Hij is geboren op Curaçao, vertelt hij, als oudste van vier jongens. Na de geboorte van de jongste heeft vader de benen genomen. Hij was 12 jaar toen hij bedacht dat hij zijn moeder meer vroeg dan dat hij haar gaf. En dat dat niet ok was, omdat zijn broertjes vaak zonder lunchpakket naar school moesten. Hij besloot zo weinig mogelijk aan zijn moeder te vragen en ging op zoek naar mogelijkheden om zelf geld te verdienen. Dat was niet gemakkelijk. Hij kon af en toe wat “klusjes” doen, maar dat bracht niet veel op.  

Bolletjes

Toen hij iets ouder was, zag hij twee mogelijkheden om serieus geld te verdienen. Hij kon bij een “gang” gaan en meedoen aan overvallen. Maar dan moest je wel “iemand kunnen neerleggen” als dat nodig was. Of hij kon zich aan een drugsbaas aanbieden als bolletjesslikker. Omdat hij niet wilde doden (en misschien gedood worden) besloot hij tot het laatste. Hij moest zich op een avond melden en zoveel mogelijk bolletjes zien te slikken met thee of andere drankjes.   De volgende ochtend werd hij op het eerste vliegtuig naar Amsterdam gezet, met instructies hoe hij degene kon vinden die hem zou opvangen. Zogezegd zo gedaan. En het lukte. Hij kreeg een paar duizend euro in zijn handen, meer geld dat hij ooit had gezien. Zijn moeder kreeg nu eindelijk kans op een huisje in een iets betere buurt. Dat smaakte naar meer. Hij deed het nog een keer. En toen nog een keer. Steeds lukte het om meer bolletjes naar binnen te krijgen dan de vorige keer. Want je kreeg per hoeveelheid bolletjes betaald. Duizend Euro per tien bolletjes.  

Geknapt

Maar de derde keer ging het mis. In het vliegtuig móest hij naar de WC. “En wat doe je dan?” “Nou je laat dat spul natuurlijk niet kwijtraken. Dus je haalt het eruit en je slikt het weer in. Misschien daardoor dat het mis ging.” Na aankomst was er een bolletje in zijn maag geknapt. Hij is nog voor de douane onderuitgegaan en kwam bij in het ziekenhuis, op het nippertje van de dood gered. Hij trekt zijn shirt omhoog en laat de chaos van littekens op zijn hele voorkant zien. Het lijkt wel of zijn hele buik en maagstreek verbrand zijn geweest. Zo is hij dus in Nederland terecht gekomen. En hier blijven hangen.  

Zorgen

Na de zoveelste detentie wil hij nu heel graag “echt werk” hebben. “Vijf dagen per week, acht uurtjes per dag”. “Trouwens weet je wel dat ik ook in de zorg heb gewerkt? In een tehuis voor oude mensen? Was voor mijn werkstraf. Dat is ècht erg! Sommigen kregen nooit bezoek! Zoiets gebeurt bij ons echt niet! Ik zal mijn moeder nooit alleen laten op haar oude dag. En ze gaat nooit in zo’n tehuis.” Ineens verschijnt er een brede lach op zijn gezicht en kijkt hij me recht aan. “Maar jij hoeft niet bang te zijn voor je oude dag hoor. Als jij oud wordt kom ik wel voor je zorgen!”    

Over Pia

Ik werk ruim 13 jaar bij de reclassering. Daarvoor heb ik 17 jaar met oorlogsgetroffenen gewerkt. Het komend jaar word ik zestig en ik had nooit gedacht dat dit zo’n mooie leeftijd is. In de kracht van mijn leven, vol energie en mèt die wijsheid die met de jaren komt voelt de tijd die ik voor de boeg heb als een grote rijkdom. De interesse voor mijn werk, zowel met de oorlogsgetroffenen als bij de reclassering, komt voort uit dezelfde passie als mijn liefde voor literatuur. Vanuit mijn zoektocht naar wat mensen beweegt: wat maakt hen tot wie ze zijn, wat brengt hen ertoe te doen wat ze doen? Ten kwade of ten goede? En daar dan woorden voor vinden om te kunnen delen, inzicht geven en prikkelen tot nadenken.