“Je cliënt is er”. Ik loop naar de wachtkamer. Niemand. Dan zie ik hem buiten staan. Als ik op hem af loop haalt hij een grote bos bloemen achter zijn rug vandaan en houdt hem mij voor. Twee hemelsblauwe ogen in een getekend gezicht kijken me verwachtingsvol en enigszins verlegen aan. “Voor al die maanden dat je mijn gezeur en geklaag hebt aangehoord”, zegt hij. Verrast neem ik de bloemen aan. Een grote bos alstroemeria’s. Ik weet dat hij eten van de voedselbank krijgt.  

Tijdens onze gesprekken was er inderdaad veel ruimte voor zijn frustraties. Dat was gewoon nodig. Hij was nog maar een twintiger, toen hij arbeidsongeschikt raakte door een ernstig bedrijfsongeval. Na een lange ziekenhuisperiode, verschillende operaties en een nog langere revalidatietijd, werd hij volledig afgekeurd. Maar hij liet het er niet bij zitten, want hij wilde niet de rest van zijn leven invalide thuis zitten.

Worsteling
Gevochten heeft hij om toch te werken, ondanks de pijn. Een tijd lang mocht hij voor een garagebedrijf auto-onderdelen ophalen. Maar wat hij ook deed, altijd leverde het problemen op met zijn uitkering, de verzekering, de belasting of bedrijfsartsen. Nooit dachten ze met hem mee, maar steeds werd hij erop afgerekend als hij zelf iets probeerde te ondernemen. Dan weer werd zijn uitkering plotseling stop gezet, dan weer kreeg hij problemen met zijn verzekering. Zijn leven leek één grote worsteling van het kastje naar de muur en van gemiste mogelijkheden door tegenwerking en bureaucratie. Bij alles wat hij ondernam was er wel een ambtenaar of consulent die hem de weg versperde.  

Sociale Dienst
Na zijn echtscheiding werd hij ook nog dakloos. De wachttijden bij de woningbouw waren lang. Met zijn lichamelijke problemen was een verblijf in de nachtopvang niet te doen. Gelukkig kon hij via een vriend tijdelijk een kamer huren, één dorp verderop. Echter kwam zijn consulent van de Sociale Dienst er achter dat hij nu buiten de gemeente verbleef en werd meteen zijn uitkering gestopt. Hierdoor kon hij de huur niet meer betalen en kwam opnieuw op straat. Toen hij verhaal ging halen bij de Sociale Dienst en probeerde uit te leggen dat het maar een tijdelijk adres was en dat hij nog steeds in deze gemeente stond ingeschreven, kreeg hij nul op rekest.

Door de pui
Hij praatte als Brugman, probeerde de consulent te laten begrijpen wat zijn situatie was, zijn lichamelijke toestand en dat het adres maar tijdelijk was, maar de ambtenaar bleef herhalen: “Als u niet in deze gemeente woont, heeft u hier geen recht op een uitkering en als u aanspraak wilt maken op voorzieningen in deze gemeente, moet u in de nachtopvang verblijven”. Kees heeft zich omgedraaid, is naar buiten gelopen. Zijn emmer was vol en liep nu over. Hij overwoog of hij een eind aan zijn leven zou maken. Nee, daar was hij niet de persoon naar. Hij stapte in zijn auto, gaf vol gas en reed dwars door de pui van de Sociale Dienst. Niet dat het hem iets anders heeft opgeleverd dan nog meer ellende. Maar hij blijft van mening dat er op dat moment geen andere optie was.    

Over Pia
Ik werk ruim 13 jaar bij de reclassering. Daarvoor heb ik 17 jaar met oorlogsgetroffenen gewerkt. Het komend jaar word ik zestig en ik had nooit gedacht dat dit zo’n mooie leeftijd is. In de kracht van mijn leven, vol energie en mèt die wijsheid die met de jaren komt voelt de tijd die ik voor de boeg heb als een grote rijkdom. De interesse voor mijn werk, zowel met de oorlogsgetroffenen als bij de reclassering, komt voort uit dezelfde passie als mijn liefde voor literatuur. Vanuit mijn zoektocht naar wat mensen beweegt: wat maakt hen tot wie ze zijn, wat brengt hen ertoe te doen wat ze doen? Ten kwade of ten goede? En daar dan woorden voor vinden om te kunnen delen, inzicht geven en prikkelen tot nadenken.