Het Leger des Heils in Nederland

De eerste Nederlandse heilssoldaat was Gerrit Juriaan Govaars. Govaars was 21 jaar toen hij een Franse ‘Strijdkreet’ te lezen kreeg, de krant van het Leger des Heils. Het blad maakte hem zo enthousiast dat hij het herkenningsteken van het Leger, de koperen ‘S’-en, aanvroeg en deze op zijn jas naaide.

Op 8 mei 1887 organiseerde Govaars met enkele anderen de eerste Nederlandse samenkomst van het Leger des Heils. De ‘kerkdienst’ in de Amsterdamse Gerard Doustraat werd door de buitenwacht met argusogen bekeken. Het Leger trok zich namelijk weinig aan van de traditionele vormen van een kerkdienst.

De publieke opinie over het Leger des Heils kreeg in de strenge winter van 1890 een positieve wending. Als christenen voelden de Legermensen zich betrokken bij de honderden dak- en thuislozen die te lijden hadden onder de extreme kou. Ze openden de deuren voor hen en het maatschappelijk werk van het Leger was begonnen.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Leger des Heils door de Duitsers verboden, omdat het als stichting Engels bezit zou zijn. Daarop besloten enkele leidinggevenden van het Leger de ‘Geloofsgemeenschap Het Leger des Heils‘ op te richten. Het Leger werd dus een kerk en dankzij de ‘Wet op de kerkgenootschappen’ van 10 september 1853, kon de organisatie haar werk voortzetten.

Na de oorlog groeide het Leger des Heils uit tot een organisatie met duizenden vaste medewerkers en vrijwilligers. Met een directe en energieke aanpak verlenen zij hulp aan mensen in onze samenleving die daar behoefte aan hebben, ongeacht hun religieuze achtergrond. Alcohol- en drugsverslaafden, dak- en thuislozen, prostituees en veel (andere) slachtoffers van uitsluiting… ondanks de economische welvaart is de nood in ons land nog altijd groot. Daar komt bij dat steeds minder mensen Jezus Christus kennen. De strijd van het Leger des Heils is nog lang niet gestreden.