Reactie op onderzoekrapport "Niet thuis geven".

11-05-2018

Deze week werd het rapport ‘Niet thuis geven” van de Algemene rekenkamer Rotterdam gepresenteerd. Voor dit rapport werd, op verzoek van de gemeente, onderzoek gedaan naar opvang en begeleiding in Rotterdam aan mensen die dak- of thuisloos zijn. De rekenkamer heeft voor dit onderzoek gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de verschillende zorgaanbieders waaronder het Leger des Heils. Daarnaast zijn deelnemers (cliënten) geïnterviewd. Johan Koeman, directeur van het MCR vertelde aan RTV Rijnmond dat er een duidelijk verschil is tussen dakloos zijn of thuisloos zijn. In het rapport komen onderwerpen als Preventie - het voorkomen van instroom, Betaalbare woningen en Verzwaring van de problematieken aan bod. Mensen die een beroep doen op de hulpverlening van het Leger des Heils kennen vaak een veelheid aan problemen. Het vroeg signaleren van deze problemen kan dakloosheid voorkomen. Met de complexiteit van de problemen is doorstoom naar een andere voorziening of eigen woning niet altijd (direct) mogelijk. Het in eerste instantie wegnemen of oplossen van de problemen is noodzakelijk voor de volgende stap naar een woning, zonodig met ondersteuning, gezet kan worden. Willem, bezoeker van onze dagopvang, vertelde bij RTV Rijnmond zijn verhaal waarin hij aangaf hoe belangrijk het is om je zaken op orde te hebben voor je weer zelfstandig gaat wonen. Anderzijds zien wij dat het voor mensen moeilijk kan zijn om in een nachtopvang met meerdere mensen op één slaapzaal te verblijven. Juist voor hen is volgens ons een woning die direct beschikbaar is, de oplossing. Daarom wil het MCR de komende tijd weer meer inzetten op Housing First waarbij mensen zo snel mogelijk een woning krijgen met intensieve begeleiding. Johan Koeman benadrukte dat het Leger des Heils er is voor mensen zonder helper dan dat iedereen recht heeft op goede zorg. Deze zorg dient passend en op maat te zijn bij de hulpvraag. Het op deze manier werken heeft in de afgelopen jaren tot goede resultaten geleid waarbij de samenwerking met de gemeente essentieel was.