Korps Apeldoorn 110 jaar uitvalsbasis zendingspioniers

08-10-2018

Door Henk Rensink

Zending was heel vroeger, in de zeventiende eeuw, in  ons land eerst nog een overheids-aangelegenheid. Na de scheiding van kerk en staat, in de negentiende eeuw, namen de kerken dit langzamerhand op zich. 

Volgens  Van Dale betekent zending 'verkondiging van het evangelie onder en ontwikkelingshulp aan volken in de derde wereld'. Een definitie, die volledig aansluit bij de missie en visie van het Leger des Heils. Kernachtig samengevat in de woorden Soep, Zeep en Zieleheil. Wat ook tot uiting komt in de slogan ‘Doen wat we geloven’. Waarin evangelieverkondiging en ontwikkelingshulp door de zendingswerk(st)er letterlijk hand in hand gaan. 

Eefje Wunderink

De eerste zendingswerkers 

ensigh Eefje E.M. Wunderink

Reeds jarenlang schenkt het Leger des Heils in ons land op de eerste zondag in oktober, “Zendingszondag”, speciale aandacht aan het wereldwijde zendingswerk.De eerste twee officieren werden in 1894 al naar Nederlands-Indië uitgezonden. Maar de vroegst bekende zendingsreiziger in Klein-Azië en   West-Europa was natuurlijk de apostel Paulus. Het Bijbelboek Mattheus beschrijft hoe Jezus zijn leerlingen eropuit stuurt, de wijde wereld in.

Internationale Ontwikkeling & Samenwerking

Ook de stichter van het Leger des Heils, William Booth, beschouwde de hele wereld als het werkterrein voor zijn “Christian Mission”. Het leger maakt daarbij geen onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse, oftewel  in- en uitwendige zending. Tegenwoordig gebeurt dit onder de naam van ‘Internationale Ontwikkeling & Samenwerking’ (IOS) dat in Nederland het inzamelen van geld coördineert om projecten in diverse landen te kunnen bekostigen.

JG Brouwerkopie

Begin zending in Nederlandse koloniën

Commissioner Jacob Gerrit Brouwer

Nadat vanuit ons land in 1894 de eerste zendingsofficieren naar Nederlands Indië werden uitgezonden, waarbij de nadruk lag op sociaal werk in de grote steden, werd door zendingsofficieren staf-kapitein Jac (Jacob Gerrit) Brouwer en  ensign Dolf (Adolph Theodoor Jacobus) van Emmerik op het eiland Celebes in 1910 de eerste kolonie gesticht. Er kwam in 1913 een officieel zendingscentrum. Het duurde nog tot 1925 en 1926 voordat op Curaçao en in Suriname zendingsactiviteiten werden gestart.

Rondtrekkende zendingsofficieren

Om aandacht en bijdragen te vragen voor de zending, werden in februari 1895 en oktober 1910 in ons korps samenkomsten en zendingsdemonstraties gehouden. In 1913 gevolgd met een lezing door zendelinge ensign Eefje Wunderink over het zendingswerk op Java. En op 12 september 1913 door een bezoek van officieren uit Brits-Indië, met een aanschouwelijke voorstelling. Wat er mede toe leidde dat er ook vanuit korps Apeldoorn officieren werden uitgezonden naar zendingslanden die als kolonie met Nederland verbonden waren.

Esign Wunderink in Javaanse kledij

Korpsgenoten naar het zendingsveld

Ensign Wunderink in Javaanse kledij

Tot de bekendste uit die tijd behoren Eefje (Everdina Maria) Wunderink die in januari 1906 gestationeerd werd in Tandjong-Priok op  het eiland Java. Ze werkte op de desa Rogomoelio, een dorp op Midden-Java, waar ze acht jaar leefde in een hut van bamboe en graszoden, van drie bij drie meter.  In volstrekte eenzaamheid, armoede en beproevingen . Ze heeft er voor die tijd heel vooruitstrevend een kleinschalige bank geopend met ƒ 25,- , waarmee arme bewoners met een microkrediet grondstoffen konden kopen voor hun beroepsuitoefening. Voordat ze in Londen aan de Internationale Kweekschool  werd opgeleid tot heilsofficier, werkte ze als dienstbode in het gezin van de Legerpionier Ferdinand Schoch aan het Wilhelminapark. Die haar ook stimuleerde om in Londen de officiersopleiding te gaan volgen.  Later, in 1914 trouwde  ze met ensign Gerrit Jan Veerenhuis, die in 1913 als korpsofficier in Apeldoorn gestationeerd was geweest.

Zendingsmissie Apeldoorn

Uiterst trouw aan haar Missie

Ensign Wunderink op zendingsmissie korps Apeldoorn.

Op 31 augustus 1933 overleed ze plotseling, zonder duidelijke doodsoorzaak,  in de leeftijd van 53 jaar op Midden-Celebes. Kort daarvoor, op 14 augustus had ze, samen met haar man net de leiding op zich  genomen over een bedelaarskolonie. In haar thuiskorps Apeldoorn werd ze op 3 september met veel warmte en genegenheid ’s avonds, tijdens een speciale  gedenkdienst door de kolonels Rawie herdacht. Kolonel Rawie kenmerkte haar typerend als een Zendelinge die zich sober kleedde, solidair met  de dorpsbevolking. Door wie ze “De Zus van Jezus” werd genoemd. En die haar zelfs burgemeester wilden maken, omdat ze geen betere persoon wisten die de vacante plaats kon innemen. Uiterst trouw aan haar Missie bleef ze. Ook toen ze een keer tijdens haar verlof in Nederland ten huwelijk werd gevraagd door ensign Gerrit Veerenhuis. Waarmee ze instemde, mits hij met haar terug zou gaan, naar haar zo dierbare Javaanse bevolking!

Johanna van der Werken

Johannes W. de Groot

In heilige dienst

Commisioner Johanna van der Werken en Commisioner Johannes W. de Groot

Een andere plaatsgenoot die uitgezonden werd was majoor Margaretha Johanna van de Werken die op 10 oktober 1910 vertrok naar Brits-Indië. Haar belangrijke staat van dienst vermeldt dat ze commandant was in India, Nederlands-Indië (1919) en Zwitserland(1926). Deze predikantsdochter schreef later haar levensverhaal getiteld: ‘In heilige dienst’. Ook door haar vele educatieve artikelen, gedichten en Legerliederen was ze zeer bekend. In 1921 werd ze door koningin Wilhelmina voor een audiëntie eervol uitgenodigd op paleis Het Loo in Apeldoorn.

De eerste mannelijke zendingsofficier was  Johannes Willem de Groot, wiens vader jachtopziener op het jachtdepartement van koning Willem III in Apeldoorn was. Hij werkte van 1912 tot 1917 en later van 1931 tot 1938 met zijn vrouw als commandant in Nederlands-Indië.

Memorabele projecten

Aansprekende voorbeelden van zijn zendingsarbeid zijn de bouw van het William Booth Ooglijder hospitaal in Semarang. Waar de bekende Deense heilsofficier-oogarts Dr. Wille groots werk verrichte. Het verplaatsen van het Hoofdkwartier van Semarang naar Bandung en de nieuwbouw van dat Hoofdkwartier. Het vestigen van Kinderhuizen in Bandung, Djokja en Medan. Het openen van vier Tehuizen voor Militairen in Bandung, Solo en Malang. De oprichting van een leprozerie voor 400 patiënten in Deli, Poeloe Si Tjanang, dicht bij Belawan. (Hij kreeg in korte tijd ƒ 30.000, - bijeen door royale giften van personen en bedrijven). De overname van de landbouwkolonie Kalawara op Midden-Celebes met haar paar honderd Javaanse emigranten en het begin van het zendingswerk in dat gedeelte. In 1916 werd hij als eerste Nederlander, tussen twee verblijfsperioden in Nederlands-Indië, bevelvoerend commandant van het Leger in Japan aangesteld, met als standplaats Tokio. Op 27 maart 1927 bracht hij met zijn dochter Frida een tussenbezoek aan ons korps voor zijn vertrek als commandant naar Zuid-Afrika. Hij werd maar liefst drie keer uitgenodigd door koningin Wilhelmina voor een audiëntie op paleis Het Loo, 1917, 1927 en 1934. In welk laatste jaar hij ook de Koninklijke onderscheiding ontving van  Officier in de orde van Oranje Nassau. In aansluiting op de eerdere Koninklijke onderscheiding van Ridder  in de orde van Oranje Nassau, die hij in 1928 ontving .

Ilona Reinders

Latere plaatsgenoten naar verre streken

Luitenante Ilona Reijnders

Opnieuw was er reden tot afscheid nemen en vaarwel zeggen, toen in 1964 onze oud korpsgenoot Ilona Reinders als zendingsofficier uitgezonden werd. Eerst dertien jaar naar het Centraal-Afrikaanse land Congo-Brazzaville, een voormalige Franse kolonie. En daarna acht jaar naar Congo-Kinshasa, het latere Zaïre, dat tot 1960 een kolonie van België was. Met haar onderwijsachtergrond werkte ze in beide landen als onderwijzeres en directeur op een middelbare school. Waar ze onder andere lesgaf in vakken als biologie, rekenen en Engels. Op de school worden nog steeds goede resultaten bereikt met de opleiding van aankomende onderwijzers, sociaal werkers, elektriciens  en zakenmensen. Ook was kapiteine  Ilona mede directielid over tachtig scholen, verspreid over het hele land.

Toen alle scholen genationaliseerd werden, werkte ze in de nieuwe Kweekschool voor Heilsofficieren, 10 kilometer buiten de hoofdstad Brazzaville. Van hieruit volgde de aanstelling naar het Jeugddepartement op het Hoofdkwartier. Om samen met de Territoriaal Jeugdsecretaris op afgelegen en moeilijk bereikbare plaatsen samenkomsten te leiden.  Ook hield ze zich op het hoofdkwartier bezig met het vertalen en samenstellen van lesmateriaal voor korpskadetten en andere lees- en leerstof in de Franse taal.

Tijdens het verblijf in Afrika ontstond de behoefte aan herbezinning op haar eigen geloofsvisie.  Reden om tijdelijk als officier terug te treden en buiten legerverband in Nederland als adjunct- en directeur van vakantiecentrum F.D. Roosevelthuis in Doorn te gaan werken. Met een onderbreking van vijf jaar vertrok Ilona in 1983 opnieuw bezield als zendingsofficier naar Congo.

In 1991 keerde ze definitief terug naar Nederland om haar officiersloopbaan als leidinggevende op de afdeling Zending en Ontwikkeling van het Nationaal Hoofdkwartier in Almere voort te zetten. Ze sloot haar loopbaan af met het lesgeven aan kadetten aan de Kweekschool voor heilsofficieren in Almere. In 1999 ging majoor Ilona Reinders met pensioen. Ervan overtuigd, dat God niet cultuurgebonden is. En dat behalve al haar kennisoverdracht, ze de mensen in Congo meer vertrouwen heeft kunnen meegeven in hun toekomst met God. Als blijk van grote waardering en ter nagedachtenis,  werd In mei 2000 op haar laatste werkplek in Congo-Kinshasa een  middelbare school  naar haar vernoemd “Institut Ilona”. Verrassend voor haar was ook het bericht, dat een stel ouders in dat gebied hun baby bij de geboorte de naam Ilona hadden meegegeven.

Joke Geijteman

Uitgezonden naar Bangladesh

Joke Geijteman in Bangladesh

Als telg uit een  Apeldoorns Legergezin, vertrok Joke Geijteman in mei 1972 met een sociaal-medisch team van Nederlandse heilssoldaten onder leiding van de bekende majoor Eva den Hartog, naar Bangladesh. Waar ze op een missiepost in Faripur, ver weg van de hoofdstad Dacca in het kader van The Christian Medical Team tot mei 1973 een jaar lang hulpverleningswerk deed. Om in het zwaar getroffen land iets van de nood onder de arme bevolking te lenigen met voedsel en medicijnen. Het team werd op tweede Pinksterdag tijdens de Trefdag in Hilversum door de chef van de staf, commissioner Arnold Brown uitgezonden. Korps Apeldoorn bracht als financiële ondersteuning hiervoor een jaar lang wekelijks ƒ 50,- bij elkaar, dat door vijftig korpsgenoten werd gedoneerd.

Het internationale zendingswerk in cijfers

Tegenwoordig werkt het Leger in 127 landen, verleent het noodhulp tijdens rampen en bij wederopbouw.  Wereldwijd heeft het Leger 350 ziekenhuizen en klinieken. In meer dan 5.000 scholen met zo’n 500.000 leerlingen wordt lesgegeven aan kansarme en kwetsbare kinderen. Voor jongeren en volwassenen zijn er de vak-trainingen waarmee mensen hun eigen inkomen kunnen verdienen en hun leven op een bestendige manier kunnen voortzetten.

Foto vaassen

Broeder Jaap Schut, met de doedelzak en zendingsbus

Met doedelzak en zendingsbus

Dé bekendste plaatselijk zendingsambassadeur van nu is ongetwijfeld broeder Jaap Schut. Die al jarenlang met zijn onafscheidelijke doedelzak op allerlei plaatsen en gelegenheden indringend aandacht vraagt voor de zending en geld hiervoor inzamelt. Regelmatig doet hij bezield en gloedvol  verslag van deze activiteiten en de opbrengsten hiervan, alsook van de zendingstrommels. Zijn moeder, zuster Schut-Aaldering,  ging hem hierin als zendings-agentesse  lange tijd toegewijd voor. Ook hij ontleent zijn motivatie uit de aloude en immer nog actuele Leger des Heils missie ‘Geloven en Doen’!  In oktober 2016 ontving broeder Schut een oorkonde voor zijn bijdrage aan de actie Hand in Hand, ten bate van albino kinderen in Tanzania. Zo zet hij voort wat ruim honderd tien jaar geleden in Apeldoorn begon.

Elk jaar, tijdens de eerste zondag van oktober is er speciale aandacht voor het zendingswerk. In de samenkomst op die dag krijgen de bezoekers met de ‘altaardienst’ de gelegenheid een extra bijdrage hiervoor te geven.

Bronnen: Voor dit historisch verhaal is gebruik gemaakt van de Nieuwe Apeldoornse Courant, jaargangen 1912 - 1991 De Strijdkreet, september 1926, april 1931, maart 1999 All the World, A Quarterly Review of the Work of The Salvation Army, augustus 1913, september 1914 en december 1917 Der Kriegsruf, mei 1920, februari 1924 en februari 1927, Museum & Archiv, Heilsarmee Bern – Hauptquartier Bevolkingsregister, stamboomkaarten CODA-archief Apeldoorn, familie Wunderink, familie de Groot en familie v.d. Werken Chronologisch overzicht geschiedenis en gebeurtenissen Leger des Heils Apeldoorn 1891-2018, Henk Rensink Het internationale zendingswerk in cijfers: www.legerdesheils.nl/het-leger-des-heils-nu-in127-landen