Voor die tijd had Jan het vooral moeilijk op school. “Ik liep altijd weg van (de ZMLK) school. Een leerkracht mishandelde me. Ik was geen lieverdje, maar hij hing me op aan een haak en sloeg me. Ik was blij toen mijn pa me op mijn zeventiende van school haalde. Samen met hem ging ik werken in het ijzer. Heerlijk, de geur van oud ijzer.” Jan is erbij als zijn vader overlijdt. “Ik hoorde een harde klap en ging kijken. Hij was bezig mijn zusje van twee maanden een flesje te geven. Ik krijg nog kippenvel als ik eraan denk! Ik probeerde hem te reanimeren, maar het ging niet.”  

Stoned
“Mijn pa en ma waren echt gek op elkaar, anders krijg je ook niet zoveel kinderen. Ze heeft hem er wel eens uitgeschopt, maar na een paar dagen was hij weer terug. Mijn pa was streng, maar ook lief. Ik had geen grote mond tegen hem, want dan kreeg ik wel een portie. Toen ik een keer stoned thuis kwam, stuurde hij me direct naar mijn nest en daarna mocht ik de deur niet uit. Dat had ik nodig. Na zijn overlijden ging het helemaal mis. Ik ben de oudste thuis, maar niet de wijste. Eigenlijk moet ik het goede voorbeeld geven, maar ik ben eigenwijs. Voor mijn vaders dood rookte ik alleen een shaggie, maar daarna ben ik gaan gebruiken: cocaïne en speed, ik ging drinken. Ik wist geen weg meer. Het ging helemaal de verkeerde kant op. Mijn moeder trapte me eruit omdat ik aan drugs zat. Logisch.
Ik heb ook in de gevangenis gezeten. De eerste keer kwam doordat mijn huisbaas zijn handen niet kon thuishouden bij mijn zusje van tien. Ik was even wat pintjes halen bij de Albert Heijn. Toen ik terugkwam zag ik hem graaien. Het werd zwart voor mijn ogen. Ik heb een mes uit de keukenla gepakt en bij zijn keel gesneden. Hij was niet dood, hoor. Anders had ik nog wel gezeten. Na de gevangenis was ik clean, maar ik ben weer gaan gebruiken en drinken. Mijn moeder wilde dat ik een kamer zocht. Daar mocht ik binnen niet roken en ik hield me niet aan de afspraken. Regels vind ik lastig. Dus werd ik er steeds uitgezet. Ik kreeg ook geen baan, omdat ik een strafblad heb.”  

Tentje
Jan belandt op straat en leeft een tijdje in een tentje. De problemen stapelen zich steeds verder op. Weer terug bij zijn moeder, gaat het niet goed. “Ik sliep op een matrasje in de keuken. Pas als iedereen naar bed ging, kon ik slapen.” Een uitzichtloze situatie. “Op zoek naar een kamer ontmoette ik Kasha, nu mijn persoonlijk begeleider. Toen zij hier bij Domus Almere ging werken heeft ze hulp voor mij gevraagd. Ze hebben toen een kamer voor me geregeld. Dit is echt de beste plek die ik ooit heb gehad. Dat zeg ik uit het diepst van mijn hart. Daar kan ik gewoon van janken.” Met de tranen over zijn wangen: “Ik heb hier mijn eigen ding, ik heb mijn tv kijken, ik heb m’n koffie zetten. Ik kan me terugtrekken op mijn kamer. Daar zit ik het liefst. Twee weken geleden kreeg ik wel een time-out. Ik had een andere bewoner en drie groepsleiding aangevallen. Zelf weet ik weet er niets meer van. Daarom gebruik ik sinds een week geen drugs meer en ik drink nu acht halve liters bier in plaats van veertien. Ik heb het er ook met mijn moeder over gehad: ik moet veranderen. Ik heb hier een derde kans gekregen. Ergens anders was ik eruit gegaan. Maar hier bij Domus zien ze de mens in je. Je mag fouten maken. De mensen hier hebben een goed hart.”

Vertrouwen
Jan heeft vertrouwen voor de toekomst. “Ik wil nu een goed leven en geen ruzie meer met niemand. 2020 was voor mij best een mooi jaar. Ik heb niet zo’n last van corona. Mijn wens voor 2021? Ik wil wel een eigen huis met begeleiding. Die mogen natuurlijk langskomen. Dan zet ik koffie voor ze.”  

Jan stuurt je een kerstgroet vanuit Domus Almere. Voor de deelnemers van het Leger des Heils is de laatste maand van het jaar niet per se makkelijk. Als je een kijkje in hun leven neemt, snap je waarom.

Lees ook de Kerstgroet van Annie, Jeroen en Bram.

Op Jans kamer bij Domus Almere hangen twee geprinte foto's aan de muur met daarop zijn vader. "Die foto's gaan mee m'n kist in."