heb ik minder twijfels over mezelf. Max vult hem aan: ‘Dan groeit er een tuintje in zijn hart’. Mo lacht: ‘Wij zingen dat nummer graag samen als we aan het koken zijn’.

Leerzamer dan de meeste bijbaantjes
‘Mijn oma is trots op me en mijn vrienden vinden het tof’, vertelt Max. ‘Gelukkig haal ik er zelf ook nog een hoop voldoening uit. Ik kook graag, maar als ze geen kok nodig hadden gehad, dan was ik hier wel wat anders gaan doen.’ Max vertelt wat het vrijwilligerswerk hem heeft geleerd: ‘Ik win het vertrouwen van de deelnemers en leer hen steeds dieper kennen. Dat verrijkt je als persoon en is heel leerzaam. Veel leerzamer dan de meeste bijbaantjes. Werken met daklozen laat de andere kant van de maatschappij zien.’ Mo vult hem aan: ‘Hij ziet op zo’n jonge leeftijd al wat er kan gebeuren als je verkeerde keuzes maakt. Dit is de realiteit. Wat Max nu leert, maakt hem sterker in de toekomst. Hij leert de dingen voordat hij zelf zo’n fout kan maken. Ik ben trots op hem.’

‘Een verslaving komt voort uit zelfhaat’


Filosoof
‘Mo is een intelligente man. Er zitten flink wat hersenen in dat bolletje en ik vind het mooi dat te zien.’ Max kijkt glimlachend naar Mo die duidelijk geraakt wordt door zijn compliment. ‘Mo is een denker, een echte filosoof. Hij doet geniale uitspraken en laat mij vaak diep nadenken.’ Wel heeft Mo een probleem met alcohol, waarvan hij de laatste jaren minder last lijkt te ervaren. ‘Nu neem ik een biertje voor de gezelligheid, maar vroeger stal ik het in de supermarkt, vertelt Mo.

Zelfhaat
Toch is hij soms verdrietig, daar praat hij onder het koken wel eens over. ‘Max heeft mij gezien in mijn verdriet en in mijn blijdschap. Eigenlijk komt een verslaving voort uit zelfhaat. Als je liefde voor jezelf hebt, dan heb je geen verslaving nodig. Het is gif, weet je. Max reageert daarop: ‘Dat vind ik nu zo mooi aan Mo. Hij kan open zijn over zijn problemen, maar reageert zijn verdriet nooit op anderen af. Wel stoeit hij af en toe met zichzelf. Mo heeft veel onbegrip meegemaakt. Ik wil graag dat hij zich begrepen voelt.’

Teveel zout
Samen koken Max en Mo verschillende gerechten. ‘Eigenlijk moeten de bewoners zelf dagelijks koken, maar meestal komen ze niet. De bewoners van de Hoek kunnen alleen maar kauwen, niet koken.’ Max en Mo lachen om de woordspeling, terwijl Mo verder gaat: ‘De leiding maakt hier steeds hetzelfde. Best lekker hoor, krieltjes en spinazie, maar ik maak ook graag andere dingen’, vertelt Mo. ‘De laatste keer hebben we gnocchi gemaakt! Een goede kok heeft de smaak in zijn handen.’ Hij vervolgt, terwijl hij nog harder begint te lachen: ‘Max gebruikt veel te veel zout! Zout is slecht voor je. Max reageert: ‘Door Mo ben ik wat minder zout gaan gebruiken. Maar alleen als ik met hem kook hoor!’