"Ik móest stoppen met die troep, anders was het te laat"

Loes Jobben (52) was jarenlang verslaafd aan crack, speed, aan van alles. Na de dood van haar vader stond ze op straat. Ze vond onderdak bij het Leger des Heils en durft nu weer te dromen over een toekomst met haar kleinzoon.

Ze is nu een half jaar clean en maakt een opgewekte indruk. "Old soldiers never die," lacht ze. De eerste nuchtere hoogtepuntjes had ze al. Zoals haar ontmoeting met zangeres Edsilia Rombley, voor de emotionele televisie-uitzending van Kerstfeest op de Dam in december 2013. Volgend hoogtepunt, hopelijk binnenkort: een eigen huisje. Liefst in de binnenstad, in de buurt van de Jordaan, waar ze opgroeide. "Met eindelijk weer een eigen bank en een eigen wasmachine. En een vogeltje, zodat ik ergens tegenaan kan lullen." Ze verzorgde van jongs af aan haar zieke moeder. Toen ma overleed, werd pa niet lang daarna ook ziek. Ze bleef bij hem, in de aanleunwoning, waar ze een eigen plekje had in een inloopkast. Terwijl hij in zijn stoel zat, verwarmde zij achter zijn rug de crack. "Hij had nooit wat in de gaten."

Dood

Pa overleed in 2012, Loes moest het huis uit en kwam terecht in inloophuis De Haven in het centrum van Amsterdam. Daar zette ze de eerste stappen op weg naar een clean leven. Ze zag: als ik nu niet stop, is het waarschijnlijk te laat. "Je bent van een oudere generatie, je verliest steeds meer mensen." Zoals haar beste vriend Kees, die ze leerde kennen in het inloophuis. Ze pakt haar telefoon en laat een foto van hem zien. Een oude man, liggend op een bed, uitgemergeld door de kanker. "Dat was afgelopen zaterdag. Een paar uur later was-ie dood."

Zonnestraaltje

Op zo’n moment kun je een terugval krijgen, beseft ze. Maar dat gebeurt niet meer, dat weet ze zeker. Al was het maar om haar kleinzoon Job, nu twee jaar. "Hij is mijn zonnestraaltje, voor hem moet ik het doen." Natuurlijk heeft ze nog wel eens moeilijke momenten. Ze wil ook wel eens naar de film, of uit eten. Maar met wie? "We zijn allemaal passanten in zo’n opvanghuis, vriendschappen bouw je er nauwelijks op. Daarom is een eigen huis zo fijn. Dan heb ik weer een plek van waaruit ik mijn sociale leven kan opbouwen."

Dit artikel verscheen in Kans magazine, nr.1 2014
Tekst: Stan van Herpen