Vitinho MubatiHet is veel rustiger dan gewoonlijk in Middelveld. Sinds de uitbraak van de coronacrisis is een deel van de jongeren weer teruggegaan naar ouders of andere bekenden. “In het begin was het best wel hectisch”, vertelt Vitinho. “Omdat we hier met veel jongeren bij elkaar zijn, was het verstandig dat een deel van de jongeren tijdelijk weer zouden teruggaan naar iemand uit hun eigen netwerk. Het was mooi om te zien dat die bereidheid er ook was. Uiteraard hebben we wel voorwaarden gesteld. Het moet natuurlijk wel veilig zijn, en we moeten goede ondersteuning kunnen bieden aan de jongere en het netwerk. Op dit moment hebben we veel telefonisch contact. We bieden een stukje begeleiding en coaching aan zowel de jongere als het netwerk.”

Omdat veel jongeren al een tijd niet meer thuis wonen, is het voor zowel de familie als voor de jongeren, even wennen. Deze situatie biedt ook weer nieuwe kansen, benadrukt Vitinho. “Onze jongeren wonen al zolang niet meer thuis, dat er inmiddels in de thuissituatie ook dingen veranderd zijn. Het is mooi als de jongeren door deze situatie weer het contact met hun familie en netwerk aangaan, en positieve ervaringen kunnen opdoen.”

‘Een grapje’
Vitinho merkt dat de crisis veel impact op de jongeren heeft. "In het begin waren sommigen echt in paniek, terwijl anderen weer dachten dat het een grapje was. ‘Dat geloof je toch niet, dat heel Nederland op slot gaat?’, zeiden ze dan. Voor ons was dit best wel lastig. Aan de ene kant moet je een stukje rust en zekerheid uitstralen naar de jongeren die bang zijn, en niet meegaan in hun emoties. Maar het is ook lastig als ze de situatie niet serieus nemen. Want dat is natuurlijk ook risicovol voor ons." 

Omdat de crisis nu langduriger geworden is, merkt Vitinho dat het geduld van de jongeren die nog in Middelveld wonen, soms op raakt. “Iedere dag vragen ze aan mij hoe lang het nog gaat duren. Ze vervelen zich en willen weer bezoek kunnen ontvangen. Ik reageer dan begripvol en leg dan weer aan hen uit waarom deze regels er zijn.”

‘Ernaar handelen is lastig’
Vitinho en zijn collega’s besteden veel aandacht aan het brengen van juiste informatie aan de jongeren. “Voor mij is het heel belangrijk dat ze snappen wat er gebeurt”, legt Vitinho uit. “Wanneer er weer nieuwsupdates zijn vanuit het kabinet of onze eigen organisatie, proberen we dit zo simpel mogelijk te vertalen naar onze jongeren. En we blijven het herhalen… herhalen… herhalen… Als begeleiders letten we hierbij op 3 stappen: we zorgen ervoor dat de informatie binnen komt, door het zo simpel mogelijk te vertellen. Vervolgens checken we meerdere keren of iemand het begrepen heeft en ten slotte proberen we hen ook zover te krijgen dat ze ernaar gaan handelen. Dat wil zeggen dat ze afstand houden, elkaar geen boks of een hand geven. Dat soort dingen. Met name dit laatste is erg lastig voor onze jongeren. Vaak hebben ze wel begrip voor de situatie maar het ‘ernaar handelen’ vinden ze moeilijk.”

Omdat veel jongeren actief zijn op social media, besteden Vitinho en zijn collega’s veel aandacht hieraan. “We vragen minimaal een keer per week aan de jongeren welke informatie zij binnen krijgen via hun vrienden, familie en social media. De jongeren krijgen zoveel informatie binnen, dat ze vaak door de bomen het bos niet meer zien. Voor ons is het heel belangrijk dat de feiten bij hen terecht komen. We maken de maatregelen dan ook zichtbaar door overal in het pand posters en flyers op te hangen en deze ook uit te delen onder de jongeren.”

Veilig pedagogisch leefklimaat
Ondank de uitdagende werkomstandigheden, is Vitinho toch blij dat hij dit werk kan doen. “Zeker in deze tijd is het zo belangrijk om er voor de jongeren te zijn. Ik heb zelf twee kids en weet hoe belangrijk het is om een eigen thuis te hebben. Datgene wat ik thuis voor mijn kinderen doe, probeer ik zoveel mogelijk ook te doen op mijn werk. De basis van ons werk is het bieden van veiligheid. Samen met mijn collega’s zorg ik ervoor dat de jongeren zich veilig voelen. Vandaaruit ontstaat er vanzelf een veilig pedagogisch leefklimaat waardoor we onze zorg zoveel mogelijk kunnen continueren.”