Je hoeft als jeugdbeschermer niet van staal te zijn, vindt Doortje*, die midden twintig is. Drie jaar geleden startte zij als jeugdbeschermer bij het Leger des Heils in het zuiden van het land. ‘’Bij mij op kantoor praten we over hoe het met ons gaat en wat we lastig vinden.’’ Hoe helpt Doortjes team haar om dit soms zo pittige werk uit te voeren?

‘’De jeugdinstelling waar Vera* woonde ging failliet. Ik zocht een nieuwe plek voor haar, maar niemand wilde haar opnemen. Ik herinner me nog goed dat ik naar haar keek, mijn nog jonge cliënte. De vraag waarom er geen enkele jeugdhulpaanbieder was die samen wilde kijken naar wat zij nodig had, in plaats van de organisatiebelangen voorop te stellen, liet me niet meer los.’’

Te complex

‘’Natuurlijk ben ik als jeugdbeschermer verantwoordelijk voor haar, maar wat kan ik doen als iedereen de deur dicht houdt? Instellingen gaven keer op keer aan dat Vera te complex was. Vera’s traumatische verleden, vol misbruik, verwaarlozing en hulp die te laat kwam, werkte tegen haar. Het doet me verdriet als ik hoor dat er geen ruimte voor iemand is. Te vaak nog gaat het over geld, tijd en het behalen van de cijfers, terwijl we hier met kinderen van doen hebben.’’



‘’Deze moeder had gewoon een zetje nodig’’



Een zetje nodig
‘’Ik ben er stellig van overtuigd dat vooral eerlijkheid en transparantie je een sterkere jeugdbeschermer maken. Zo was er een gezin dat met veel problemen kampte, maar waar geen enkele hulpverlener een voet over de drempel kreeg. Moeder deed gewoon nooit open. Totdat het gezin bij ons onder toezicht werd gesteld.’’

‘’Deze moeder was zwakbegaafd en kampte met suïcidale gevoelens. Ze had bedacht dat als ze de deur niet opendeed voor de hulpverlening, er ook niets aan de hand was. Ik zei tegen haar: ‘Ik zie je angst en ook al wil je geen hulp, ik ga het toch voor je regelen.’ Deze moeder had gewoon een zetje nodig. Uiteindelijk was ze dankbaar dat ik niet naar haar onwil had geluisterd en dat ik eerlijk en direct naar haar was geweest.’’

De mens zien
‘’Daar zit het ‘m wat mij betreft in. Ik ga niet akkoord met een nee als die nee de ander geen goed doet. Het is zó belangrijk om naar de mens te kijken en deze moeder zag dat ik dat deed. Ook al ging onze samenwerking niet altijd over rozen, toch bleef de deur altijd open. Je zou deze moeder compleet kunnen afschrijven, maar daar los je niets mee op.’’  

Dankbaar
‘’Dit werk maakt mij nog steeds enthousiast, ondanks de hoeveelheid complexe zaken die we op ons bordje krijgen. Ik bijt me vast in een zaak, omdat ik vind dat ieder gezin de aandacht en hulp verdiend die zij nodig heeft. Al zitten er soms best zaken tussen waarbij het lastig is om te beoordelen waar je goed aan doet. Daar worstel ik weleens mee. Juist daarom ben ik zo dankbaar dat ik mezelf mag zijn bij mijn collega’s. Ik kan wel zeggen dat mijn team het werk dragelijk maakt. Het allerbelangrijkste is dat ik bij hen mens mag zijn. Dat ik het kan zeggen als iets me raakt of als ik iets niet fijn vind. Zij maken dat ik ervoor blijf gaan en steeds weer de energie vindt om moeilijke zaken op te pakken.’’

* Dit zijn gefingeerde namen
* Het beeld bij dit interview: Shutterstock