‘Mijn moeder was voor de tweede keer getrouwd met een man die zes kinderen had. Toen hadden we er elf. Ik werd van school gehaald en werkte in allerlei winkels, steeds maar twee dagen of zo. Het was de ene keer wel fijn thuis en de andere keer niet, want mijn moeder en haar tweede man hadden dag en nacht ruzie. Mijn eigen vader wou niks van ons weten. Op mijn 18de trouwde ik. Eerst hadden we wel een goed huwelijk maar toen ging mijn man veel drinken en naar andere vrouwen kijken. Op het laatst ging hij vreemd. Toen heb ik de scheiding aangevraagd, want ik wou dat niet meer. Het is toch ook niet normaal! En toen kwamen we op straat terecht. De jongste was vier en de oudste twaalf.’  

De kluts kwijt
‘We hebben in riolen en in leegstaande treinen gelegen. Ook hebben we in de sneeuw geslapen. Twaalf jaar bijna! Ze stopten de kinderen wel in tehuizen maar die wilden terug naar mij, dus ze liepen gewoon weg. De kinderen waren allemaal overspannen in die tijd. Ze namen niks aan van de hulpverlening, ze waren de kluts kwijt. Ik was zelf ook overstuur, draaide helemaal door en wist niet meer wat ik deed. Iemand heeft me toen van straat geplukt en me laten opnemen in Zon en Schild. Maar ik liet iedere keer het brandalarm afgaan want ik had geen zin om te blijven. Mijn kinderen zitten nu allemaal in de hulpverlening. De oudste woont begeleid in Utrecht. De andere is een halfjaar geleden neergestoken. In zijn hart en bij zijn longen overal. Weer een ander heeft door vechtpartijen op straat twee jaar gekregen. Hij raakt nu z’n huis kwijt. Ja, daar maak ik me wel zorgen over. Dat is ook normaal toch?’  

Hosselen
‘Ik kreeg een keer longontsteking, kon geen lucht meer krijgen. Omdat ik bij het Leger des Heils een vriend had zitten, ben ik daarheen gelopen. Hier in Hirundo is het wel beter. Maar ik ga nog vaak naar buiten hoor. Wat hosselen, vragen of ze iets hebben voor me. Binnen komen de muren soms op me af. Het is buiten altijd gezellig met de daklozen. We kennen elkaar allemaal. Ik ben verder niet verslaafd of zo. Ik rook wel zware shag, maar zet dat maar niet in de krant, want het is natuurlijk niet goed. Ik heb ook medicijnen en ik krijg elke maand een prik zodat ik rustig blijf in mijn hoofd. Soms voel ik me alleen, want ik zie mijn kinderen dan weer niet dan weer wel. Maar ik maak er wel wat van hoor met Kerst. De ene keer ben ik gelukkig, de andere keer niet. Ik zou het zo gezellig vinden als ik gewoon met allemaal mijn kinderen bij elkaar zou kunnen zitten. Dat kan altijd nog komen hoor, want ze redden d’r eigen toch ook wel weer. Toen die ene was neergestoken, was ik helemaal over mijn toeren. Ik bel hem elke dag. Voor de rest gaat het wel hoor. Het leven is zo wel vol te houden.’

Annie stuurt een kerstgroet vanuit hostel Hirundo in Amersfoort.
Voor de deelnemers van het Leger des Heils is de laatste maand van het jaar niet per se makkelijk. Als je een kijkje in hun leven neemt, snap je waarom.

Lees ook de Kerstgroet van Bram, Jan en Jeroen.