‘Na verloop van tijd ging wonen bij mijn ouders niet meer en dus werd ik geplaatst in een kindertehuis bij de nonnen. Hier werd ik misbruikt en in plaats van dat justitie iets deed werd ik overgeplaatst naar een ander kindertehuis. Daar gebeurde hetzelfde verhaal. Toen ben ik op slot gegaan en heb ik besloten: ‘niemand komt meer aan mij.’

Op straat was ik vrij
‘Voordat ik in Hirundo kwam woonde ik op straat. Ik ben geen Swiebertje hoor, maar dat vrije bestaan op straat, ja dat trekt mij wel. Je kan doen en laten wat je wil. Als je een dak boven je hoofd hebt, heb je kopzorgen en verplichtingen. Op straat was ik vrij en at ik wormen en ratten. Als je zo lang op straat woont leer je de foefjes kennen.’

Ik kijk nooit terug, altijd vooruit
‘Ondanks alles wat ik heb meegemaakt geniet ik van het leven. Ik kijk nooit terug, altijd vooruit. Dat is de beste therapie die je kunt hebben. Bij de pakken neer gaan zitten helpt je niet. Het leven is te mooi. Ook als je hier zit. Het is echt niet slecht hoor. Elke zondag kook ik voor de bewoners. Het koken vind ik niet persé leuk, maar wel de blik, de gezichten van de mensen als ze het eten proeven. Daar geniet ik van! Leren koken heb ik van mijn moeke (oma) die me al op jonge leeftijd de kneepjes van het vak leerde.’

Op pad met Rover
‘Straks ga ik weer aan de wandel. Ik ben het liefst alleen en buiten. Ik loop veel, soms wel meer dan 20 kilometer op een dag. Rover, de hond van een van de medewerkers neem ik dan mee. Vroeger ging ik eerst langs de winkel om bier en port te halen, maar tegenwoordig ben ik gestopt met drinken. Ik hoop dat ik dit vol kan houden. Verder sport ik veel, dat houdt me fit.