"Zij heeft mijn leven gered"

Diana de Boer, verzorgende bij de Thuiszorg, staat te wachten voor het huis van haar cliënt Ron in de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord. Ze heeft zelf de sleutel. Wel zo handig, want Ron zit in een rolstoel. Ron is net thuis uit het ziekenhuis. “Ik had tia’s en een hartverlamming en binnenkort krijg ik stents bij m’n hart.”
image
Diana en Ron kunnen het zichtbaar goed met elkaar vinden. “Zij heeft mijn leven gered”, zegt Ron. Dan komen de tranen en hij schaamt zich er niet voor.

Diana werkt haar leven lang in de zorg, de laatste zeven jaar bij de Thuiszorg van het Leger des Heils. Haar ‘adresjes’ zijn allemaal in Amsterdam-Noord. En dat is maar goed ook, want reistijd is werktijd en vaak legt ze wel tien bezoeken per dag af. Ron heeft met haar te doen: “Soms wordt ze gebeld dat er een collega ziek is en moet ze extra werken.” Diana beaamt dat het werken in de thuiszorg veel vraagt: “Graag geef ik alle cliënten de aandacht die ze verdienen, dat kost me vaak eigen tijd”. “Ja, en dan belt haar dochter op waar ze blijft”, voegt Ron eraan toe.

Leven op orde

Rons verhaal typeert de situatie van veel thuiszorgcliënten. Hij vertelt dat hij al vanaf zijn dertiende bij toeval en ‘door de schuld van de huisarts’ verslaafd is geraakt, overal in Europa heeft gewoond, getrouwd is en gescheiden. Hij heeft nu Hepatitis C en gebruikt methadon. Door een mislukte operatie heeft hij geen heup meer en zit in een rolstoel. Toch heeft hij zijn leven nu op orde en het is mooi om te horen hoe ze elkaar daar complimenten voor geven. Ron: “Dankzij haar heb ik mijn been nog. We zijn echt vrienden geworden." Diana: “Door zijn doorzettingsvermogen ziet hij het nu weer zitten, ondanks alle beperkingen.”

Vertrouwen krijgen

Ron en Diana kennen elkaar door en door en merken het als er iets aan de hand is. Ron krijgt meestal twee keer per dag verzorging en soms belt Diana even om te vragen hoe het gaat. Dit soort succesverhalen motiveert Diana. “Ik werk al vanaf m’n zeventiende in de zorg en ik moet er niet aan denken te stoppen.” Soms is er veel geduld nodig om cliënten te bereiken. Ze zijn vaak teleurgesteld in het leven en ook in hulpverlening. Vaak probeert Diana via intercom of brievenbus contact te leggen en vertrouwen te krijgen. “Dat kan maanden of jaren duren. Als dan uiteindelijk de deur een keer opengaat, is mijn dag weer goed”, lacht ze.

De Thuiszorg van het Leger des Heils in Amsterdam richt zich op een bijzondere doelgroep en heet dan ook OGGZ Thuiszorg. OGGZ staat voor: Openbare Geestelijke Gezondheidszorg. Diana legt het uit: “Het zijn vaak mensen die beschadigd zijn door het leven, (ex-) verslaafd en met psychische of lichamelijke problemen.”