Kans magazine

Kans is ons donateursmagazine dat 3 keer per jaar verschijnt. In het magazine vindt u artikelen, interviews en fotoreportages die een kleurrijk en gevarieerd beeld geven van de activiteiten van het Leger des Heils.

In Kans #2/2017:

Bekijk hier het filmpje van Liliy Hendriks uit 2015

Lees hier nog 3 mooie fietsverhalen

Achterop geraakt

Ik zie ons nog gaan. Ik een jaar of negentien, jij zeventien. Overal gingen we samen heen. Jij bij mij op de bagagedrager. Naar het park, het zwembad, de kroeg, altijd waren we op weg. Onbezorgd. Op onze huwelijksdag was er geen trouwauto. We hadden het nooit breed. Ook die dag bracht mijn vertrouwde fiets ons naar de kerk waar iedereen ons opwachtte. De kettingsmeer op je trouwjurk kon het feest niet bederven. Niet lang daarna werden uit onze liefde de kinderen geboren.

Maar het volwassen leven dat volgde viel ons zwaar, vooral mij. Financiële onzekerheid, werkloosheid, soms zelfs honger en zeker ook de intensieve zorg voor onze kinderen verdreven onze onbevangenheid.We kwamen steeds minder aan onszelf en aan elkaar toe. Mijn fiets raakte in verval. De bagagedrager raakte los, het achterwiel gevleugeld. Hij kon jou niet langer dragen en belandde uiteindelijk in een hoek.

Ik bleek losse handjes te hebben, zowel naar jou als naar de kinderen. Het verraste mij misschien nog wel meer dan jullie. De alcohol vloeide destijds rijkelijk. Jij probeerde op momenten te ontsnappen in een cocaïneverslaving. We kregen hulp maar “ons” bleek niet langer houdbaar. Elkaar verwijten makend gingen we uit elkaar, niet beseffend dat we door de kinderen toch altijd gebonden zouden blijven.

Nogsteeds is er godzijdank die hulp. De voortdurende hectiek heeft voor mij plaats gemaakt voor momenten van rust en bezinning. Het gaat nu beter, ik kan weer voelen. En dus kan ik me nu ook schuldig voelen, al heb ik van mijn begeleiders geleerd dat het geen zin heeft om daarin te blijven hangen. Maar het is moeilijk want jij bent nog altijd boos. Gelukkig verwijt ik jou dat niet meer. Maar wij zijn niet langer “on speaking terms”. Hoe heeft het toch zover kunnen komen.

Ik stap op de fiets die ons vroeger overal heen bracht. Mij alleen kan hij piepend en krakend nog wel dragen. Als ik een nieuwe, stevige fiets zou hebben dan zou ik naar jou toe gaan. Ik zou vragen of we nog eens samen ergens heen zouden kunnen fietsen, jij achterop zoals vroeger. Niet om je als geliefde terug te winnen. Dat gaat niet meer. Maar om van elkaar weer te voelen dat we altijd het beste hebben gewild. Maar dat we het gewoonweg niet konden. En zodat wij elkaar in de onvermijdelijke toekomst niet langer als elkaars belemmering hoeven te ervaren.   

Roel Verdonschot

Een keer geluk?

Woensdagochtend half 9 mijn mobiel piept: een sms’je . Dat kan alleen 1 van mijn kinderen zijn of Ling. Ik denk eigenlijk Ling. Ling is mijn Vietnamese maatje. We kennen elkaar nu ruim 10 jaar. Ik was verhuisd naar Leiden en zat om vrijwilligerswerk verlegen. Ling was toen net ontslagen uit ‘Zon en Schild’. We zijn gekoppeld door het nieuwkomersbureau zonder dat ik wist dat Ling niet alleen vrij nieuw was in Leiden, maar ook psychiatrisch patiënt.

Ze wilde een nieuwe start maken, zo vertelde ze me later. Bij tijd en wijlen wordt ze helemaal overvallen door angsten. Dan zondert ze zich af, doet niet open en reageert niet op haar telefoon. De afgelopen tijd leek ze onbereikbaar.

Ik lees mijn sms’je: “hoi Tinek, ben je vanochtend thuis”  De telefoon opnemen voor Ling is te spannend.Ik sms terug: “kom maar om 12 uur een boterham eten” Precies om 12 uur gaat de bel en staat Ling op de stoep.Ze is lopend en ik vraag: “niet op de fiets?” Gelijk is ze in tranen, haar fiets is gestolen, terwijl ze hem op slot had gezet!

Dit blijkt de reden waarom ze nu contact met me heeft gemaakt. Hoe moet dat nou, zonder fiets. Vanmiddag al moet ze naar haar begeleider en dat is te ver om te lopen. Ze heeft geen geld voor de bus, bovendien durft ze helemaal niet met de bus. “Tinek weet jij raad?” Ik stel voor eerst wat te eten. Dat vindt Ling een goed idee, want ze heeft alleen koffie op. Al etend informeer ik waar haar fiets gestolen is of ze hem misschien niet ergens anders gezet heeft. Of ze het al gemeld heeft bij de politie. Ling is snel klaar met eten, ze heeft niet zo’n trek. Ze wordt in beslag genomen door haar zorgen. Ze mag mijn fiets lenen om naar haar begeleider te gaan. Ling klaart wat op. We zetten het zadel een beetje lager en Ling fiets weg. Ik beloof haar om in mijn netwerk te vragen naar een tweede hands fiets.

Als ze weg is moet ik opeens denken aan dat artikel in Kans van het Leger des Heils over die fiets: De Majoor. Daar kon je er toch 1 van winnen? Oh als me dat eens lukken zou, dan zou mijn eerst ritje naar Ling zijn. Wat zou ze blij zijn met een hele nieuwe fiets  

Tineke Westerveld

Karens moeder

Ik pak haar handje vast om het zebrapad over te steken. Het is pas november maar het is koud voor  de tijd van het jaar; er ligt een dun laagje sneeuw op de weg. Bij de parkeerautomaat zit een zwerver verkleumd op een gammel stoeltje. Hij keert zijn rimpelige gezicht naar mijn pleegdochtertje Karen en knipoogt. Ze knijpt in mijn hand, bang is ze niet. Hoewel ze nog nooit eerder een zwerver heeft gezien.  Ze bekijkt hem belangstellend. Intussen grabbel ik in mijn zak naar munten voor de automaat. We stoppen hem ook wat toe voor een warm kop koffie of iets sterkers..

Het was toen zeven jaar geleden dat Karen als driejarige peuter, met rode wangen en blonde krullen  in onze huiskamer stond. De voogd zette een vuilniszak met kleertjes neer. Ze hield een oude pop  vast. Met felle ogen keek ze de kamer rond; boos op iedereen en heus niet blij met haar nieuwe vader en moeder. 

Mam? ’s Avonds komen de vragen, wanneer ze in haar warme bed ligt en zich de zwerver bij de parkeerautomaat herinnert. Slaapt die man ook op straat? En mijn echte moeder? Waar is ze nu? Heeft zij het nu ook koud? Moet ze ook op straat slapen? Vragen waar geen antwoord op is. We vragen het samen aan de Vader boven, hoewel ze het best eng vindt om haar ogen dicht te doen. We vragen Hem of haar moeder mag slapen op een warme en droge plek. 

Het begint een gewoonte te worden. Elke avond vragen we hetzelfde aan God, of Karens echte moeder warm en droog mag slapen. De sneeuw is inmiddels overgegaan in natte sneeuw en regenbuien. Buiten is het guur. We vieren kerst en Karen stopt een euro in de collectebus van het Leger des Heils. Ik ontdekte op de weg naar mijn werk bij een metrostation een slaapplek voor daklozen. Karen maakt zich zorgen over haar moeder en mijn ontdekking van de slaapplek van het Leger is voor haar een troost. Karen heeft haar moeder 7 lange jaren niet gezien, ze heeft geen herinnering aan haar, maar toch… er lijkt een onzichtbare verbondenheid. Karens voogd gaat verder met haar speurtocht in de hoop haar moeder te vinden, maar komt nog niet achter haar verblijfplaats.

Het wordt langzaam minder koud, af en toe schijnt er een bleek zonnetje in de kamer. Het is stil in huis. De telefoon rinkelt, ik neem op: zeg luister je raad het nooit.. Ik heb Karens moeder gevonden! Ze zit in de gevangenis in Suriname. Ik hoor nauwelijks wat de voogd nog verder verteld. Ik glimlach; we hebben er om gevraagd, warm en droog. Hij heeft het toch gehoord daarboven. Inmiddels is Karen een prachtige jonge moeder met een groot hart. Ze heeft sneeuw, regen, wind doorstaan. Ik ben trots op haar! Haar gun ik een Leger-des-Heils-fiets, vanwege de herinneringen die we daaraan hebben.

Joanneke Anker Bremmer