Wat geloven wij in het Leger des Heils

De leerstellingen

Leerstellingen  

1.   Wij geloven, dat de Heilige Schrift, de boeken van het Oude en het Nieuwe Testament, door goddelijke  ingeving geschreven is en dat alleen hierin de goddelijke richtlijnen voor het christelijk geloof en leven te vinden zijn.

2.   Wij geloven, dat er slechts één God is, geheel volmaakt, de Schepper, Onderhouder en Bestuurder van alle dingen en dat uitsluitend aan Hem goddelijke verering toekomt.

3.   Wij geloven, dat er drie Personen in de Godheid zijn: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, ongedeeld in wezen en gelijk in macht en heerlijkheid.

4.   Wij geloven, dat in de Persoon van Jezus Christus, de goddelijke en menselijke naturen verenigd zijn, zodat Hij waarachtig God en waarachtig mens is.

5.   Wij geloven, dat onze eerste ouders geschapen zijn in een staat van onschuld maar dat zij door hun ongehoorzaamheid hun reinheid en geluk verloren hebben en dat door hun val alle mensen zondaars geworden zijn, geheel en al verdorven en als zodanig rechtmatig aan Gods toorn blootgesteld.

6.   Wij geloven, dat de Heer Jezus Christus door zijn lijden en dood verzoening bewerkt heeft voor de gehele wereld, zodat elk die wil gered kan worden.

7.   Wij geloven, dat bekering tot God, geloof in de Heer Jezus Christus en wedergeboorte door de Heilige Geest noodzakelijk zijn tot ons behoud.

8.   Wij geloven, dat wij uit genade gerechtvaardigd worden door het geloof in onze Heer Jezus Christus, en dat hij, die gelooft, daarvan het getuigenis in zich heeft.

9.   Wij geloven, dat voortdurend gehoorzaam geloof in Christus nodig is om gered te blijven.

10. Wij geloven, dat alle gelovigen het voorrecht hebben geheel en al geheiligd te kunnen worden en dat geheel hun geest, ziel en lichaam onberispelijk bewaard kunnen worden tot de komst van onze Heer Jezus Christus. (1 Tess.5:23) 11. Wij geloven in de onsterfelijkheid van de ziel, in de wederopstanding van het lichaam, in het algemeen    oordeel aan het einde van de wereld, de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen en de eindeloze straf van de goddelozen.  

11  Wij geloven in de onsterfelijkheid van de ziel, in de wederopstanding van het lichaam, in het algemeen    oordeel aan het einde van de wereld, de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen en de eindeloze straf van de goddelozen.