In het Twentse Enschede werkt de 37-jarige Rachel* als jeugdbeschermer en jeugdreclasseerder. Ze is erg betrokken bij haar jongeren, krijgt van hen soms zelfs nog blijde post, maar maakte ook iets heel moeilijks mee. Rachel vertelt meer over wat ze meemaakte en de kracht van onvoorwaardelijke aandacht.

‘’Een zaak die mij erg aangreep was die van twee jonge jongens, die beide onder mijn voogdij vielen. Ze kenden elkaar en waren eerst vrienden. Tot het goed mis ging en ik een schokkend telefoontje kreeg. De een had de ander doodgestoken.’’  

Inspectierapport
‘’Ik maakte me voor het incident al lange tijd zorgen om de jongen die uiteindelijk zou steken. Daarom sprak ik hem regelmatig en wist dat hij worstelde met zichzelf. Maar dit had ik nooit zien aankomen. Het zusje van het slachtoffer viel ook onder mijn voogdij. Omdat ze mij kende, besloot ik haar het slechte nieuws zelf te vertellen. Dat haar broer er niet meer was. Ik vond dat zo heftig dat ik me zelfs even heb afgevraagd of ik dit werk nog wel wilde doen. De uitslag van het inspectierapport hielp mij om het een plekje te geven. Hieruit bleek dat ik gedaan had wat in mijn macht lag. Toch blijf je je soms afvragen: had ik dit kunnen voorkomen? Stiekem weet ik wel dat dit niet zo is, maar toch spookt het soms nog door mijn hoofd.’’  

Moeder
‘’In mijn werk kom ik veel kinderen tegen zonder volwassene in hun leven die echt het beste voor hen wil. Dit is precies de reden waarom ik al twaalf jaar bij de jeugdbescherming werk. Het liefst wil ik dat een gezin zo snel mogelijk weer zonder mij kan, maar soms gaat dat niet. In die gevallen krijg ik, als geen enkel familielid bereid is, de voogdij over de jeugdige. Om die reden heb ik heel wat jeugdigen van dichtbij zien opgroeien. Pas zei een van hen tegen mij: “Jij bent meer moeder voor mij dan mijn eigen moeder.” Ik vind dat heel naar voor die moeder, maar ben blij dat ik het gevoel kan geven dat ik er voor hem ben.’’  

Menselijk werk
‘’Het is superleuk om een trouwkaartje te krijgen, een dankjewel brief of berichtje dat een oud-jeugdige is afgestudeerd. Mijn werk is niet alleen zakelijk, het is vooral menselijk. Ik wil mijn jeugdige het gevoel geven dat hij of zij altijd bij mij terecht kan. Jongeren zien dat mijn aandacht onvoorwaardelijk is en dat kennen ze vaak niet. Vorig jaar begeleide ik een meisje van wie de moeder plotseling overleed. Ze kon mij bereiken, want mijn werktelefoon staat altijd aan, ook ’s nachts en in het weekend. Haar verdriet stopt namelijk niet om vijf uur. Dat geldt voor je eigen kinderen ook niet. Hierdoor kon ik er echt voor haar zijn.’’

‘’Natuurlijk is niet iedere jeugdige zo blij met mij. Sommigen zouden zeker de vlag uithangen als ik wegging. Ze vinden me vast een bemoeiziek vrouwmens’’, lacht Rachel. ‘’Ik hoef niet voor iedereen belangrijk te zijn. Ik hoop wel dat, als ze een vertrouwenspersoon zoeken, ze mij weten te vinden.’’  

* Dit is een gefingeerde naam

Foto: Shutterstock