LEESTIJD: 4 MINUTEN

‘Sociale problematiek, drugsgebruik en psychiatrie: het LJ&R heeft de zwaarste cliënten met de meeste problemen’, vertelt Willem. Hij is een bevlogen toezichthouder die al dertien jaar bij de reclassering van het LJ&R werkt.

Het is hartje zomer en Willem rent op zijn slippers de trap op, richting de ochtendmeeting met zijn collega’s. Het duurt niet lang voordat Willem zijn eerste oneliner te pakken heeft. ‘We zijn geen hulpverleners’, roept hij, terwijl hij over de tafel hangt om zijn woorden extra kracht bij te zetten. Willem reageert hiermee op het verhaal van een collega die nog niet zo lang bij de reclassering werkt. Ze worstelt met haar rol in het toezicht van een reclasseringscliënte die borderline-achtige trekjes vertoond.

Gevaarlijk neveneffect
Later licht Willem zijn opmerking toe. ‘Het is in ons werkveld soms heel verleidelijk om hulp te gaan verlenen, maar dat is gewoonweg niet onze taak. Een gevaarlijk neveneffect van te hard gaan rennen, is dat de cliënt de indruk krijgt dat hij of zij het zelf niet kan. Dat versterkt het zelfvertrouwen van de cliënt dus niet. Het is belangrijk dat je je in dit werk niet meer op de hals haalt dan nodig is. Zo voorkom je dat je cliënt onmachtig achterover gaat hangen én zo blijf je een burn-out of te hoge werkdruk voor.’

Tbs-kliniek
Voordat Willem bij de reclassering van het Leger des Heils begon, werkte hij in een tbs-kliniek. ‘Ik weet dus heel goed wat hulpverlening wel is’, getuigt hij. Na een afgeronde studie en 10 jaar in de kliniek, vond Willem het wel genoeg. ‘Ik wilde meer regie over mijn eigen werk en niet steeds het plan van anderen hoeven uitvoeren. Eigenlijk wilde ik bij een andere organisatie werken en was mijn sollicitatie bij het LJ&R slechts bedoeld als onderhandelingstroef. Althans, tot mijn sollicitatiegesprek. Ik ervoer echt een klik met de organisatie en de mensen die er werken. Uiteindelijk bevond ik mij in de luxepositie dat ik bij beide organisaties werd aangenomen, maar ik koos voor het Leger. Daar heb ik geen dag spijt van gehad. Het is een ontzettend vrije functie en ik word omringd door slimme en bevlogen mensen die niet bang zijn om de strijd aan te gaan.’

IMG_2512bewerkt

‘Hij stond erop dat ze bij hem op schoot bleef zitten’

Zwakbegaafde ouders
‘Een van mijn meest bijzondere zaken ligt al een tijdje in het verleden. Niet omdat ik nu niets moois meer meemaak, maar dat doet tijd soms met je. In deze zaak begeleidde ik een twintigjarige vrouw die, samen met haar tante, betrapt was op winkeldiefstal. Ze kwam uit een zeer zwak, randcrimineel milieu en woonde in een soort woonwagenkamp. Haar ouders waren zwakbegaafd. Wat bleek: dit meisje deed belastingaangifte voor het hele kamp, hield namens iedereen contact met de gemeente en vervulde de rol van maatschappelijk werker binnen haar netwerk. Ze bleek op de HAVO te zitten! Ze had zoveel potentie en dat heb ik haar ook verteld. Ze mailde een tijdje geleden met haar levensverhaal, waarin ik namens de reclassering ook een kleine rol mocht spelen. Ik heb geleerd dat je mensen moet zien in hun potentieel, niet alleen in hun gebreken. Binnenkort ga ik naar haar diploma-uitreiking. Hoe gaaf is dat?!’

Een huilend kind
De moeilijkste zaak die Willem diep trof, was de zaak van een collega. Willem: ‘Ze vroeg mij bij een van haar toezichtgesprekken te zitten. Het betrof een zeer moeilijke en negatieve man. Hij nam zijn 2-jarige dochtertje mee en stond erop dat ze bij hem op schoot bleef zitten. Tijdens het gesprek zette hij zijn dochtertje in als wapen tegen ingewikkelde vragen. Het kind huilde iedere keer als haar vader zijn stem verhief, wat voortdurend gebeurde. Het was een drama. Bij de deur dacht ik dat hij mij een klap zou verkopen, maar dat deed hij niet. Ik ervoer complete machteloosheid door de aanwezigheid van het kind, want voor mij was zij de belangrijkste persoon in de kamer. Ik voelde dat ik haar moest beschermen, maar dat ik daartoe niet in staat was.’

‘Je gaat iemand niet veranderen in de ideale schoonzoon’

Perfecte schoonzoon
‘In iedere zaak kan ik iets van mijn eigen ontwikkeling leggen. Als ik bijvoorbeeld in mijn persoonlijk leven bezig ben met afstand en nabijheid, dan krijg ik een zaak van iemand met een borderline-persoonlijkheidsstoornis. Het is dan belangrijk dat ik helder, strikt en zakelijk blijf. Die verdieping zorgt ervoor dat ik mijn werk uitdagend en boeiend blijf vinden. Kijk, als je doel is iemand te veranderen in de perfecte schoonzoon, dan moet je dit werk niet doen. Je moet tevreden zijn met hier en daar een zaadje planten over het nemen van eigen verantwoordelijkheid, ook al zit iemand daar niet op te wachten. Uiteindelijk is het de cliënt zelf die bepaald of een traject succesvol wordt of niet. Maar het is aan jou om dat duidelijk te maken!’