De 44-jarige Menno* werkt in Rotterdam bij de Jeugdbescherming van het Leger des Heils. Hij heeft van dichtbij ervaren hoe belangrijk de rol van zijn collega’s is en vertelt hier meer over aan de hand van een zaak die grote indruk op hem maakte.

Seksuele uitbuiting van minderjarige kinderen is misschien wel het heftigste dat je je kunt bedenken. Menno maakte dit met een van zijn pupillen van heel dichtbij mee. ‘’Voordat ik deze zaak op mijn bordje kreeg, kwam dit gezin op straat in aanraking met de politie. Toen het gezin verder werd onderzocht, bleek er sprake te zijn van seksuele uitbuiting van een van de kinderen.’’

Onvoldoende bewijs
‘’Na een uithuisplaatsing van de kinderen, werd een onderzoek ingesteld. Uit alles bleek dat de ouders betrokken waren bij het misbruik, maar er was onvoldoende bewijs. We konden niets anders doen dan de kinderen in fases weer thuis te plaatsen. Voor we het wisten stond moeder met de kinderen bij de grens. Ze probeerde met hen te vluchten naar haar thuisland. Daar hebben we een stokje voor gestoken. Het misbruikte meisje is inmiddels op een veilige plek en voelt zich eindelijk vrij om te praten over wat haar is overkomen.’’

''Dit werk schreeuwt om een uitlaatklep''

Levensbelang
‘’Deze zaak, die ongeveer twee jaar voortduurde, viel mij erg zwaar. Allereerst vanwege de heftigheid en de duidelijk schadelijke impact op het slachtoffertje. Ik merkte hoe alert ik moest zijn, ook in hoe ik me richting haar opstelde. Kinderen die misbruikt zijn, zijn gewend geraakt aan een ongezonde omgang met seksualiteit. Dat kan gevolgen hebben voor hoe een kind zich naar andere volwassenen opstelt. Alleen met hem of haar zijn is geen optie. En grenzen aangeven, op een gevoelige en subtiele manier, is van groot belang.’’

‘’Verder is het van levensbelang dat je als jeugdbeschermer niet het gevoel krijgt dat je er alleen voor staat. Ik merkte bij deze zaak echt hoe belangrijk het team is dat om mij heen stond. Zij waren er altijd voor me, dachten met me mee en zorgden ervoor dat ik het al die tijd volhield.’’

Geen droombaan
Het beroep van jeugdbeschermer is niet iets waar Menno al sinds jongs af aan van droomde. ‘’Ik wilde absoluut geen jeugdbeschermer worden, want ik had geen zin in al die negativiteit. Toch kwam ik, na jaren als groepsleider met jongeren te hebben gewerkt, via een uitzendbureau bij de jeugdbescherming van het Leger des Heils terecht. Ik was nieuwsgierig genoeg om het tóch te proberen en inmiddels zijn we twaalf jaar verder.’’ In die twaalf jaar is Menno van zijn werk gaan houden. ‘’Keer op keer zie ik hoe ouders wel het beste met hun kind voor hebben, maar beperkt zijn in hen geven wat ze nodig hebben. Voor mij zit de uitdaging ‘m in het motiveren van ouders om succeservaringen op te doen. Die ervaringen geven nieuwe moed en dat is belangrijk voor de toekomst.’’  

‘’De jeugdbescherming is niet zomaar any job. Het is een levenskeuze. Dit werk schreeuwt om een uitlaatklep. Het is belangrijk om leuke dingen te doen in je vrije tijd. Een stabiele thuissituatie is ook geen overbodige luxe, anders wordt het heel lastig om alle ballen hoog te houden.’’  

* Dit is een gefineerde naam
* Het beeld bij dit interview is een stockbeeld