Kind in de knel

Leger des Heils Jeugdbescherming

Het kan in een opvoeding soms flink misgaan en voorbeelden daarvan zijn vaak voer voor journalisten of televisiemakers. Toch is de groep gezinnen die zodanig vastlopen dat ze niet zonder professionele hulp uit hun opvoedproblemen komen, relatief klein. Op het totale aantal gezinnen in Nederland niet meer dan 5%. Een deel daarvan komt, via de rechter, bij Leger des Heils Jeugdbescherming terecht. Daar treffen ze gezinsvoogden en gezinscoaches die, in opdracht van de rechter via een zogenoemde ‘ondertoezichtstelling’, meekijken met de opvoeding en aanwijzingen geven. Wie zijn deze ouders?

Christine Eskes is orthopedagoog en werkt bij Leger des Heils Jeugdbescherming. “Onze doelgroep is relatief klein, maar vraagt wel erg veel aandacht. Eigenlijk kun je ruwweg twee groepen onderscheiden. De eerste is de groep ouders die zelf met de gevolgen van hun eigen opvoeding te maken hebben. Het zijn mensen die uit een zwak sociaal milieu komen en vroeger thuis een slecht voorbeeld hebben gehad. Daardoor hebben ze moeite om de opvoeding van hun kinderen goed vorm te geven. De tweede groep is relatief nieuwe en in opkomst. Ouders die in een ‘vechtscheiding’ liggen. Het zijn mensen die over het algemeen best goed en liefdevol kunnen opvoeden, maar die het ingewikkeld vinden om, na het beëindigen van de relatie zo met elkaar om te gaan dat hun kinderen er niet onder lijden. Bij deze groep vindt de rechter soms dat er toezicht nodig is. Een gedwongen vorm van hulpverlening."

"Wat je bij kinderen in zo’n situatie ziet, is dat loyaliteitsconflicten enorm hoog gaan opspelen. Kinderen zoeken dan heel erg naar wat ze wel of niet kunnen vertellen over wat ze bij de ene of de andere ouder meemaken. ‘Ik ben nu bij papa, maar die vindt het vast niet leuk als ik vertel over wat ik voor leuke dingen meemaak bij mama. Daarom vertel ik het maar niet.’ Of, ‘die nieuwe partner van mama is best aardig en pap wordt vast heel boos als ik dat vertel’."

“Kinderen zijn er continu alert op bij welke ouder ze zijn en dat is dodelijk vermoeiend voor hen. Beide ouders hebben vaak de meest oprechte bedoelingen. Ze zeggen vaak: ‘ik vecht voor mijn kind’, maar dan zeggen wij dat het waarschijnlijk beter voor het kind is dat ze vrede stichten. De kinderen komen knel te zitten doordat de ouders meer met hun eigen strijd bezig zijn dan met waar de kinderen echt behoeft aan hebben. Je ziet dan ook dat kinderen concentratieproblemen krijgen op school, omdat ze in hun hoofd zo bezig zijn met nadenken over alles wat ze meekrijgen van de strijd tussen vader en moeder. Opmerkelijk is dat de groep mensen die in een vechtscheiding terechtkomt, vaak hoog opgeleid is. Het is een groep die geld heeft om langdurige rechtszaken te kunnen voeren. Met alle gevolgen van dien. Kinderen worden daarin meegetrokken. Er wordt ze soms gevraagd om brieven te schrijven aan de rechter. Maar wat doe je als kind liever dan datgene opschrijven wat de ouder waar je op dat moment bent, leuk of goed vindt. Een kind raakt op die manier van binnen verscheurd.”

Het opheffen van bedreigingen voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind is in het kort de taak van de, vaak gedwongen, opvoedhulp die het Leger des Heils in opdracht van de rechter geeft. “Dat betekent dat we ouders bij elkaar aan tafel zetten. Dan kom je in de communicatie soms vreselijke dingen tegen. Ouders die maar met moeite met elkaar in een ruimte kunnen zijn of dat soms weigeren. Toch zullen ze hun leven lang samen ouders blijven en daar spreken wij hen op aan.”

Wat is er volgens Christine nodig voor een goede opvoeding? “Dat ouders in staat zijn om voldoende structuur te bieden aan hun kinderen. Zeg maar het oude ‘rust, reinheid en regelmaat’. Liefde geven, maar ook voldoende voorspelbaarheid en structuur, zijn de bouwstenen voor een gezonde opvoeding en ontwikkeling van een kind. In heel veel gevallen gaat dat goed, maar voor die kleine groep die het niet zelf kan, zijn wij er.”

Dit artikel verscheen in Strijdkreet, nr.2 2015
Tekst: Jurjen Sietsema