‘Mag ik dan wel op dezelfde school blijven?’ vraagt Boris*. Zojuist heeft jeugdbeschermer Twan* hem vertelt dat hij na de zomervakantie ergens anders gaat wonen. Twan belooft er zijn uiterste best voor te doen. Al knabbelend aan een koekje luistert Boris aandachtig. ‘Je gaat in een begeleidingscentrum wonen met andere kinderen. En dieren. Ze hebben er ook dieren’, vertelt Twan.

Toen Boris jong was, werd hij ernstig verwaarloosd. Terwijl moeder zich dikwijls prostitueerde, gebruikte vader drugs in de kamer ernaast. ‘Toen hij in zijn eerste pleeggezin arriveerde, had Boris nog nooit van fruit gehoord’, licht Twan toe. Twan is jeugdbeschermer bij LJ&R en Boris valt onder zijn verantwoordelijkheid. Hij begeleidt hem al een tijdje en nu hoopt hij voor Boris een plek te hebben gevonden waar hij tot zijn 18e kan blijven wonen. ‘We gaan er zo naartoe, Boris. Ga je mee een kijkje nemen?’, vraagt Twan. Dat wil Boris wel.

Drie gemiste jaren in één
De 10-jarige Boris woont sinds kort in een crisispleeggezin. Bij zijn vorige pleeggezin ging het echt niet meer, maar hier kan hij ook niet blijven. Op zijn oude school zagen ze de jonge Boris bijna nooit. Sinds hij op zijn huidige school zit, gaat het heel goed met hem. ‘Hij heeft drie gemiste jaren in één jaar gedaan’, vertelt Twan. Boris vult hem trots aan: ‘Andere kinderen vragen zelfs hulp aan mij als ze iets niet weten. Goed he?!’ Onderweg naar het begeleidingscentrum vertelt Boris ronduit, maar eenmaal aangekomen verandert zijn houding. Van dieren wordt hij vies en de afspraak laat op zich wachten.

‘Alle mensen zijn boos op mij, dat hoort nu eenmaal bij mijn werk’  

Vliegenvanger 
Boris staart naar het theezakje dat Twan in zijn glas heen en weer sopt. Op de achtergrond klinkt regelmatig het geluid van vliegen die geëlektrocuteerd worden door een elektrische vliegenvanger. Boris ergert zich een beetje en als de afspraak eindelijk binnenwandelt, confronteert de 10-jarige haar met de wachttijd. Ze was vijftien minuten te laat en dat vindt hij niet netjes, zo licht hij toe. Zijn ergernis verdwijnt al snel, want de rondleiding lijkt hem te bevallen. Behalve de dieren dan, daar heeft hij weinig mee. De klimmuur op zolder brengt een glimlach op zijn gezicht. Na afloop brengt Twan Boris naar huis en samen met zijn pleegmoeder praten ze nog even na. Boris zit er goed bij. Misschien heeft hij er zelfs wel een beetje zin in. ‘Als je later nog vragen hebt, schrijf je ze dan in je schriftje?’, vraagt Twan. Boris knikt. Als hij eraan denkt dan.

 Heftige bedreigingen
Op de terugweg vertelt Twan dat hij bijna met pensioen gaat. Hij kijkt er naar uit, maar hij ziet er ook tegenop. De heftige bedreigingen en uitbarstingen van ouders van kinderen die hij begeleidt gaat hij niet missen. ‘Alle mensen zijn boos op mij, dat hoort nu eenmaal bij mijn werk’, had Twan eerder die dag gezegd. Maar de kinderen, die gaat hij missen. Er zijn genoeg verhalen waaraan hij op zijn oude dag zal terugdenken. Treurige verhalen, maar ook succesverhalen en hoogtepunten. Het is een heftig vak, dat van de jeugdbeschermer. Een heftig vak voor mensen met het hart op de goede plek.   

*Dit zijn gefingeerde namen