Op een afgelegen industrieterrein ligt de Utrechtse vestiging van het LJ&R. De 26-jarige Nina*, die hier sinds drie jaar werkt als jeugdbeschermer, maakt een krachtige en uitgesproken indruk. Handige eigenschappen die in haar werk goed van pas komen. Hoe gaat Nina om met grensoverschrijdend gedrag en hoe houdt ze dit pittige werk zo goed vol?  

‘’De politieagent was not amused toen de vader van mijn pupil mij telefonisch bedreigde. ‘Waar ligt jouw grens?’, fronste hij. ‘Hier’, zei ik en ik deed meteen aangifte tegen vader vanwege de bedreigingen. Een tijdje later zat ik tegenover deze vader in de rechtszaal. Hij was zo verbaasd dat ik aangifte had gedaan. Alle eerdere hulpverleners waren ‘m gesmeerd. Maar ik bleef. Ondanks dat het spannend was om te doen, moest vader ook weten waar de grens lag.’’

 Tolerantiegrens
‘’Deze man had zijn zoontje, mijn cliënt, meegenomen terwijl dat niet mocht. Daar was ik het uiteraard niet mee eens. Hij schold mij de huid vol, iets wat hij geregeld deed. Schelden is tot daaraan toe, maar toen hij begon te dreigen was mijn tolerantiegrens bereikt. Ik ben geen robot, maar een mens. Ik ga ver voor mijn pupillen en probeer er alles aan te doen om ook met hun ouders door één deur te kunnen. Hoe lastig dat ook is. Ik deed aangifte, maar gaf hem niet op. Deze man kreeg een werkstraf. Dat is een vrij uitzonderlijke uitkomst, want meestal blijft dit gedrag helaas onbestraft. We zijn geen beste vrienden geworden, maar we hebben respect voor elkaar.’’

Lange adem
‘’In plaats van de zaak over te dragen als het moeilijk wordt, proberen mijn collega’s en ik eerlijk te kijken naar onze eigen triggers. Waarom zit iemand zo onder je huid? Als je echt vastloopt neemt een collega de zaak over, maar we gooien bijna nooit de handdoek in de ring. Hebben we soms een té lange adem? Ik vind persoonlijk van wel, maar dat is ook waar het Leger des Heils bekend om staat. Wij helpen ook cliënten die bij een andere organisatie niet meer verder komen in de samenwerking. Maar waar we soms waakzamer op mogen zijn, zijn onze eigen grenzen. Laten we die niet vergeten.‘’

Hoge hakken
‘’Dit werk houd je alleen vol als je zo nu en dan de humor van dingen inziet. Ik moet nog steeds lachen als ik terugdenk aan een voorval dat een tijdje geleden plaatsvond. Samen met een aantal vrouwelijke collega’s besloten wij, in het gezelschap van de politie, een weggelopen pupil op te sporen. De politie en mijn collega’s stonden voor zijn deur toen de jongen aan kwam slenteren. Na het zien van de politiewagen, maakte hij rechtsomkeerts. Mijn collega rende, op haar hoge hakken achter de verdachte aan. Er ontstond een ware klopjacht waarbij mijn collega’s, de politie en ikzelf, de achtervolging inzetten. Zo hilarisch! Vier van die wijfies renden achter een puber van zestien aan. Gelukkig hebben we hem uiteindelijk te pakken gekregen en zit hij nu weer op de plek waar hij hoort te zijn.’’

Eigen keuzes
‘’Een van de moeilijkste dingen aan mijn werk vind ik de uithuisplaatsingen van jonge kinderen. Een uithuisplaatsing is geen lichte beslissing en er is het eenstemmig besluit van een heel team aan professionals voor nodig. Kinderen zijn vaak boos of aangeslagen als ze uit huis geplaatst worden. Toch hoop ik dat ze, als ze ouder zijn, inzien dat het heeft bijgedragen aan een veilige en betere toekomst. Zo heb ik nu een pupil die twee jaar geleden woedend op me was toen hij uit huis werd geplaatst. Nu zie ik hem opbloeien, vertelt hij over zijn dromen en zie ik dat hij zijn eigen keuzes maakt, zonder die zware ballast op zijn schouders. In mijn werk is dat een overwinning. Daar doe ik het voor.’’

*Dit is een gefingeerde naam