Kees Veenendaal

“Normaal gesproken gaan er per rit twee bijrijders mee. In de bus kunnen we geen sociale afstand houden, dus we hebben het tot vorige week zonder bijrijders moeten doen. Dat betekent dat ik alles in m’n eentje moest doen. Ik was echt alleen maar aan het chauffeuren en niet aan het begeleiden, terwijl ik dat juist het leukste van mijn werk vind. Maar de nood is hoog dus we moesten wel blijven rijden.  

Extra ritjes

Door alle extra opvanglocaties moesten we ineens veel meer ritten maken, terwijl we minder mensen hadden. We zijn daarom een samenwerking gestart met Amsterdam Werkt, een reïntegratiebedrijf van de Gemeente Amsterdam. Zij nemen dagelijks een paar ritjes van ons over om ons te ontlasten. Dat is erg fijn en ik hoop dat we die samenwerking kunnen uitbreiden en op werkgebied ook ervaringen met elkaar kunnen delen.

Inmiddels hebben we in onze eigen bussen een schot tussen de zitplaatsen gemaakt, waardoor er in ieder geval steeds één bijrijder mee kan. We zijn vorige week begonnen de dagbesteding weer op te starten. We werken met handschoenen en er is altijd voldoende zeep in de bus. De deelnemers zijn ontzettend blij dat ze weer aan het werk kunnen. Veel jongens hebben niet zo’n groot sociaal netwerk en zaten alleen thuis. De kans op terugval en sociaal isolement is dan extra groot, dus kleinschalige dagbesteding is echt nodig.  2

 

Angsten overwinnen

Een belangrijk doel van het dagbestedingsprogramma van 50|50 Move is deelnemers te laten doorstromen naar een betaalde baan. Soms lukt dat niet door bijvoorbeeld drugs- of mentale problematiek. Vroeger lag onze focus heel sterk op het zo snel mogelijk verkrijgen van een baan, maar de laatste tijd merk ik steeds meer hoe belangrijk het is dat mensen eerst uit hun sociaal isolement komen en hun faalangst overwinnen. Gedachten zoals ‘kan ik het wel?’, ‘houd ik het wel vol?’, werken allemaal heel erg tegen. Soms hebben mensen genoeg werknemerservaring, maar in hun hoofd zijn ze er nog niet aan toe om echt op eigen benen te staan.  

De juiste plek vinden

Eén van onze deelnemers had erg veel moeite sociale contacten aan te gaan. Hij was heel stil en in zichzelf gekeerd. Ik zag hem op een andere afdeling werken en kreeg de indruk dat hij daar niet op zijn plek was. In overleg met het Bureau Trajectmanagement, waar wij veel mee samenwerken, heb ik hem naar 50|50 Move verplaatst. Daar komt hij veel meer tot zijn recht. Hij komt nu weer meer buiten, kleedt zich netter en loopt weer rechtop. Zo’n eerste stap is een enorm succes, zonder dat er nog een vaste baan aan vastzit.  

Waardering uitspreken

Ik beschouw de deelnemers als collega’s, maar wel met een gebruiksaanwijzing. Er is niet één werkwijze die voor iedereen geldt. Bij de ene persoon moet ik bijvoorbeeld boos worden als hij niet komt opdagen. Als hij dat straks bij een werkgever doet, wordt hij ontslagen. Bij sommige anderen werkt het juist niet om streng te zijn. Bij deelnemers met LVB moet ik dingen blijven uitleggen. Dat verschil tussen mensen maakt mijn werk heel divers.

Ik werk inmiddels al meer dan tien jaar met deze doelgroep, dus ik weet er wel wat van af. We krijgen ook regelmatig goede cursussen aangeboden vanuit het Leger des Heils, dat vind ik erg leuk. Hoe ik de jongens het beste kan bereiken, is door bedankt te zeggen. Door die waardering zie je ze echt groeien. Alles valt en staat met groei. Bedankt zeggen is daarvan een heel belangrijk onderdeel.”

WhatsApp Image 2020-05-04 at 16.31.09