De 54-jarige Bram* noemt zichzelf jeugdbeschermer in hart en nieren en heeft een grote liefde voor zijn vak. Toch gaat zijn werk niet altijd over rozen. Kinderen die keer op keer worden teleurgesteld door volwassenen, dat raakt hem diep. Hoe zorgt hij dat zaken niet onder zijn huid gaan zitten?  

‘’Recent heb ik een zaak afgerond waarbij de vader consequent de media bleef opzoeken. Ik werd genamed en geshamed. Als je dat soort dingen meemaakt, kan het maar zo onder je huid blijven zitten. Maar dat laat ik echt niet gebeuren.’’  

Midden in de nacht
‘’Natuurlijk raakt dat je. Ik moest echt even slikken toen ik nare, persoonlijke mailtjes ontving en zowel online als offline werd verguisd. Daar heb je het thuis echt wel even over. Toch heb ik er geen uur minder om geslapen. Dat lukt niet iedereen. Het is belangrijk om in zo’n geval afstand te kunnen nemen.’’  

‘’Naast mijn werk sport ik en doe ik graag leuke dingen. Dat helpt mij om zaken van me af te zetten. Een stabiel thuisfront is ook een pré. Maar misschien nog wel de belangrijkste factor is de samenwerking met je team. Ik heb collega’s die ik midden in de nacht kan bellen als er wat is.’’

''Ik heb gelijk gebeld om mijn excuses aan te bieden''

Onschuldig?
Tijdens zijn werk baalt Bram soms van de houding van sommige ouders tijdens begeleide omgang. ‘’Ik heb weleens ouders die tegen hun kind zeggen dat als het kind goed z’n best doet, hij snel weer bij de ouder mag komen wonen. Dat klinkt misschien onschuldig, maar is het absoluut niet. Met zo’n opmerking maken ouders het kind, vaak onbewust, verantwoordelijk voor het feit dat het kind niet thuis woont. Het zijn omstandigheden, zoals scheiding, opvoedproblemen of andere moeilijkheden die tot een uithuisplaatsing leiden. Eén schuldige aanwijzen is daarom lastig, maar aan het kind ligt het sowieso niet.’’  

Teleurstelling
‘’Wat ik nóg schrijnender vind zijn ouders die niet komen opdagen tijdens de bezoekmomenten. Ik begeleid nu een jong meisje wiens moeder in de meeste gevallen gewoon niet komt. De teleurstelling in de ogen van dit meisje raakte me iedere keer weer. Het is ook voor mij lastig om zoiets los te laten. Met de pleegouders heb ik afgesproken dat we het meisje niet langer inlichten over de bezoekmomenten. Pas als moeder er echt is, bel ik hen en brengen ze het meisje. Ouders lijken soms niet te begrijpen hoe groot zo’n teleurstelling voor hun kind is. Of kinderen hun ouders nu lang of kort niet hebben gezien, kinderen missen hen altijd.’’  

 Excuses aanbieden
‘’Weet je wat ook heel belangrijk is in dit werk? Om niet alleen andermans fouten te zien, maar ook je eigen fouten te zien en toe te durven geven. Toen ik vorige week terugkwam van vakantie, bleek dat ik iets niet goed had gedaan. Ik zou vervoer regelen voor een pleeggezin, maar ze hebben dat uiteindelijk helemaal zelf moeten regelen. Eenmaal terug op kantoor hoorde ik wat er was gebeurd. Wat baalde ik zeg! Ik heb het gezin gelijk gebeld om mijn excuses aan te bieden.’’  

Subtiel
‘’Naast fouten toegeven is het ook belangrijk om te blijven leren en je leerbaar op te stellen. Zo leer ik bijvoorbeeld van mijn vrouwelijke collega’s om wat subtieler te communiceren. Ik ben weleens té recht voor z’n raap en dat werkt niet altijd in m’n voordeel. Soms is er een collega mee naar een kennismakingsgesprek met een cliënt, om te kijken hoe ik dat doe. Je kunt in dit vak nooit alles weten. Ik ben blij met een team dat met me meekijkt, meedenkt en voor me klaarstaat.’’