LEESTIJD: 4 MINUTEN

Voordat de tweeëndertigjarige Rotterdamse drie jaar geleden in dienst kwam bij de jeugdbescherming, werkte ze als agent in uniform op straat. ‘Het voordeel is dat ik stressbestendig ben. Een crisis hier is morgen, een crisis bij de politie is nu.’

Majoor Martine
Aan het Delfshavense Schie bevindt zich de Rotterdamse vestiging van het LJ&R. Het gebouw is enigszins verborgen voor de buitenwereld en zeker niet moeders mooiste, beaamt ook Martine. Toch werkt ze er al drie jaar met veel plezier. Na meer dan tien jaar bij de politie, ruilde Martine haar spannende baan in voor het vak van de jeugdbeschermer. Ze vertelt: ‘Politiewerk noemen we ook wel pleisters plakken. Je hebt een incident, dat los je op en daarna hoop je dat iemand anders met een lange termijn oplossing komt. Ik las op een vacaturesite dat het LJ&R op zoek was naar stressbestendige mensen die niets uit de weggaan en van uitdagingen houden. Ik solliciteerde en voor ik het wist was ik aangenomen. Ik heb geen spijt van mijn keuze, maar veel van mijn collega’s vonden het gek dat ik ging. Tijdens mijn afscheid noemden ze me liefkozend Majoor Martine’, vertelt Martine lachend.

''Ik zag nu juist een moeder die het echt perfect deed.''

De perfecte moeder
In de afgelopen drie jaar heb ik het met een specifieke zaak best wel moeilijk gehad’, vertelt Martine. Ze vervolgt: ‘Dat was de zaak van Mike*, een ventje van vijf. Vader zou binnenkort vrijkomen en wij maakten ons zorgen. We vroegen een spoedzitting aan voor een uithuisplaatsing. De rechter was het met ons eens en ik lichtte moeder in. Ze was verdrietig, maar begreep onze beslissing. Kort daarna kwam ik Mike halen. Moeder wenste haar zoon veel plezier, vertelde hem goed te luisteren en zijn best te doen. Ze knuffelde hem en het ventje liep vol vertrouwen naar buiten, terwijl hij zijn rolkoffer stoer achter zich aantrok. Terwijl we wegliepen, zag ik hoe moeder zich groot probeerde te houden. Ze wilde het zo goed mogelijk laten verlopen voor haar zoon. Meestal is een uithuisplaatsing met een hoop kabaal en verwijten, waardoor je soms het gevoel krijgt dat dit de goede keuze was. Ik zag nu juist een moeder die het echt perfect deed. Je kreeg niet de bevestiging dat we de juiste keuze hadden gemaakt. 

‘‘We hebben geen alcoholprobleem’, zeggen ze dan’

Martine de jeugdbeschermer
‘Je hebt wel eens een zaak, die zit onder je huid. Dat komt bij mij dan doordat ik merk dat ik de regie niet in handen heb. Ik weet in mijn hoofd wel dat ze het niet persoonlijk bedoelen tegen Martine, maar tegen Martine de jeugdbeschermer die wat over hun kinderen te zeggen heeft. Het hoort ook bij mijn werk. Dat hebben het politievak en het vak van de jeugdbeschermer gemeen. Je bent niet iemand waarbij ze zeggen: fijn dat je er bent, kom binnen en wat wil je drinken?’

Toch ziet Martine dat vooral als een uitdaging. ‘Ouders zijn het vaak niet eens met het rapport dat de Raad opstelt. ‘We hebben geen alcoholprobleem’, zeggen ze dan. Ik vertel hen dan dat ik het niet wil hebben over of dat alcoholprobleem er wel of niet is. Ik wil gewoon heel graag over een jaar kunnen schrijven: alcoholproblemen zijn niet aan de orde geweest.’

Een taalbarrière
Waar Martine wel aan moest wennen, was het bureauwerk. ‘Soms hoorde ik een gillende sirene en dan dacht ik: ‘Daar moet ik zijn!’’, vertelt Martine. Toch wist ze dat ze op haar plek zat. Dit kwam mede door haar eerste zaak, die veel indruk op haar maakte. ‘Het gezin dat ik toegewezen kreeg bestond uit een Marokkaanse vader en moeder met negen kinderen. In mijn vorige werk hadden we regelmatig last van deze doelgroep en een eerdere betrokken hulpverleningsorganisatie vond dat moeder niet goed meewerkte.’ Ze vervolgt: ‘Het leuke aan het begeleiden van dit gezin was dat ik de positieve kanten van de Marokkaanse cultuur leerde kennen. Het gezin was een eenheid en iedereen stond voor elkaar klaar. Om hen echt te leren kennen, kwam ik veel bij het gezin over de vloer. Ik leerde een goed meewerkende moeder kennen, die zich door de taalbarrière soms onbegrepen voelde. In deze zaak kwam ik erachter dat je echt het verschil kunt maken als jeugdbeschermer.’